Voeging in een fiscale | KPMG | BE

Voeging in een fiscale eenheid kan verliesverrekening beperken

Voeging in een fiscale

De Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting 1969 biedt vennootschappen de mogelijkheid een fiscale eenheid te vormen.

1000

Gerelateerde content

De Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting 1969 biedt vennootschappen de mogelijkheid een fiscale eenheid te vormen. De standaardverschijningsvorm hiervan is een fiscale eenheid tussen een Nederlandse moedermaatschappij en haar Nederlandse dochtermaatschappij(en). Onder meer in de januari 2015-editie van deze nieuwsbrief bespraken wij dat ook een fiscale eenheid kan worden gevormd tussen zustermaatschappijen van een Europese moedermaatschappij en tussen een binnenlandse moedermaatschappij en haar binnenlandse kleindochtermaatschappij(en). Elders in deze editie bespraken wij dat op basis van het Europees recht mogelijk elementen van het fiscale-eenheidsregime kunnen worden geclaimd.


Voor- en nadelen van een fiscale eenheid


Het vormen van een fiscale eenheid tussen meerdere vennootschappen heeft onder meer als voordelen dat één gezamenlijke aangifte vennootschapsbelasting wordt gedaan, dat onderlinge transacties voor de vennootschapsbelastingheffing worden genegeerd en dat positieve en negatieve resultaten van de gevoegde vennootschappen worden gesaldeerd.

Belangrijke aandachtspunten bij het vormen van een fiscale eenheid betreffen de hoofdelijke aansprakelijkheid voor vennootschapsbelastingschulden, de beperking van de aftrekbaarheid van eventuele liquidatieverliezen en de toepassing van antimisbruikbepalingen in geval van (onvoorziene) verbreking van de fiscale eenheid.

 

Verliesverrekening

Dat het voegen van een vennootschap in een fiscale eenheid ook relevant (lees: nadelig) kan zijn voor de verliesverrekeningstermijnen, bevestigde de Hoge Raad op 10 juli 2015.

De casus betrof de voeging van een fiscale eenheid (FE 1) in een andere fiscale eenheid (FE 2) per 22 april 2009. FE 2 was in 2009 verlieslatend en wenste haar fiscale verlies 2009 – op basis van de tijdelijke mogelijkheid om drie jaar carry-back toe te passen en voor zover dit verlies toerekenbaar was aan de activiteiten van FE 1 – te verrekenen met de fiscale winst van FE 1 in 2006.

Het geschil spitste zich toe op de vraag of de periode 1 januari 2009 tot 21 april 2009 geldt als een afzonderlijk ‘jaar’ voor toepassing van de verliesverrekeningstermijn. Indien dit het geval is, zoals door de Inspecteur werd gesteld, kan het verlies van FE 2 – voor zover dit verlies toerekenbaar is aan de activiteiten van FE 1 – worden verrekend met de fiscale winsten van FE 1 over 2007, 2008 en de periode 1 januari 2009 tot 21 april 2009. Indien dit niet het geval is, zoals door belanghebbende werd gesteld, kan het verlies van FE 2 – voor zover dit verlies toerekenbaar is aan de activiteiten van FE 1 – (tevens) worden verrekend met de fiscale winst van FE 1 over 2006.

De Hoge Raad oordeelde dat de periode 1 januari 2009 tot 21 april 2009 kwalificeert als een jaar en dat het verlies van FE 2 derhalve niet kon worden verrekend met de fiscale winst van FE 1 over 2006.

Indien FE 1 niet zou zijn gevoegd in FE 2, dan zouden de verliezen van FE 1 in 2009 kunnen worden verrekend met de winsten van FE 1 in 2006, 2007 en 2008. Dat de winst van FE 1 in 2006 ‘buiten bereik’ raakt voor de verliesverrekening is het gevolg van de voeging van FE 1 in FE 2 gedurende het kalenderjaar 2009.

Hoewel het vormen van een fiscale eenheid in veel gevallen voordelig is, onderstreept bovenstaande uitspraak de noodzaak om de voor- en nadelen van het vormen van een fiscale eenheid van geval tot geval af te wegen. De uitleg van het begrip ‘jaar’ kan ook spelen bij de toepassing van andere faciliteiten, zoals de herinvesteringsreserve.


Mark Bos en Mark Foesenek

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig