Britse Brexit-plannen gaan niet werken |
close
Share with your friends

Britse Brexit-plannen gaan niet werken

Britse Brexit-plannen gaan niet werken

Op donderdag 12 juli 2018 publiceerde de Britse premier Theresa May haar langverwachte Brexit-whitepaper. Er zit echter een weeffout in haar plan, die er bijvoorbeeld toe leidt dat derde landen zoals de VS zullen eisen dat Europese fabrikanten nauwgezet moeten gaan bijhouden wat de oorsprong van hun producten is. Het Europese bedrijfsleven is daarmee het kind van de rekening van deze plannen.

Gerelateerde content

Facilitated Customs Arrangement: Does it work and at what price?

Het plan dat Theresa May na veel moeite heeft weten te produceren is een alomvattend en ambitieus plan dat…

  • een wrijvingsloze handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU in stand moet houden, 
  • de Ierse grenskwestie op moet lossen én
  • een onafhankelijk handelsbeleid voor het Verenigd Koninkrijk tot stand moet brengen, waarbij het zijn eigen vrijhandelsovereenkomsten met derde landen zoals de VS kan sluiten.

Wat staat er precies in de Brexit whitepaper?

Een belangrijke pijler van het Britse voorstel is de oprichting van een vrijhandelszone voor goederen, met een gemeenschappelijk ‘wetboek’ voor goederen en landbouwproducten. Verder voorziet het in de gefaseerde invoering van een nieuw douaneverbond (Facilitated Customs Arrangement - FCA). Die moet douanecontroles tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU overbodig maken, alsof het om een gecombineerd douanegebied gaat. Min of meer een virtuele douane-unie met een gedifferentieerd buitentarief.

Dit zou het Verenigd Koninkrijk in staat moeten stellen om eigen douanetarieven met de rest van de wereld vast te stellen. Het zou er ook voor zorgen dat bedrijven het juiste EU of Verenigd Koninkrijk tarief betalen wanneer goederen de nieuwe vrijhandelszone binnenkomen. May’s FCA moet in stappen operationeel worden naarmate beide partijen de benodigde voorbereidingen hebben getroffen. Douaneformaliteiten tussen het VK en de EU zouden daarmee grotendeels voorkomen kunnen worden, wat vertraging en frictie aan de grens moet voorkomen en de grensoverschrijdende geïntegreerde toeleveringsketens moet beschermen. Het is precies deze FCA die de wens van het Verenigd Koninkrijk bemoeilijkt om eigen vrijhandelsovereenkomsten met derde landen zoals de VS te sluiten.

Wat houdt die Facilitated Customs Arrangement precies in?

De FCA probeert de douanebenadering van de Europese buitengrens te weerspiegelen. Goederen die via het Verenigd Koninkrijk de EU binnenkomen, voldoen dan aan de Europese douaneprocedures en de EU tarieven wordt door het VK geïnd en aan de EU afgedragen. De Britse douane zorgt daarvoor, en handelt dus op exact dezelfde wijze als momenteel nu het Verenigd Koninkrijk lid is van de EU. Zijn de goederen bestemd voor het Verenigd Koninkrijk dan heft het VK haar eigen douanetarieven. In de omgekeerde situatie doet de EU dit voor het VK.

Het idee is dat hierdoor de behoefte aan douaneprocessen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU verdwijnt. Voorbeelden daarvan zijn: douaneaangiften, oorsprongscontrole (‘rules of origin’) en summiere aangiften bij binnenkomst en bij uitgang. 

Wat gebeurt er onder de FCA bij de douane?

Zodra een product in de haven aankomt, wordt het als volgt behandeld. Voor een goed dat bestemd is voor het Verenigd Koninkrijk, geldt het Britse tarief. Voor goederen die bestemd zijn voor de EU, geldt het Europese tarief. Als de bestemming bij de grens niet duidelijk is, geldt het hoogste Britse of Europese-tarief. Mocht later blijken dat de bestemming van het goed onder het tariefrecht valt, zou de regering van het Verenigd Koninkrijk het verschil tussen de twee tarieven terugbetalen.

Dit voorstel roept meerdere vragen op

Tot zover klinkt het voorstel, vanuit Brits perspectief althans, goed. Het roept alleen een aantal lastige vragen op.

  • Stel dat een derde land een vrijhandelsovereenkomst heeft met de EU, maar niet met het VK.
    Als de EU een vrijhandelsovereenkomst heeft gesloten met een land waar het Verenigd Koninkrijk geen vrijhandelsakkoord mee heeft, en deze goederen in de EU zijn ingevoerd, dan is de vraag hoe lang moeten deze goederen dan in de EU moeten blijven om vrij van rechten naar het Verenigd Koninkrijk te kunnen worden vervoerd? Een week? Een jaar? Of tien jaar? Wie houdt dat in de gaten? Wordt dat een taak van de overheid? Of wordt dat een verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven? Wij vrezen het laatste.

    En wat als hetzelfde product wordt geïmporteerd in de EU en vervolgens door een andere partij in de EU wordt verwerkt en daarna naar het Verenigd Koninkrijk wordt geleverd. Wie houdt bij of er alsnog douanerechten verschuldigd zijn? Wij vrezen opnieuw het bedrijfsleven.

    Omdat er bij invoer in het Verenigd Koninkrijk wel douanerechten van toepassing zijn en bij invoer door de EU niet, hebben de importerende EU-bedrijven bij doorvoer vanuit het Verenigd Koninkrijk naar de EU, recht op teruggaaf van de VK-douanerechten. In de omgekeerde situatie zijn er juist te weinig rechten geheven. Immers in dit voorbeeld is het VK- tarief hoger dan dat van de EU. Er moeten dus VK-douanerechten worden betaald. Wie gaat deze betaling verzorgen?

    Waarschijnlijk de onderneming die verantwoordelijk is voor de invoer in het Verenigd Koninkrijk. Als deze onderneming verderop in de keten zit, hoe weet hij dan dat er moet worden betaald? Wie houdt deze trail bij? Wij vrezen wederom het bedrijfsleven.
  • En wat als het VK een vrijhandelsovereenkomst heeft met een derde land, maar de EU niet?
    Stel dat het Verenigd Koninkrijk een vrijhandelsakkoord weet te sluiten met de Amerikanen, dan zal daar ongetwijfeld in worden opgenomen dat het vrijhandelsakkoord geldt voor van oorsprong Britse producten. Zou dat niet het geval zijn dan zouden Nederlandse ondernemers producten naar het Verenigd Koninkrijk kunnen exporteren, die vervolgens onder het vrijhandelsakkoord naar de VS kunnen worden verkocht. De VS zal er daarom natuurlijk voor zorgen dat de ‘rules of origin’ van producten zeer precies gedefinieerd worden. Op deze manier wordt uitgesloten dat EU-producten via de achterdeur op de Amerikaanse markt komen.

    Dit houdt in dat Britse exporteurs alleen EU-onderdelen mogen gebruiken totdat de bovengrens van een bepaalde oorsprongsregel is bereikt. Zeker voor vervaardigde producten als auto’s zal het uiterst moeilijk worden om aan de oorsprongsregels te voldoen. Een zeer aanzienlijk deel van de onderdelen is namelijk afkomstig van buiten het Verenigd Koninkrijk. De Britse industrie is zo sterk geïntegreerd met de Europese, dat veel onderdelen niet zullen voldoen aan de strakke Britse oorsprongsregel die door de Amerikanen of elk ander land gesteld zullen worden.

EU-inhoud zou tellen als ‘Brits’. En Britse inhoud als Europees

Om bestaande toeleveringsketens te ontzien en ervoor te zorgen dat de handel in goederen tussen het VK en de EU aan de grens frictieloos blijft, stelt de Britse regering regelingen voor die EU-inhoud laat meetellen als VK-inhoud voor producten die Britse bedrijven willen exporteren naar zijn vrijhandelspartners. Britse inhoud zou ook tellen als lokale inhoud voor Europese exportproducten. Dat heet in vaktermen diagonale cumulatie.

En dat is waar het probleem zit. Het gevolg daarvan is namelijk dat de inhoud van Britse en Europese vrijhandelsovereenkomsten als inwisselbaar kan worden beschouwd in het trilaterale handelsverkeer. Diagonale cumulatie is bijna nooit een onderdeel van vrijhandelsakkoorden. Het moet aan reeds afgesloten vrijhandelsakkoorden worden toegevoegd en dat kost tijd. Veel tijd.

Voordeel eigen handelspolitiek beperkt tot 100% Britse goederen

De kans is heel klein dat diagonale cumulatie binnen bestaande vrijhandelsovereenkomsten zal zijn geregeld vóór het einde van de Brexit-overgangsfase. Hierdoor komen veel producten die nu voldoen aan de regels van oorsprong na Brexit niet meer in aanmerking. De negatieve gevolgen zullen voor Britse fabrikanten veel groter zijn dan voor fabrikanten in de EU, omdat voor fabrikanten in de EU alle EU-componenten in aanmerking komen en voor fabrikanten in het VK alleen onderdelen uit het VK. De vijver waaruit Britse bedrijven na Brexit kunnen vissen is nu eenmaal veel kleiner.

Het gevolg voor de Britten zal zijn dat een nieuwe en onafhankelijke vrijhandelsovereenkomst, zonder diagonale cumulatie vooral voordeel zal brengen voor geheel en al verkregen producten, zoals vlees, groenten of bewerkte producten met nagenoeg alleen Britse grondstoffen. Voor alle andere bewerkte producten is de kans groot dat het EU-deel te groot zal zijn.

Britten zullen voornamelijk profiteren van reeds bestaande vrijhandelsakkoorden

De conclusie van dit alles is dat het Verenigd Koninkrijk eigenlijk alleen vrijhandelsovereenkomsten kan sluiten met derde landen die ook een vrijhandelsovereenkomst met de EU hebben. Als dat de eindconclusie is, waarom heeft het VK dan altijd bezwaren gehad tegen een douane unie met de EU? Dat wilde de Britse regering niet, omdat het kunnen sluiten van vrijhandelsverdragen met derde landen essentieel was. Proberen met de EU een interne goederenmarkt te onderhandelen - ook bekend als het Jersey-model - lijkt dan een veel betere oplossing voor het VK. De EU zal dit waarschijnlijk als ‘cherry picking’ beschouwen en men kan verwachten dat alleen een passende jaarlijkse financiële bijdrage aan de EU-begroting dit aanvaardbaar kan maken voor de EU. Bij het Jersey-model blijft het Verenigd Koninkrijk onderdeel van de douane-unie en blijft de interne markt voor goederen bestaan. Pas dan zal er echt sprake zijn van een frictieloze grens en kunnen grensformaliteiten vermeden worden.
 

Robert van der Jagt & Leon Kanters
Belastingpartners met KPMG Meijburg in Nederland en leden van het Nederlandse Brexit-team van KPMG.

 

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig