IFRS 16, is er nog toekomst voor de sale-and-lease-back | KPMG | NL

Stap 6: een weldoordachte transitie naar IFRS 16

Stap 6: een weldoordachte transitie naar IFRS 16

Hoe kiest u de beste IFRS 16 transitiemethode voor de jaarrekening over 2019 en 2018?

1000

Contact

Gerelateerde content

Na de transitie naar IFRS 16 zal zich een bijzondere situatie voor kunnen doen. Indien een onderneming kiest voor een modified retrospectieve transitiemethode zullen de cijfers in de jaarrekening over 2019 niet in een oogopslag te vergelijken zijn met de cijfers over 2018. De resultaten over 2019 zullen volgens IFRS 16 worden gerapporteerd, naast cijfers over 2018 die volgens de huidige standaard worden opgesteld. Als gevolg daarvan zal voor bedrijven met een omvangrijke operationele lease-portefeuille de EBITDA over 2019 omhoogschieten, zoals u in blog 3 heeft kunnen lezen. Daarnaast verschijnen er 'right-of-use' activa en leaseverplichtingen op de balans, zonder dat de economische realiteit is veranderd.

Aanvulling vereist

Wij verwachten dat veel bedrijven een betere referentie voor de jaarcijfers over 2019 willen bieden. Daartoe kunnen ze een aanvullende set cijfers opmaken. die de jaarrekening 2018 weergeven alsof IFRS 16 al was toegepast, of de cijfers over 2019 zonder de nieuwe standaard te volgen. Merk op dat het in beide gevallen om zogenaamde Non-GAAP statements gaat en deze nooit als onderdeel van of in combinatie met de IFRS-jaarrekening gepresenteerd kunnen worden.

Vooruitkijken

Maar laten we hier vooral vooruitkijken. Een dergelijke aanvulling vergt veel extra werk van opstellers. Daarom herhalen we hier wat we eerder in deze blogreeks al een aantal keer hebben benadrukt: begin op tijd om zo snel mogelijk inzicht te krijgen in de gevolgen die IFRS 16 voor uw bedrijf heeft. Gebruik dat inzicht om te bepalen welke transitiemethode uw bedrijf wil volgen, en hoe u daarover met uw stakeholders gaat communiceren.

Transitievraag 1: 'grandfathering' of niet?

Dat inzicht is onder meer nodig om te besluiten of al dan niet gebruik wordt gemaakt van de grandfathering optie. Dit is een belangrijke keuze die voor de transitie moet worden gemaakt. Deze optie, die we in blog 1 over lease-definities al hebben genoemd, bepaalt dat voor lopende contracten de huidige classificatie kan worden aangehouden. Contracten die nu als service zijn geclassificeerd maar die onder IFRS 16 een lease zouden zijn, mogen onder deze optie ook na 2019 als service worden beschouwd. De keuze om 'grandfathering' al dan niet toe te passen heeft betrekking op alle contracten en mag dus niet per contract gemaakt worden.

Ongewenste effecten

De meeste bedrijven zullen 'grandfathering' toe gaan passen omdat het praktisch ondoenlijk kan zijn om alle lopende contracten te beoordelen aan de hand van de nieuwe lease-definitie. Die keuze kan echter onwenselijke gevolgen hebben, zelfs jaren na de invoering van IFRS 16. Dat is bijvoorbeeld het geval als een bestaand servicecontract dat in 2022 afloopt en dan wordt verlengd, onder IFRS 16 als lease moet worden geclassificeerd. Dat kan flinke gevolgen hebben voor de cijfers over 2022, een verlaat effect van een accountingwijziging die een paar jaar daarvoor al effectief is geworden. Als u daarnaast nu niet de beoordeling van het contract maakt, kan het risico ontstaan dat u deze beoordeling vergeet te maken zodra contract vernieuwd of verlengd wordt. Het is aan te bevelen om na te gaan of dergelijke situaties zich voor kunnen doen in uw bedrijf, en dat mee te nemen in de keuze om grandfathering toe te passen of niet.

Transitievraag 2: terugkijken of niet?

Een tweede belangrijke punt bij de transitie naar IFRS 16 is de transitie-optie. Daarvoor zijn twee methodes mogelijk: de volledig retrospectieve en de 'modified' retrospectieve methode. Beide methodes zijn niet perfect. "Full retrospective is the impossible project, modified retrospective is the stupid accounting", aldus Brian O'Donovan, partner bij KPMG International Standards Group.

Optie 1: "The impossible project"

Laten we na die geruststellende woorden beide methodes eens nader bekijken.
De volledig retrospectieve methode levert de beste vergelijkbaarheid van resultaten voor en na IFRS 16 op, maar vergt een enorme inspanning. Bij deze methode doe je alsof IFRS 16 al vanaf de ingangsdatum van het leasecontract van kracht was, bereken je de 'right-of-use asset' en schrijf je die af over de lengte van het contract. In de jaarrekening 2019 worden de vergelijkende cijfers over het boekjaar 2018 dan ook aangepast. Onze verwachting is dat deze methode voor veel bedrijven te complex en arbeidsintensief zal zijn, waardoor zij naar verwachting zullen kiezen voor de andere optie.

Optie 2: "The stupid accounting"

De 'modified' retrospectieve methode vergt minder inspanning, maar leidt tot de bijzondere situatie waar we aan het begin van dit blog op wezen. Bij deze methode kijk je alleen vooruit: je bepaalt de netto contante waarde van de leaseverplichting op 1 januari 2019. Vervolgens kan per contract worden gekozen of het 'right-of-use' actief gelijk wordt gesteld aan de leaseverplichting, of dat dit wordt teruggerekend naar de waarde bij aanvang van het contract minus de cumulatieve afschrijvingen tussen die datum en 1 januari 2019, waarbij gerekend mag worden met de verdisconteringsvoet per 1 januari 2019. Het verschil tussen het 'right-of-use' actief en de leaseverplichting wordt vervolgens in het eigen vermogen verwerkt per 1 januari 2019.

Omdat per leasecontract een transitie-optie gekozen kan worden, kunnen bedrijven daarbij een pragmatische '80-20-benadering' volgen. Door van 20% van de contracten het actief terug te rekenen kan wellicht 80% van de gewenste vergelijkbaarheid worden bereikt. Bij het toepassen van de 'modified' retrospectieve methode biedt IFRS 16 bovendien nog een aantal praktische handreikingen die de overgang vereenvoudigen. Uiteindelijk leidt de vrijheid om te kiezen uit meerdere transitiemethodes en uitzonderingsclausules tot een aanzienlijke variatie in mogelijke uitkomsten voor de jaarrekeningen over 2019 en de eerste jaren daarna.

Inzicht

Om te kunnen modelleren welk effect al die keuzes bij de transitie naar IFRS 16 hebben op de uiteindelijke jaarcijfers is inzicht nodig: inzicht in de nieuwe lease-definities, in de huidige lease-portefeuille en sale-and-leasebackconstructies, in de specifieke gevolgen voor bankconvenanten en financiële ratio's. Kortom: voor het maken van een weldoordacht transitieplan zullen eerst alle stappen die we in deze blogreeks hebben beschreven moeten worden doorlopen. Alleen dan ontstaat het inzicht dat bedrijven nodig hebben om tijdens de overgang naar IFRS 16 'in-control' te blijven en tijdig aan hun stakeholders duidelijk te maken welke gevolgen de nieuwe standaard zal hebben.

Dit is de laatste blog van deze serie waarin we een aantal aspecten hebben toegelicht van de consequenties van IFRS 16 in verschillende domeinen. In de samenwerking met onze klanten komen wij bij dagelijks legio andere bijwerkingen van de implementatie van IFRS 16 tegen. Nadat deze effecten geïdentificeerd zijn is het de uitdaging om te bepalen hoe hier mee om te gaan. Dit allemaal als onderdeel van een groter IFRS 16 implementatie project.

Binnen KPMG hebben wij een multidisciplinair team paraat staan waarin collega’s van Accounting Advies hun expertise delen met collega’s van IT advisory, Financials management en taks. Daarnaast heeft KPMG een scala aan tools en software ontwikkeld om implementatie projecten te versnellen. Heeft u na deze blog-serie nog vragen over IFRS 16 of kunt u hulp gebruiken bij de impact assessment of implementatie van IFRS 16 bij uw bedrijf? Neem dan contact met ons op! Contactgegevens vind u linksboven op deze pagina.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig