Pensioencijfers WEF leiden af van de wezenlijke vragen | KPMG | NL

Pensioencijfers WEF leiden af van de wezenlijke vragen

Pensioencijfers WEF leiden af van de wezenlijke vragen

Het World Economic Forum publiceerde onlangs een rapport (*1) waarin ze het pensioentekort in de 8 landen met het grootste pensioenvermogen in 2050 op 428 biljoen (428.000.000.000.000!) USD schatten. Dit astronomische bedrag deed in de pers de nodige stof opwaaien. Voor Nederland rekent het rapport op een tekort van 6,4 biljoen USD. In deze blog leggen we graag uit waarom dit bedrag met een flinke korrel zout moet worden genomen.

1000

Director, Financial Risk Management en Pensions Advisory

KPMG Nederland

Contact

Gerelateerde content

Pensioencijfers WEF leiden af van de wezenlijke vragen

Maar laten we positief beginnen: het WEF-artikel biedt een goed aanknopingspunt voor verdere discussie over de houdbaarheid van ons pensioenstelsel. Op een aantal cruciale aandachtspunten inzake de houdbaarheid van onze oudedagsvoorziening, behoeft het echter een duidelijke nuancering.

Onduidelijke methodiek en incomplete berekening

Allereerst is het huidige tekort ultimo 2015 geschat op 1,7 biljoen USD. Het rapport benoemt niet in detail hoe dit tekort is vastgesteld. Hierdoor is het lastig om een goed beeld te krijgen van de gehanteerde methodiek. Als we het bedrag afzetten tegen de in totaal 1,4 biljoen EUR aan activa die onze gezamenlijke pensioenfondsen per eind 2016 bezaten, lijkt de inschatting van het tekort aan de hoge kant.

Vervolgens wordt dit tekort geprojecteerd naar de toekomst toe, rekening houdend met het feit dat de levensverwachting nog aanzienlijk gaat stijgen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat er geen verzachtende maatregelen worden genomen om dit effect tegen te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het verhogen van de pensioenleeftijd. Met andere woorden: zelfs als we gemiddeld honderd jaar oud worden, gaat het rapport er vanuit dat mensen nog altijd tussen hun zestigste en zeventigste met pensioen gaan. Wanneer een pensioenuitkering een dergelijke periode moet overbruggen, dan is het tekort inderdaad enorm. Er wordt in de berekeningen echter voorbij gegaan aan het feit dat wij in Nederland al lang bij wet (*2) hebben vastgelegd dat de pensioenleeftijd meebeweegt met de levensverwachting. In dat geval ziet het tekort er naar verwachting heel anders uit. Ook wordt overig vermogen, zoals het bezit van een eigen huis, waarvan de hypotheek door de nieuwe fiscale regels grotendeels wordt afgelost, niet meegenomen in de berekening.

‘Zelfs als we gemiddeld honderd jaar oud worden, gaat het rapport er vanuit dat mensen nog altijd tussen hun zestigste en zeventigste met pensioen gaan’

Kortom: de genoemde bedragen roepen twijfels op en dat is jammer. Want het rapport bevat belangrijke aandachtspunten die tot nadenken stemmen. Het rapport roept terecht op om na te denken over hoe wij onze financiële toekomst gaan inrichten als we in grote meerderheid gemiddeld honderd jaar oud worden. Hierbij moeten ook belangrijke vragen worden meegenomen zoals de impact van een veranderende beroepsbevolking en werkcultuur (van loondienst naar ZZP), de invulling van het langer doorwerken en hoe om te gaan met langdurige trage economische groei. Daarnaast zijn de verregaande effecten van de digitale robotisering en kunstmatige intelligentie nog moeilijk te overzien, waarmee de komst van een (universeel) basisinkomen onzeker is. Het laatste zou een vervanger voor pensioen kunnen zijn. De inrichting en financiering van een (universeel) basisinkomen roept echter op dit moment nog meer vragen dan antwoorden op.

Constructieve dialoog

Hoe dan ook, het is van belang dat wij als samenleving gaan nadenken en een constructieve dialoog gaan voeren over de invulling van een maatschappij waarbij wij steeds (gezonder) ouder worden, een vergrijzende bevolkingssamenstelling hebben en onze huidige invulling van arbeid op zijn minst aanzienlijk zal gaan veranderen. Het is jammer dat de cijfers in de rapportage daarvan afleiden, want het zijn wezenlijke vragen.

*1 World Economic Forum, “We’ll Live to 100 – How Can We Afford It?”, May 2017, http://www3.weforum.org/docs/WEF_White_Paper_We_Will_Live_to_100.pdf

*2 Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met stapsgewijze verhoging en koppeling aan de stijging van de levensverwachting van de pensioenleeftijd (Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd)

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig