Wat aanhangers van het Nationaal Zorgfonds moeten weten | KPMG | NL

Wat aanhangers van het Nationaal Zorgfonds moeten weten van het zorgstelsel in Groot-Brittannië

Wat aanhangers van het Nationaal Zorgfonds moeten weten

Met de verkiezingen in aantocht slaan de SP en anderen op de trom voor een Nationaal Zorgfonds. Er wordt gerefereerd aan Engeland dat ook zo’n fonds heeft. Maar is dat terecht?

1000

Gerelateerde content

Wat aanhangers van het Nationaal Zorgfonds moeten weten van het zorgstelsel in Groot-Brittannië

De plannen van het Zorgfonds richten zich op het nationaliseren van alle zorgverzekeraars, want ‘dan kan het geld weer naar de zorg’, in plaats van dat het uitgegeven wordt aan reclames. Nu klopt het dat je bij een Nationaal Zorgfonds geen reclames meer hebt, maar het verleden laat zien dat de ziekenfondsen duurder waren dan de huidige zorgverzekeraars, zelfs met die reclame erbij. Anno 2015 zijn de beheerskosten van zorgverzekeraars 3,8% van de totale zorgkosten versus 5,8% voor ziekenfondsen in 2005: 2 procentpunt verschil. Aangezien er € 43 mrd omgaat in de curatieve zorg kost het uitschakelen van concurrentie tussen zorgverzekeraars mogelijk tot € 860 mln aan extra bureaucreatie.

Een ander punt van het Nationaal Zorgfonds is het afschaffen van het eigen risico. Nu ben ik daar zelf geen voorstander van, want remgeld is nodig om de zorg betaalbaar (en dus solidair) te houden, maar dit is een valide politiek punt waar je van mening over kan verschillen. Men vergeet alleen erbij te vertellen dat je voor het afschaffen (of verlagen) van het eigen risico helemaal geen Nationaal Zorgfonds nodig hebt. Dat kan ook gewoon in het bestaande stelsel.

Maar hoe zit het dan met die landen met zo’n Nationaal Zorgfonds zoals Engeland? In feite hebben deze landen geen Nationaal Zorgfonds, maar een nationaal zorgsysteem met staatsziekenhuizen en inderdaad ook een zorgfonds als onderdeel van dat systeem. De kracht van deze nationale zorgsystemen ligt in het feit dat ze zorgaanbieders sterk reguleren en budgetteren waardoor de kosten van de Engelse National Health Service (NHS) lager liggen dan een meer privaat stelsel zoals we in dat in Nederland kennen. Engelse artsen verdienen minder dan Nederlandse. Ook dwingt de Engelse overheid transparantie van keuze-informatie beter af dan zorgverzekeraars in Nederland doen. Kijk maar eens op websites van Engelse ziekenhuizen: alle prestaties op een rij.

Alhoewel er in Engeland geen zorgverzekeraars zijn, zijn er wel degelijk regionale inkopende partijen. Dit zijn zogenaamde Clinical Commissioning Groups (CCG's), waarbij het woord Clinical refereert aan het feit dat huisartsen zitting hebben in het bestuur en voor een belangrijk deel het inkoopbeleid bepalen. Dezelfde discussies als in Nederland zijn er ook in Engeland: hebben die CCG's niet te veel macht? Hebben ze wel verstand van kwaliteit van zorg? Kan er niet wat extra geld bij? Kortom, ook in Engeland is er een boeman: een zorgsysteem dat betaalbaar wil zijn, kan niet zonder boeman. De vraag naar zorg is altijd hoger dan het beschikbare budget. Wel lijkt de legitimiteit van de Engelse boeman en de trots op de NHS groter dan in Nederland; door het betrekken van zowel huisartsen als het publiek bij belangrijke beslissingen zijn er minder discussies over de rol van deze inkopers dan over onze zorgverzekeraars.

Het nadeel van nationale zorgsystemen zoals het Engelse is ook goed beschreven: wachtlijsten (in Engeland duurt het zomaar twee weken voordat je bij een huisarts op bezoek kunt) en minder toegang tot de nieuwste medicijnen door een streng kosten-effectiviteitsbeleid. De ongelijkheid is daarmee ook groter in Engeland, want iedereen die het kan betalen heeft een aanvullende verzekering om wachtlijsten te omzeilen. De mindere toegang tot de nieuwste geneesmiddelen zie je terug in de cijfers: de sterfte aan bijvoorbeeld kanker in Engeland is hoger dan in Nederland.

Kortom, het Nationaal Zorgfonds is een idee-fixe: een dure oplossing voor een niet bestaand probleem. En een nationaal zorgstelsel zoals de NHS is dus heel wat anders dan een Nationaal Zorgfonds. Over de eventuele invoering van een NHS-achtig systeem kan een reëel debat gevoerd worden, want het Engelse Nationale Zorgstelsel is echt goedkoper dan het Nederlandse: niet door de beheerskosten, maar door strakke budgettering van zorgaanbieders die zo’n 95% van de kosten van een zorgsysteem bepalen. Nadelen zijn er ook: eenmalige transitiekosten (zo’n € 5 mrd schat het Centraal Plan Bureau), het moeten korten van salarissen van zorgpersoneel gevolgd door het nationaliseren van zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars. Dat leidt op termijn tot lagere kosten, maar ook tot wachtlijsten en mindere uitkomsten. De vraag is of Nederland dat wil. Dit is de werkelijke keuze waar het debat over moet gaan in aanloop naar de verkiezingen.

David Ikkersheim is partner bij KPMG Plexus, gepromoveerd op de werking van het Nederlandse zorgstelsel en werkzaam bij KPMG in Londen; hij voert opdrachten uit voor de NHS.

Bron: Het Financieele Dagblad, 7 januari 2017

Dichtbij

Dichtbij

KPMG denkt mee over actuele onderwerpen die dichtbij u staan. Onderwerpen die impact hebben op uw en onze manier van werken en ons dagelijks leven.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig