Nederland een tandje bijzetten in onderwijsvernieuwing | KPMG | NL

Nederland moet nu echt een tandje bijzetten in onderwijsvernieuwing

Nederland een tandje bijzetten in onderwijsvernieuwing

Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap gaat veel aandacht uit naar het migratievraagstuk. Terecht, want de stroom vluchtelingen bezorgt veel landen binnen de EU grote problemen. De landen krijgen niet alleen te maken met fors hogere kosten, ook de druk op de voorzieningen in de landen neemt aanzienlijk toe. Vluchtelingen hebben niet alleen recht op huisvesting en leefgeld, ze hebben ook het recht om een beroep te doen op het onderwijssysteem in het land waar zij verblijven.

1000

Gerelateerde content

Nederland moet nu echt een tandje bijzetten in onderwijsvernieuwing

Ook voor Nederland betekent dit dat er een steeds grotere druk op onze onderwijsvoorzieningen ontstaat. Onderwijzend Nederland zal ook met deze ontwikkeling moeten leren omgaan, naast de trends die ons land al langer de nodige hoofdbrekens bezorgen. Internationalisering, demografische krimp, digitalisering en personalisering, om er maar een paar te noemen. Vernieuwing in het onderwijs stond al hoog op de agenda, maar de stroom vluchtelingen maakt het noodzakelijk dat Nederland in het innovatieproces nu echt een tandje moet bijzetten en sneller moet vernieuwen.

Nederland is zich er al langer van bewust dat het onderwijssysteem om vernieuwing vraagt. Ook zonder deze crisis weten wij dat de toekomst andere eisen stelt aan het onderwijs, dat het onderwijs zijn waarde aan de maatschappij (opnieuw) moet bewijzen en moet waarborgen dat Nederland zijn positie als kennisland kan versterken. Dat is essentieel voor onze toekomstige welvaart.

Met alleen online onderwijs blijven socialisatie en ontwikkeling achter
Het aanbieden van online onderwijs lijkt de kans voor veel onderwijsinstellingen om efficiënt invulling te geven aan meer gepersonaliseerd onderwijs. Echter, met alleen online onderwijs komen twee andere belangrijke hoofddoelen van het onderwijs, namelijk socialisatie (burgerschap) en Bildung (persoonsvorming), niet tot ontplooiing. Studenten, werkgevers en de maatschappij zijn niet gebaat bij louter een efficiënte kennis- en diplomafabriek. Ook al zullen diverse (inter)nationale partijen een geheel online instelling als een goede marktkans zien en beschikken bestaande instellingen veelal over ‘overheidsbescherming’ in de vorm van onderwijsaccreditatie en -bekostiging.

Uit onze sectoranalyse van de toekomstbestendigheid van het onderwijs blijkt dat Nederlandse onderwijs­instellingen verschillend omgaan met deze innovatienoodzaak. Hierbij wordt de houding van de overheid en sectororganisaties als obstakel en te passief ervaren, wat volgens bestuurders een rem zet op de effectiviteit van de innovatie. Daarnaast kennen bestuurders angst om verdergaand te vernieuwen vanwege de kritische politiek en minstens zo kritische media. Alleen dienen nu de instellingen zelf te vernieuwen en niet het gehele stelsel. Minister Bussemaker heeft regelluwe ruimte en financiering vanuit het leenstelsel aangeboden. Tevens dienen instellingen niet louter de veelgeroemde flexibele schil te hebben, maar juist ook een flexibele kern van processen en medewerkers.

Bedrijven en onderwijsinstellingen kunnen leren uit eigen omgeving
Voorts blijkt dat docenten en middenmanagement met innovatieve ideeën ‘zelfcensuur’ toepassen en hun bestuur niet durven te vragen voor tijd, middelen en mandaat. Daardoor komen lokale vernieuwingen niet verder. Er is sprake van ‘window dressing’,  waarmee de instelling innovatiever lijkt dan het is en er geen echte vernieuwing bij studies zelf plaatsvindt. Dit maakt dat de verandersnelheid lager ligt dan de verandernoodzaak vraagt: in dit tempo duurt de vernieuwing eerder 10 dan de gewenste 3 of 4 jaar. Het is opvallend dat een leeromgeving die een belangrijke voedingsbodem is voor innovaties en start-ups, zelf onvoldoende in staat is de succesfactoren voor innovatie eigen te maken. Vernieuwing loopt niet zozeer spaak vanwege financiën of regelgeving, het blijkt vooral een organisatiecultuur- en HR-uitdaging.

 

Heb lef, zet de student echt centraal in plaats van de instelling, begin klein en zorg voor een innovatiecultuur én -proces.

 

Besturen van onderwijsinstellingen kunnen leren uit eigen omgeving, van de bewegelijke innovatiebenadering bij start-ups en groeiers: heb lef, zet de student echt centraal in plaats van de instelling, begin klein en zorg voor een innovatiecultuur én -proces. Falen mag, als het maar snel gebeurt zodat het nog beperkte impact heeft. Het gaat hierbij eerder om de onderwijsinstelling als ‘platform’ en niet alleen innovatie met een digitaal platform. Samen met het brede netwerk van belanghebbenden, zoals brancheorganisaties, bedrijven en kennisinstituten, maar vooral met eigen docenten en studenten kunnen instellingen als onderwijsplatform tot bruikbare innovatie van onderwijsinhoud en -vorm komen. Onderwijsbestuurders hebben een cruciale rol in het versnellen van dit veranderproces; zij kunnen het belang aangeven, het bottom-up proces stimuleren en financieren, de vernieuwers een podium geven en zorgdragen dat bewezen onderwijsinnovaties breder worden uitgedragen en ingevoerd. Ons advies aan bestuurders: benut de ruimte die er is en geef die ruimte door aan de eigen organisatie.

 

Auteurs: Ronald Koorn en Sierik Groep 

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig