IORP II – de actuariële functie |

IORP II – de actuariële functie

IORP II – de actuariële functie

Op 14 december 2016 is de herziene richtlijn voor Institutions for Occupational Retirement Provision (IORP II) gepubliceerd. Deze nieuwe richtlijn geldt voor Europese instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (grofweg pensioenfondsen en PPI’s) en zal uiterlijk op 13 januari 2019 door middel van nationale wet- en regelgeving in werking treden.

Manager Financial Risk Management

KPMG Nederland

Contact

Gerelateerde content

IORP II

Een belangrijke implicatie van de nieuwe richtlijn ligt op het gebied van governance. De nieuwe richtlijn vereist dat er drie nieuwe sleutelfuncties worden gevormd: de Interne Auditfunctie, de Risicobeheerfunctie en de actuariële functie. In deze blog zullen wij de actuariële functie bespreken. De Interne Auditfunctie en de Risicobeheerfunctie zullen in volgende artikelen worden besproken.
De actuariële functie is een nieuwe functie die met name controlerend van aard is. Evenals onder Solvency II kan deze functie worden gezien als een tweedelijns functie, die intern of extern belegd kan worden. In dit artikel gaan wij allereerst nader in op het vraagstuk of de certificerend actuaris ook gelijktijdig de rol van actuariële functie kan vervullen. Hierbij komen wij en passant ook op de taken van de actuariële functie. Ook geven wij enkele aandachtspunten voor de inrichting van de actuariële functie mee die wij vanuit de verzekeraarspraktijk hebben geleerd.

Kan de certificerend actuaris de actuariële functie invullen?

De vraag is nu of de huidige (en wettelijk voorgeschreven) certificerend actuaris ook de rol van de actuariële functie kan invullen. De eerste vraag is of de voorgeschreven regels met betrekking tot onafhankelijkheid dit toelaten. De tweede vraag is of de voorgeschreven taken van beide functies verenigbaar zijn. De derde vraag is of vanuit de politiek of de toezichthouder al enige richting op dit vraagstuk wordt gegeven.

Onafhankelijkheid

Artikel 148 van de Pensioenwet behandelt de onafhankelijkheid van de certificerend actuaris. Hierin staat dat de certificerend actuaris onafhankelijk moet zijn van het fonds en dat hij/zij voor het fonds ook geen andere werkzaamheden dan de controlerende taken mag verrichten. Hieruit valt te concluderen dat de certificerend actuaris dus een persoon van buiten het pensioenfonds moet zijn. Tevens mag de organisatie waar de certificerend actuaris toe behoort geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds verrichten, tenzij deze organisatie over een door DNB goedgekeurde gedragscode ter waarborging van de onafhankelijkheid van de certificerend actuaris beschikt.

De eisen voor de actuariële functie onder IORP II lijken in dit opzicht minder zwaar. Allereerst stelt artikel 24 van de richtlijn dat één persoon meerdere sleutelfuncties mag combineren, behalve de Interne Auditfunctie. Effectief betekent dit dat één persoon de Risicomanagement en de actuariële functie mag vervullen. Overigens lijken de taken van de Risicomanagement functie strijdig met de bepalingen van onafhankelijkheid van de certificerend actuaris in de Pensioenwet, aangezien dit risicobeheer taken betreffen. Voorts stelt artikel 24 dat de persoon die die sleutelfunctie vervult, niet een soortgelijke functie binnen een aan het pensioenfonds bijdragende onderneming mag vervullen, tenzij lidstaten dat toestaan. Tot slot stelt artikel 27 lid 2 dat fondsen ten minste 1 onafhankelijke persoon moeten aanwijzen van binnen of buiten het fonds die verantwoordelijk is voor de actuariële functie.

Concluderend lijkt het er dus op dat vanuit het oogpunt van onafhankelijkheid de eisen aan een certificerend actuaris zwaarder zijn dan aan de actuariële functie. Met andere woorden, een certificerend actuaris zou vanuit het perspectief van onafhankelijkheid de actuariële functie kunnen vervullen, zolang de actuariële functie niet wordt gecombineerd met de risicomanagement functie. Uiteraard moet dit dan wel een persoon zijn van buiten het pensioenfonds.

Voorgeschreven taken

Zowel in de Pensioenwet (voor de certificerend actuaris) als in IORP II (actuariële functie) zijn de taken van beide functies vastgelegd. Voor de certificerend actuaris geldt dat hij zich ervan moet overtuigen dat voldaan is aan artikel 126 tot en met 140 van de Pensioenwet (dit is vastgelegd in artikel 147.4 van de Pensioenwet). Effectief betekent dit dat de certificerend actuaris de taken van een fonds, die in deze artikelen staan, op juistheid en naleving controleert. In onderstaande tabel hebben wij de taken tegenover elkaar gezet waar deze overlappen en ook waar dit niet het geval is. Hieruit blijkt dat er met name in de controle op de juistheid van de technische voorzieningen (de meest arbeidsintensieve taak van de certificerend actuaris) een grote overlap is. De overige controlerende taken van de certificerend actuaris zijn in onze ogen goed verenigbaar met de uitoefening van de actuariële functie. Omgekeerd voegt het takenpakket van de actuariële functie een viertal taken toe die kunnen schuren met de onafhankelijkheid van de certificerend actuaris. Dit komt met name door het gebruik van woorden zoals “coördineert” en “advies” in de omschrijving van de taken. Echter, bij een voldoende duidelijke en beperkte invulling van de taken lijkt het mogelijk deze als controlerend te kwalificeren. Daarbij dient ook in acht te worden genomen dat IORP II in de wetgeving moet worden opgenomen. Hierbij valt te verwachten dat de taakafbakening voldoende duidelijk wordt vormgegeven (zie ook de volgende paragraaf voor meer informatie over het verwerken van IORP II tot wetgeving).

Politiek en toezichthouder

Nu op basis van bovenstaande analyse de mogelijkheid lijkt te bestaan, onder voorwaarden, om de certificerend actuaris ook de taken van de actuariële functie te laten uitoefenen, is het de vraag hoe de politiek en de toezichthouder (DNB) hiernaar kijken.

De vorige Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jetta Kleinsma, heeft in haar kamerbrief van 13 april 2017 aangegeven dat de werkzaamheden. die in verband staan met de sleutelfuncties. al bekend zijn in de Nederlandse praktijk, maar dat deze nog expliciet dienen te worden vastgelegd in de Nederlandse wet- en regelgeving. Verder is de Staatssecretaris van mening dat de taken van de actuariële functie al deels vastliggen in de Pensioenwet en daarbij noemt zij met name artikel 147 inzake de certificerend actuaris. Daarmee lijkt de Staatssecretaris ook ruimte te zien om beide functies in één te combineren.

DNB heeft zich nog niet formeel uitgelaten over de invulling van de sleutelfuncties. Wel geeft DNB aan in 2018 aandacht te gaan besteden aan de voortgang die pensioenfondsen boeken ten aanzien van de inrichting van sleutelfuncties.

Lessen uit Solvency II

Ongeacht of het mogelijk is beide functies te combineren of niet, dienen fondsen goed na te denken over een zorgvuldige invulling van de actuariële functie. Het Europese Toezichtskader voor verzekeraars (Solvency II) kent ook een actuariële functie. Uit de inrichting daarvan door verzekeraars valt voor pensioenfondsen een aantal belangrijke lessen te trekken:

  1. Begin op tijd – Het lijkt wellicht voor de hand te liggen, maar een zorgvuldige en efficiënte inrichting van de actuariële functie kost een aanzienlijke hoeveelheid tijd en overwegingen. Om daar een zorgvuldige afweging in te maken is tijd nodig. Nadat alle wensen en overwegingen in kaart zijn gebracht, moet ook nog de juiste persoon worden gezocht. Ook dit kan, gegeven het beperkte aanbod aan geschikte personen, tijdrovend zijn.
  2. Uitbesteding of “in huis” – De afweging om de functie extern te laten bekleden wordt vaak door kostenoverwegingen in relatie tot het fondsvermogen ingegeven. Echter, andere overwegingen kunnen ook van wezenlijk belang zijn. Een belangrijke afweging bij uitbesteding is namelijk ook hoe het pensioenfonds de verantwoordelijkheid neemt voor het werk van de uitbestede actuariële functie. En hoe het bestuur van het fonds het uitgevoerde werk van de actuariële functie beoordeelt en uitdaagt. Is daar dan voldoende kennis voor aanwezig?
  3. Tot slot vergt ook de vastlegging van de inrichting van de functie en de afbakening van een duidelijk takenpakken de nodige tijd en zorgvuldigheid.

Kortom, het is van belang dat pensioenfondsen bij de inrichting van de actuariële functie niet over één nacht ijs gaan, het is meer dan een simpele uitbreiding van de taken van de certificerend actuaris.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig