Geen verhoging van AOW leeftijd door griep-epidemie |
close
Share with your friends

Geen verhoging van de AOW-leeftijd in 2023 door griep-epidemie in 2016/2017?

Geen verhoging van AOW leeftijd door griep-epidemie

Iedere twee jaar publiceert het Koninklijk Actuarieel Genootschap (hierna: AG) een prognosetafel om inzicht te geven in de actuele toekomstige levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Deze prognosetafels vormen veelal de basis voor het vaststellen van de hoogte van de voorzieningen van pensioenfondsen en verzekeraars. Het is van belang dat daarvoor een recente prognosetafel wordt gebruikt die de meest up-to-date sterftekansen weergeeft. De laatst gepubliceerde prognosetafel van september 2016, de Prognosetafel AG2016, is gebaseerd op Nederlandse sterftedata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Europese sterftedata van de Human Mortality Database (HMDB).

Gerelateerde content

Geen verhoging AOW door griep-epidemie

Het CBS is eind 2017 naar buiten gekomen met het bericht dat de stijging in de levensverwachting in Nederland is gedaald als gevolg van hoger dan verwachte sterfte in de tweede helft van 2016 en in de eerste helft van 20171. De hogere sterfte wordt toegeschreven aan een hardnekkige griepepidemie en lijkt dus een incidenteel karakter te hebben. Om het effect van een incidenteel afwijkend jaar op de lange termijn levensverwachting te kunnen beoordelen, hebben we een fictieve “Prognosetafel AG2017” geconstrueerd. Dit is gedaan door één extra jaar met gerealiseerde sterftedata van de Nederlandse bevolking toe te voegen aan het model dat is gebruikt voor de Prognosetafel AG2016. De Prognosetafel AG2016 is gebaseerd op de sterftedata van de Nederlandse bevolking tot en met 2015.

Als we de fictieve “Prognosetafel AG2017” vergelijken met de Prognosetafel AG2016 dan resulteert dit in de levensverwachtingen die zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 1 toont de resterende levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen op 0-jarige en 65-jarige leeftijd in de kalenderjaren 2017, 2042 en 2067. In grafiek 1 zijn deze verschillen grafisch weergegeven.

Tabel 1 Resterende levensverwachting in 2017, 2042 en 2067 (cohortlevensverwachting)

Grafiek 1 verschil AG2016-“AG2017” resterende levensverwachting in 2017, 2042 en 2067 (cohortlevensverwachting)

In grafiek 1 valt af te lezen dat er voor mannen een klein verschil is tussen de uitkomsten op basis van “Prognosetafel AG2017” en Prognosetafel AG2016 (< -0,1 jaar). Voor vrouwen is de resterende levenslevensverwachting op basis van “Prognosetafel AG2017” iets lager (ongeveer -0,25 jaar) dan op basis van Prognosetafel AG2016. Indien mannen en vrouwen worden gecombineerd, dan blijkt de resterende levensverwachting van een 65-jarige in 2017 op basis van de data tot en met 2016 (“Prognosetafel AG2017”) ongeveer 0,15 jaar lager te liggen dan op basis van de data tot en met 2015 (Prognosetafel AG2016). Als dit verschil wordt veroorzaakt door een incidenteel hardnekkige griepepidemie in de winter van 2016/2017, dan is het aannemelijk dat de resterende levensverwachting in de komende jaren weer in de richting beweegt van de uitkomst op basis van de Prognosetafel AG2016.

Impact AOW-leeftijd

Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de macro gemiddelde levensverwachting2. De toekomstige stijging van de AOW-leeftijd zal in stappen van 3 maanden plaatsvinden, gebaseerd op de periodelevensverwachting3 op 65-jarige leeftijd. Een verhoging van de AOW leeftijd moet uiterlijk 5 jaar van te voren worden aangekondigd en wordt vastgesteld op basis van cijfers van het CBS. Nadat eind 2016 is besloten dat de AOW-leeftijd per 2022 verhoogd zal worden naar 67 jaar en 3 maanden is op 3 november 2017 door de ministerraad besloten dat de AOW-leeftijd in 2023 niet verder verhoogd hoeft te worden en gelijk blijft aan 67 jaar en 3 maanden4.

Tabel 2 en grafiek 2 laten zien wat de verschillen zijn in de toekomstige verwachte AOW-leeftijd indien deze wordt gebaseerd op de prognosetafel van het CBS2016, CBS2017, AG2016 en “AG2017”. De stijging van de AOW-leeftijd is een stuk langzamer indien de AOW-leeftijd wordt berekend op basis van CBS2017 dan op basis van CBS2016. Verder valt op dat de voorspellingen op basis van de AG prognosetafels minder verschil laten zien dan de CBS prognosetafels.

Grafiek 2 AOW-leeftijd op basis van CBS2016, AG2016, CBS2017 en “AG2017”

Tabel 2 AOW-leeftijd op basis van CBS2016, CBS2017, AG2016 en “AG2017”

Wij concluderen dat de prognosetafels “AG2017” en CBS2017 een lagere stijging in de levensverwachting laten zien dan de prognosetafels AG2016 en CBS2016. Indien dit een incidentele afwijking is, is het aannemelijk dat de toekomstige prognoses weer een hogere stijging zullen laten zien. Op basis van de realisatie van de sterfte in de komende jaren zal vastgesteld kunnen worden of de afwijking structureel of incidenteel van aard is. Met betrekking tot de wettelijke methodiek voor de vaststelling van de verhoging van de AOW leeftijd stellen wij vast dat deze gevoelig is voor incidenteel afwijkende sterfte in het meest recente jaar voorafgaand aan de vaststelling.

1https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/44/levensverwachting-65-jarigen

2http://wetten.overheid.nl/BWBR0002221/2018-01-01 Artikel 7a lid 2.

3De periodelevensverwachting is gebaseerd op sterftekansen in een periode van één kalenderjaar.

4Op basis van de prognosetafel AG2016 zou de AOW-leeftijd per 2023 wel moeten worden verhoogd naar 67 jaar en 6 maanden.
 

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig