Wat staat pensioenfondsen te wachten? |

Wat staat pensioenfondsen te wachten?

Wat staat pensioenfondsen te wachten?

Vanaf 2020 dreigen vastgoedbeleggingsfondsen hun FBI-status te verliezen en moeten zij vennootschapsbelasting gaan betalen. Deze maatregel zal een grote impact hebben, ook voor de pensioenfondsen die in deze vastgoedfondsen beleggen. Arno Eliëns, Tax advisor bij Meijburg & Co, vermoedt dat het kabinet de maatregel ondanks alle kritiek zal doorzetten. Voor de vastgoedfondsen waarin pensioenfondsen beleggen, is er volgens hem evenwel een fiscaal alternatief.

1000

Gerelateerde content

FBI status van vastgoedbeleggingsfondsen

Wat is er aan de hand?

Veel vastgoedbeleggingsfondsen hebben de status van fiscale beleggingsinstelling (FBI). Deze FBI-status houdt in dat zo’n vastgoedfonds geen vennootschapsbelasting hoeft te betalen. In het regeerakkoord dat het kabinet Rutte III in oktober 2017 presenteerde, wordt een hervorming van het belastingstelsel aangekondigd. Een van de maatregelen is dat de FBI-status van fondsen die in Nederlands vastgoed beleggen, wordt afgeschaft. Gevolg daarvan is dat de vastgoedfondsen 21% vennootschapsbelasting gaan betalen, zodat de rendementen aanzienlijk lager zullen zijn.

Waarom wil het kabinet dit?

De maatregel is eigenlijk een neveneffect van het besluit om de dividendbelasting af te schaffen. Vastgoedfondsen hoeven effectief geen vennootschapsbelasting te betalen als zij het jaarlijkse beleggingsrendement als dividend uitkeren. De gedachte achter deze vrijstelling is dat de Nederlandse schatkist al profiteert van de 15% dividendbelasting, die de fondsbeleggers over die uitkering betalen. Deze grondslag valt echter weg als de dividendbelasting wordt afgeschaft. Het kabinet wil nu als het ware de rekening verschuiven door de FBI-status van de vastgoedfondsen op te heffen en hen vanaf 2020 vennootschapsbelasting te laten betalen.

Voor pensioenfondsen, die de dividendbelasting nu terugkrijgen van de Nederlandse schatkist, betekent dit dus een aanzienlijke rendementsdaling.

Overvalt het kabinet ons met dit voornemen?

Sommige criticasters beweren dat de maatregel uit de lucht komt vallen, maar dit is niet het geval. De maatregel wordt al genoemd in de herziene Ombuigings- en intensiveringslijst 2017 die het Ministerie van Financiën in april 2017 publiceerde als hulpmiddel voor het nieuw te vormen kabinet om keuzes te maken voor het regeerakkoord.

Waarom is er kritiek op de maatregel?

In de herziene Ombuigings- en intensiveringslijst 2017 meldt het Ministerie van Financiën dat de maatregel 50 miljoen euro per jaar zal opleveren. Deze opbrengst is echter een schijntje vergeleken met de verwachte kosten voor de markt. In de praktijk heeft de maatregel tot gevolg dat veel vastgoedfondsen in hun huidige vorm alleen direct in vastgoed mogen blijven beleggen, als zij 21% vennootschapsbelasting gaan betalen. Dat zal het beleggingsrendement dusdanig drukken, dat men naar andere oplossingen gaat zoeken en er een enorme herstructurering zal plaatsvinden van het vastgoed dat nu onder beheer van de FBI-vastgoedfondsen staat. Alleen al de overdrachtsbelasting die naar verwachting met deze herstructurering gemoeid is, wordt geraamd op zo’n 700 miljoen euro.

Een ander kritiekpunt is dat Nederlands vastgoed ten opzichte van buitenlands vastgoed minder aantrekkelijk zal worden om in te beleggen, omdat in andere Europese landen voor vastgoed nog wel gunstige belastingregels gelden. Juist omdat pensioenfondsen de laatste jaren van overheidswege nadrukkelijk is gevraagd om meer in Nederland te investeren, is de maatregel niet logisch. Sterker nog, de maatregel zal eerder het tegendeel bewerkstelligen.

Valt er nog meer op af te dingen?

Er is nog veel meer over te zeggen, maar een ander opmerkelijk effect is dat de maatregel een eerder streven naar professionalisering doorkruist. Voorheen hadden de pensioenfondsen veel vastgoed rechtstreeks op de balans staan, hoewel zij niet gespecialiseerd waren in het beheer hiervan. De vastgoedfondsen met FBI-status maakten het mogelijk om dit op grote schaal uit te besteden aan professionele beleggingsexperts en een grotere risicospreiding te realiseren. Dit zou de kwaliteit van de vastgoedportefeuilles ten goede komen, was de logische gedachte. De nieuwe maatregel breekt met deze logica.

Waarom is er een gerede kans dat de maatregel toch doorgaat?

Ondanks alle kritiek is er reden om te veronderstellen dat het kabinet de maatregel doorzet. Ten eerste omdat de voorgenomen maatregel onderdeel uitmaakt van het regeerakkoord, een hard bevochten compromis waaraan vier politieke partijen zich gecommitteerd hebben: zij zullen daar niet snel wijzigingen in aanbrengen. Ten tweede omdat de maatregel het gevolg is van een grotere fiscale maatregel: de afschaffing van de dividendbelasting. Behalve omwille van politieke redenen gebeurt dit ook omwille van een belastingvereenvoudiging die het Ministerie van Financiën zal verwelkomen. Ten slotte ziet het Ministerie van Financiën niet graag dat bepaalde buitenlandse beleggers, die bijvoorbeeld op grond van door Nederland gesloten belastingverdragen de dividendbelasting terugontvangen, in Nederland effectief geen belasting betalen over hier gelegen onroerend goed.

Aan de andere kant gaan er recentelijk wel steeds meer politieke stemmen op tegen de afschaffing van de dividendbelasting. Dat gebeurt met name ook bij regeringspartijen in de Eerste Kamer. Zolang de politieke race voor de afschaffing van de dividendbelasting niet gelopen is, is er ook geen definitieve duidelijkheid over de FBI-status voor de vastgoedbeleggingsfondsen.

Is er een fiscaal alternatief voor de maatregel?

Ja, beter dan de vastgoedfondsen vennootschapsbelasting te laten betalen, is het om hun een fiscaal transparante status te geven. Bij de fiscaal transparante status wordt als het ware door de beleggingsinstelling heen gekeken. In de praktijk betekent dit dat vennootschapsbelasting over de resultaten wordt geheven bij de achterliggende participanten, waaronder de pensioenfondsen. De pensioenfondsen behouden daarbij dan hun vrijstelling op de vennootschapsbelasting.

Overigens heeft zo’n fiscaal transparant fonds wel een nadeel ten opzichte van een fonds met FBI-status. Er geldt namelijk een grotere beperking in de verhandelbaarheid van de beleggingen: die kunnen niet zomaar van de ene marktpartij op de andere overgaan.

Hoe gaat het nu verder?

In de loop van 2018 zal duidelijk worden of het kabinet besluit tot afschaffing van de dividendbelasting en bijgevolg ook de FBI-status van vastgoedfondsen zal opheffen. Ook zal dan duidelijk worden hoe de maatregel concreet ingevuld gaat worden en of er overgangsrecht komt voor bestaande FBI’s die in vastgoed beleggen. Als die duidelijkheid er is, zullen de vastgoedbeleggingsfondsen hun plannen voor een fiscale herstructurering bekend maken. Mochten pensioenfondsen in dat stadium geen concrete plannen gepresenteerd krijgen, dan moeten ze daar nadrukkelijk naar informeren.

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Arno Eliëns, 088 909 1486 of per e-mail.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig