Arnoud Boot over de roep om een nieuw monetair stelsel | KPMG | NL

Fast Forward: 'De ankers van dit systeem zijn losgeslagen'

Arnoud Boot over de roep om een nieuw monetair stelsel

De crisis ontstond door excessieve kredietverlening. En tijdens de recessie hielden de banken noodgedwongen de hand op de knip. Hoe houdbaar is dit monetaire stelsel? Is het tijd voor een compleet nieuw systeem? Arnoud Boot gelooft er niet in. ‘Inmiddels zijn er teveel hoofdrolspelers, met uiteenlopende belangen.’

1000

Gerelateerde content

Foto Arnoud Boot

Zo’n anderhalf miljoen mensen keken laatst naar twee speciale uitzendingen van tv-programma Radar over ons geldstelsel. Macro-econoom Arnoud Boot schudt nog eens ongelovig zijn hoofd. ‘Anderhalf miljoen kijkers! We konden ons een paar jaar geleden toch niet voorstellen dat zoveel mensen interesse zouden hebben in zo’n moeilijk, abstract onderwerp? Het geeft eens te meer aan hoezeer dit onderwerp nu leeft onder de bevolking.’

Vorig jaar zei u dat het niet zozeer de banken zijn die failliet gaan, op een paar na, maar dat het monetaire systeem failliet is. Hoe verklaart u dat?

Arnoud Boot: ‘De kapitaalstromen op de financiële markten zijn niet alleen veel groter geworden, maar ook zeer fluïde. Met dank aan de moderne technologie waardoor alles verhandelbaar is geworden. Al dat flitskapitaal maakt het erg ingewikkeld voor toezichthouders en internationale autoriteiten om financiële instellingen in de hand te houden. Daarbij komt ook nog dat het systeem zich, via schuldverlening, onbeperkt kan vermenigvuldigen. Zonder dat dit iets te maken heeft met de reële economie. Dat ongrijpbare mag je intussen wel een systeemfout noemen. In die zin is het monetair stelsel failliet.'

Verklaart die beweeglijkheid van kapitaal ook de soms enorme en snelle uitslagen op de beurzen?

‘Absoluut. Die beweeglijkheid is onvoorstelbaar destabiliserend. Dat heeft vergaande gevolgen. Je kon bijvoorbeeld vroeger als land nog macro-economisch bijsturen door je munt te de- of te revalueren, als een soort ventiel om de druk op te voeren of af te laten nemen. Dat heeft nu vrijwel geen zin meer. Een groot land als India ziet zijn munt direct hard in waarde dalen, als de Fed alleen maar suggereert dat het de rente gaat verhogen en de dollar dus meer waard wordt. Dan stroomt een enorme geldhoeveelheid razendsnel van India naar de VS. Zo’n land wordt dan in één klap leeggetrokken. Als je kijkt naar ons monetaire systeem, is duidelijk dat de ankers zijn losgeslagen.’

Moeten de belangrijkste landen dan niet de handen ineenslaan, om het monetaire systeem aan te passen of te vervangen door iets anders?

‘Dat zou mooi zijn. Maar dat is nu niet meer te doen. Vroeger wel. In 1944 werd, onder leiding van Amerika en Engeland, een nieuwe monetaire architectuur bedacht, die we kennen als “Bretton Woods”. Die twee landen waren toen leidend, en dus in staat om de regie te voeren. Bretton Woods voorzag in de invoering van een stelsel vanvaste wisselkoersen. Alleen de dollar kon tegen een vaste hoeveelheid goud worden ingewisseld bij de Amerikaanse Centrale Bank. Voor alle andere valuta bepaalde men een vaste wisselkoers met de dollar, maar die valuta waren niet direct inwisselbaar tegen goud. Destijds betekende die herinvoering van de goudstandaard dat het financiële systeem werd gestabiliseerd. Maar nu? Bretton Woods is nostalgie die niet zou passen. Inmiddels zijn er ook teveel hoofdrolspelers, met uiteenlopende belangen. Zeker in deze tijd van opkomend protectionisme krijg je die landen nooit allemaal tegelijk aan tafel.’

Acteur George van Houts trok met zijn theatergezelschap De Verleiders volle zalen met de voorstelling 'Door de bank genomen'. Hij legde in dat toneelstuk de schuld nadrukkelijk bij de banken. Terecht?

‘Dat gaat mij te ver, hoewel ik zijn pessimisme over de financiële sector wel deel. Punt is dat we het bestaande systeem met z’n allen hebben laten ontsporen. De banken hadden de toezichthouders en wetgevers in hun zak. De kredietverlening kon daardoor volledig uit de hand lopen. Waarna bijvoorbeeld de Nederlandse huizenmarkt is ontploft. Dat zoveel mensen op zo’n toneelstuk afkomen, is een teken aan de wand: er is algemene onrust onder de bevolking, gevoed door het toenemende wantrouwen in banken. Nu realiseren steeds meer mensen zich dat de commerciële banken een zeer belangrijke rol spelen in de geldschepping. Dat dat niet iets is van de overheid. En het publiek gaat ervan uit dat er bij banken van alles en nog wat mis is. Daarmee is ook een deel van het vertrouwen in ons geldstelsel verdwenen.’

Er gaan geluiden op dat we die geldschepping dus maar beter kunnen overlaten aan de staat. Vindt u dat ook?

‘Nee, niet per se. Kredietverlening moet hoe dan ook privaat blijven, anders krijg je staatskapitalisme. Het is beter om te onderzoeken op welke punten we het huidige monetaire systeem kunnen verbeteren. Robuuster kunnen maken. Denk ook niet dat de ambtenaren op het ministerie van Financiën of bij DNB nou zo ontzettend veel kennis hebben van ons geldstelsel; en dat is ook wel logisch op zich, want waarom zou je je verdiepen in iets dat altijd zo vanzelfsprekend is geweest? We moeten accepteren dat ons financieel stelsel voorlopig niet stabiel zal worden. Of de geldschepper nu een publiek instituut of private marktpartij is, deze zal altijd opereren in een maatschappelijk krachtenveld dat ertoe aanzet de risico’s en rendementen in goede tijden te zonnig in te zien en in slechte tijden te donker. Wat het financieel systeem dus vooral moet doen: tegenwicht bieden aan overmatig conjunctureel optimisme en pessimisme, en tegelijk ook ruimte bieden voor nog onbekende vernieuwingen. Geldschepping is daarmee een taak van groot maatschappelijk belang. Een taak die helaas altijd de nodige risico’s zal kennen.’

Afgelopen najaar presenteerde u namens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan het kabinet het rapport 'Samenleving en financiële sector in evenwicht'. Wat is de essentie daarvan?

‘We constateren dat de samenleving als geheel zelf verantwoordelijk is voor de explosieve groei van de financiële sector. Tegelijk zijn we er met z’n allen te afhankelijk van geworden. En die onzekerheden houden we nog wel een tijdje. Dus moeten we zorgen dat we die afhankelijkheid verkleinen, zodat we als maatschappij niet op het verkeerde been komen te staan als die financiële sector weer te dominant wordt. En weer voor evenwicht zorgen tussen de samenleving en de financiële sector.’

Hoe maken we ons dan minder afhankelijk van de banken?

‘We hebben in Nederland te maken met kolossale pensioenvermogens, maar tegelijk met hoge hypotheekschulden. Je moet tegelijkertijd sparen voor je pensioen en lenen voor je huis. Dat is raar en maakt de financiële industrie veel te belangrijk. Een betere “matching” is nodig. Het pensioenvermogen wordt niet productief gebruikt, maar afstandelijk belegd in financieel papier dat ver staat van investeren in de reële economie. En dat terwijl de kwaliteit van ons toekomstige pensioen echt afhankelijk is van de “verdiencap” van de toekomstige economie.’

Hoe dan?

‘In ons WRR-rapport komen we met 32 concrete aanbevelingen aan de politiek. We kunnen belangrijk ingrijpen op fiscaal terrein, het huisvestingsbeleid en het pensioenstelsel. Zo pleiten we voor onder meer het afschaffen de fiscale bevoordeling van schuld, de renteaftrek dus, ten opzichte van het eigen vermogen. Eigen vermogen mag niet worden benadeeld. Dan maak je het ongebreideld lenen van geld voor hen minder aantrekkelijk. En we kunnen banken en daarmee het financieel stelsel verstevigen door hogere eisen te stellen aan het risicodragend vermogen bij banken; en hen op te leggen hun risicovolle activiteiten, vooral aan de kant van het zakenbankieren, te beperken.’

Hebben bankiers hun gedrag de laatste jaren verbeterd? Of nemen ze nog steeds teveel risico's?

‘Voor de situatie in Nederland ben ik op dat punt voor de komende paar jaar totaal niet bezorgd. Bankiers zitten hier totaal in de kramp, door strengere regelgeving en angst voor negatieve publiciteit. Met ieder negatief bericht op de voorpagina van een krant vrezen ze weer een nieuwe golf regels over zich heen te krijgen. In de VS is dat overigens heel anders. Daar zie je bankiers die heel transactiegericht bezig zijn, weer de overhand krijgen. Zodat Amerikaanse banken per saldo niet meer ondersteunend zijn aan de reële economie, maar leidend; op een hele verkeerde manier. De verkiezing van Donald Trump, die bankiers van Goldman Sachs in zijn regering haalt, zal dat effect alleen maar verergeren, vrees ik.’

Denkt u dat de opkomst van Fintech, van blockchain-toepassingen tot een intitiatief als Apple Pay, impact kan hebben op het monetaire stelsel?

‘Mmm, ingewikkeld. Het stelsel zie ik er niet direct door veranderen. Maar ik denk wel dat fintechs die een platform bieden en een directe interface richting klanten, een bedreiging gaan vormen voor het businessmodel van traditionele banken. Zij kunnen hun klantcontacten makkelijk kwijtraken aan die nieuwe spelers, en glijden dan af naar een positie van een toeleveringsbedrijf voor nieuwe platforms. Hooguit kunnen de banken dan richting hun zakelijke klanten de rol van adviseur behouden. In die zin wordt de toekomst voor zowel overheden als de spelers in de financiële sector nog complexer en onvoorspelbaarder.’

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig