Levensverwachting vrouwen neemt verder toe | KPMG | NL

Levensverwachting vrouwen neemt verder toe

Levensverwachting vrouwen neemt verder toe

Op 13 september 2016 heeft het Actuarieel Genootschap (hierna: AG) de “Prognosetafel AG2016” gepubliceerd. Dit is de opvolger van de in 2014 gepubliceerde “Prognosetafel AG2014”. Deze nieuwe prognosetafel is gebaseerd op het stochastisch model dat in 2014 is geïntroduceerd. De prognosetafel geeft inzicht in de actuele levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Dit is zowel voor verzekeraars en pensioenfondsen interessant als voor de bevolking in Nederland.

1000

Contact

Senior manager

KPMG Nederland

Contact

Gerelateerde content

Levensverwachting vrouwen neemt verder toe

Zo wordt voor het vaststellen van de hoogte van de verplichtingen voor pensioenfondsen veelal gebruik gemaakt van de overlevingskansen van het AG. Via de hoogte van de verplichtingen werken de nieuwe overlevingskansen door in de dekkingsgraad, wat gevolgen kan hebben voor de hoogte van de pensioenaanspraken. Daarnaast zijn de overlevingskansen interessant voor de Nederlandse samenleving, omdat de AOW-leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gemiddelde levensverwachting. Daarom gaan wij in dit artikel in op de voornaamste wijzigingen in de levensverwachting en de mogelijke consequenties daarvan op de AOW-leeftijd en de voorziening pensioenverplichtingen. Dit is op basis van de informatie uit de publicatie van het AG.

De opzet van de Prognosetafel AG2016 is ten opzichte van de Prognosetafel AG2014 met name op de volgende punten aangepast:

  • Bij de schatting van het model wordt nu rekening gehouden met de correlatie tussen de sterftekansen van mannen en vrouwen (impact op de levensverwachting bij geboorte: -0,5 jaar voor mannen en +0,6 jaar voor vrouwen);
  • De dataset is aangepast. De dataset, met Europese sterftedata voor landen waarvan het Bruto Binnenlands Product boven het Europese gemiddelde ligt, is uitgebreid met Noord-Ierland, Schotland en Oost-Duitsland en aanvullende informatie vanuit Eurostat. Tevens zijn voor Nederland de observaties uit 2014 en 2015 toegevoegd aan de dataset (effect op de levensverwachting bij geboorte: +0,5 jaar voor mannen en -0,1 jaar voor vrouwen).

Onderstaande tabel geeft de verwachte (resterende) levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen vanaf de geboorte en vanaf leeftijd 65 jaar op basis van de AG2014 en AG2016 prognosetafels.


Tabel 1 Resterende levensverwachting in 2016 (cohortlevensverwachting1)

Impact AOW-leeftijd

Met ingang van 1 januari 2013 heeft de overheid besloten om de vaste AOW-leeftijd van 65 jaar los te laten en de AOW-leeftijd in stappen te verhogen naar 67 jaar. In aanvulling is per 2016 de AOW-leeftijd versneld omhoog gegaan, resulterend in een AOW-leeftijd in respectievelijk 2018 en 2021 van 66 en 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de macro gemiddelde levensverwachting.

Hierdoor zullen toekomstige stijgingen van de AOW-leeftijd in stappen van 3 maanden per jaar volgen als de stijging in de periodelevensverwachting2 op 65-jarige leeftijd dit vereist. De verhoging moet uiterlijk 5 jaar van te voren worden aangekondigd en wordt vastgesteld door het CBS. Dit houdt in dat de AOW-leeftijd geldig in 2022 per 1 januari 2017 moet worden vastgesteld op basis van de dan beschikbare prognosetafel.

Onderstaande tabel en grafiek laten zien wat de verschillen zijn in de AOW-leeftijd indien deze worden gebaseerd op de prognosetafel van het CBS2015, AG2014 en AG2016:

Gevolgen voor de voorziening

Veel pensioenfondsen zullen de nieuwe prognosetafel AG2016 gaan hanteren. Het is immers de tafel met de meest recente informatie over sterftetrends en daarmee de meest aangewezen (AG)-Prognosetafel om te voldoen aan artikel 126 in de Pensioenwet, dat fondsen verplicht tot het vaststellen van toereikende technische voorzieningen.

Zoals hierboven toegelicht dalen de sterftekansen volgens de nieuwe tafel sterker dan volgens de vorige prognosetafel (AG2014), met name voor vrouwen. Dit betekent dat een overstap naar de nieuwe tafel naar verwachting leidt tot een verhoging van de voorziening met ongeveer 0,5%. De exacte stijging hangt uiteraard wel af van specifieke eigenschappen van het pensioenfonds, zoals onder andere 1) de man-vrouw verhouding, 2) de verhouding tussen opbouw ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen en 3) de gemiddelde leeftijd.

Over KPMG

Vanuit de branchegroep Pensioenen ondersteunen wij pensioenfondsen op een breed scala van strategische en actuariële vraagstukken. Daarnaast helpen wij pensioenfondsen met onderwerpen als compliance met regelgeving, integriteit van IT-systemen, actuariële certificering en controle van de jaarrekening. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de schrijvers van dit stuk: Olivier Roodenburg, Bianca Meijer en Janinke Tol.

 

1 De cohortlevensverwachting wordt berekend door de sterftekans te hanteren
  behorende bij het jaar waarop de betreffende leeftijd is bereikt.
2 De periodelevensverwachting is gebaseerd op sterftekansen in een periode
  van één kalenderjaar.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig