Belgische vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing | KPMG | BE
close
Share with your friends

Belgische vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid uitgebreid tot de bouwsector

Belgische vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Belgische vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid uitgebreid tot de bouwsector

Ingevolge de wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de versterking van de sociale cohesie werd de reeds bestaande vrijstelling voor ploegenarbeid vanaf 1 januari 2018 uitgebreid naar de bouwsector. Ondernemingen die in de bouwsector werkzaam zijn en die werknemers in ploegen tewerkstellen, kunnen sindsdien genieten van een vrijstelling voor de doorstorting van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing op de door hen betaalde of toegekende bezoldigingen en premies. Dit gedeelte hoeft door de onderneming aldus niet meer doorgestort te worden aan de Belgische Schatkist. Naast ondernemingen die in de bouwsector werkzaam zijn, geldt deze maatregel ook voor uitzendbedrijven die uitzendkrachten ter beschikking stellen aan deze ondernemingen.

De Belgische regering beoogt door middel van deze wijzigingen de werkzaamheidsgraad binnen de bouwsector te bevorderen, de loonkost te verlagen en de indirecte sociale fraude en sociale dumping te bestrijden. Twee circulaires van respectievelijk 11 en 15 juni 2018 hebben hieromtrent recent meer duidelijkheid verschaft.

Wie komt in aanmerking?

Ondernemingen in de bouwsector (dat wil zeggen iedere onderneming die zich bezighoudt met 'werk in onroerende staat' in de zin van de BTW-wetgeving) waar werknemers in ploegverband werken in onroerende staat verrichten, komen in aanmerking voor deze maatregel. Dit betreft ondernemingen waar 'ploegenarbeid'wordt verricht in één of meerdere ploegen die minstens twee personen omvatten en waarbij deze ploegen op locatie hetzelfde of complementair werk in onroerende staat verrichten. We merken hierbij op dat 'werk in onroerende staat' in ruime zin begrepen dient te worden en bijgevolg niet alleen het geheel of gedeeltelijk bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken van een onroerend goed omvat, maar ook betrekking heeft op het aanbrengen van een roerend goed aan een onroerend goed. Werknemers die werk in onroerende staat verrichtingen in een atelier of administratief personeel komen niet in aanmerking voor deze maatregel.

Om in aanmerking te komen dient het brutoloon van de werknemer ten minste € 13,75  per uur te bedragen (€ 17,42 - geïndexeerd bedrag voor 2018) en dient de werkgever:

  • een belastbare ploegenpremie te betalen of toe te kennen aan zijn werknemers;
  • schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing op de ploegenpremie te zijn; en
  • de volledige bedrijfsvoorheffing op de betrokken bezoldigingen en ploegenpremies in te houden.

Vrijstellingspercentages

Alhoewel de definitie van ploegenarbeid is verruimd, is het vrijstellingspercentage met ingang van 1 januari 2018 drastisch verlaagd naar 3% (in vergelijking met het algemene vrijstellingspercentage van 22,8%). Deze verlaging wordt echter wel weer gevolgd door een graduele stijging van het vrijstellingspercentage voor bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2019 (6%) en 1 januari 2020 (18%).

Een belangrijke nieuwigheid hierbij is dat de wijze waarop deze vrijstelling wordt berekend, is aangepast voor de industriële sector en de bouwsector. De vrijstelling wordt voortaan niet meer berekend op het niveau van de individuele werknemer, maar per groep van werknemers die in aanmerking komen voor deze vrijstelling ('collectieve berekeningsmethode') waarbij het vrijstellingspercentage toegepast wordt op het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de werknemers op wie deze vrijstelling van toepassing is'.

Praktisch

De bovengenoemde vrijstelling is niet van toepassing op premies andere dan de ploegenpremie, het vakantiegeld, de eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen en kan niet gecumuleerd worden met de reeds bestaande vrijstelling voor doorstorting van de bedrijfsvoorheffing bij nacht- en ploegenarbeid. Daarnaast dient voor de vrijstelling een bijzondere aangifte gedaan te worden in de bedrijfsvoorheffing via het sociaal secretariaat van de desbetreffende onderneming.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

Gerelateerde content