Belastingplan 2019: Nederlandse loonbelasting | KPMG | BE
close
Share with your friends

Belastingplan 2019: ontwikkelingen op het vlak van de Nederlandse loonbelasting

Belastingplan 2019: Nederlandse loonbelasting

Belastingplan 2019: ontwikkelingen op het vlak van de Nederlandse loonbelasting

Hierna bespreken wij de meest in het oog springende wijzigingen voor de Nederlandse loonbelasting.

30%-regeling verkort naar vijf jaar (met overgangsrecht)

In de mei-editie van deze nieuwsbrief informeerden wij u al over de aankondiging van het kabinet om de maximale periode van toekenning van de 30%-regeling met ingang van 1 januari 2019 te beperken van acht tot vijf jaar. Naar aanleiding van deze aankondiging werd duidelijk dat de voorgestelde wijziging ook zou gelden voor werknemers die momenteel gebruikmaken van de 30%-regeling. Inmiddels heeft het kabinet bekendgemaakt dat voor werknemers die momenteel gebruikmaken van de 30%-regeling en voor wie de regeling als gevolg van de wijzigingen in 2019 of 2020 vervalt, in 2019 en 2020 nog de bestaande regeling zal gelden.

Vanwege de verkorting van de toekenningsduur van de 30%-regeling wordt ook de mogelijkheid om de extraterritoriale kosten belastingvrij te vergoeden beperkt tot een periode van vijf jaar. Schoolgelden voor een internationale school mogen onder de 30%-regeling onbelast worden vergoed. Indien de gelden betrekking hebben op het schooljaar 2018/2019, mogen deze in 2019 onbelast worden vergoed aan werknemers die op dat moment nog van de 30%-regeling gebruik hadden kunnen maken indien de toekenningsduur niet was beperkt.

Daarnaast wordt het keuzerecht voor de partiële buitenlandse belastingplicht teruggebracht van acht naar vijf jaar. Dit keuzerecht houdt in dat de werknemer voor de belastingheffing in box 2 en box 3 wordt aangemerkt als buitenlands belastingplichtige. In principe betekent dit dat de belastingplichtige in box 2 slechts in de heffing wordt betrokken voor inkomsten uit een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap en in box 3 voor inkomsten uit in Nederland gelegen onroerende zaken (niet zijnde de eigen woning).

Fiets van de zaak

De regeling voor de fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Vanaf 2020 zal voor het privégebruik van de fiets van de zaak een vaste bijtelling gelden, zoals voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling gesteld op 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief accessoires die met de fiets ter beschikking worden gesteld.

Heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen

In het Belastingplan van vorig jaar was reeds een wijziging voor de heffingskortingen opgenomen. Met ingang van 1 januari 2019 mag in de salarisadministratie voor buitenlandse belastingplichtigen alleen nog rekening worden gehouden met het belastingdeel van de arbeidskorting en niet met het belastingdeel van de overige heffingskortingen (zoals de algemene heffingskorting).

Als aanvullende voorwaarde voor het toepassen van het belastingdeel van de arbeidskorting in de salarisadministratie geldt dat de werknemers wonen in een land binnen de EU/EER, Zwitserland of de BES-eilanden. In het kader hiervan moet de werkgever dus gaan vastleggen wat de fiscale woonplaats van zijn werknemers is. In de vorige editie van deze nieuwsbrief berichtten wij u al dat voor werknemers die geen fiscale woonplaats in Nederland hebben hun buitenlandse woonadres in de Nederlandse salarisadministratie dient te worden opgenomen. Indien het (onjuiste) Nederlandse verblijfsadres is opgenomen, is in principe het anoniementarief van toepassing.

Nog van belang is dat de werkgever bij buitenlandse belastingplichtigen geen onderscheid kan maken tussen kwalificerende en niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Voor de werkgever is immers niet altijd duidelijk of de werknemer over meer dan 90% van het wereldinkomen in Nederland belasting betaalt en of de werknemer een inkomensverklaring van de buitenlandse belastingdienst kan overleggen. Indien de werknemer kwalificeert als kwalificerende buitenlands belastingplichtige, heeft hij eveneens recht op het belastingdeel van de overige heffingskortingen en kan dit recht via de aangifte inkomstenbelasting te gelde worden gemaakt.

Dit laatste geldt overigens niet voor inwoners van België die in Nederland werkzaam zijn. Zij hebben namelijk recht op onder meer het belastingdeel van de algemene heffingskorting op basis van de non-discriminatiebepaling in het belastingverdrag tussen Nederland en België en de goedkeuring in een beleidsbesluit, ongeacht of sprake is van kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Er moet dan wel een aangifte inkomstenbelasting worden ingediend. De heffingskorting kan gedurende het kalenderjaar al worden geclaimd door middel van het aanvragen van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

Gerelateerde content