Hoe bedrijven mee de verkeersknoop kunnen ontwarren | KPMG | BE
close
Share with your friends

Hoe bedrijven mee de verkeersknoop kunnen ontwarren

Hoe bedrijven mee de verkeersknoop kunnen ontwarren

Olivier Vanneste en Frank Vancamp van het advieskantoor KPMG, beiden overtuigde gebruikers van het openbaar vervoer, lichten vijf prioriteiten toe.

Gerelateerde content

Hoe bedrijven mee de verkeersknoop kunnen ontwarren

Bij heel wat bedrijven staat mobiliteit vandaag hoog op de agenda. In de file staan kost niet alleen veel geld aan de werkgever, werknemers willen ook geen uren meer aanschuiven om op hun kantoor of bij hun cliënt te geraken. In de 'war for talent' is een flexibel en doordacht mobiliteitsplan - waarbij alternatieve vervoersmodi hun plaats krijgen naast de (bedrijfs)wagen - een must als ondernemingen competitief willen blijven op de arbeidsmarkt. 

1. Wettelijke initiatieven: cash for car en het mobiliteitsbudget

De federale regering voert twee parallelle systemen in om een deel van de bedrijfswagens van de weg te halen. Cash for car werd eerder dit jaar geïntroduceerd. Het staat nu al vast dat deze maatregel amper succes zal hebben, aangezien slechts een handvol werkgevers het systeem aanbiedt. De reden? Administratief heel complex, bijzonder strikte voorwaarden en vooral: geen echte oplossing voor de mobiliteitsproblematiek. Cash for car is in de eerste plaats een fiscaal verhaal zonder sturend effect. Voor de andere mogelijkheid, het mobiliteitsbudget, is er wel enthousiasme bij werkgevers. Het wetsontwerp, dat de Kamer dit najaar nog moet goedkeuren, geeft werknemers de kans de bedrijfswagen in te leveren of te ruilen voor een kleiner en duurzamer model. Het vrijgekomen budget kunnen ze gebruiken voor alternatieve vormen van mobiliteit zoals een fiets, een elektrische step of zelfs tickets voor een weekendje Amsterdam met het hele gezin.

Het mobiliteitsbudget is een betere maatregel dan cash for car, maar werkgevers moeten op tijd in actie schieten. Welke alternatieve vormen van mobiliteit zullen de werknemers kunnen kiezen? Hoe voeren we het in op een flexibele manier, zonder dat we veel bijkomende administratie creëren? Wie komt er voor in aanmerking? Het mobiliteitsbudget focust namelijk alleen op mensen die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen, terwijl een echte mobiliteitsoplossing moet gelden voor de hele organisatie. 

2. Op maat gemaakt mobiliteitsplan

Hoewel het mobiliteitsbudget een stap in de goede richting is, zal het toepassingsgebied eerder beperkt blijven. Werknemers die 'hun' bedrijfswagen willen inleveren of willen downgraden zijn nog steeds in de minderheid. Veel ondernemingen beseffen dit en introduceren daarom zelf een ruimer mobiliteitsbudget en wachten de wetgeving niet af. Werknemers kunnen in dit kader een bestaand budget inwisselen tegen andere mobiliteitsvormen: een vorm van cafetariaplan, maar met de focus op mobiliteit. Een werknemer met een bedrijfswagen die dagelijks met de trein naar Brussel spoort, heeft bijvoorbeeld geen nood aan een dure parkeerplaats. Met het budget van deze parkeerplaats kan hij een fiets leasen - zo kan hij bij mooi weer naar het station fietsen. Het grote voordeel is dat een werkgever aan iedereen de mogelijkheid biedt om het mobiliteitsbudget flexibel in te vullen, afhankelijk van de juridische en praktische mogelijkheden en de locatie van de onderneming.

3. Aanpassing van de car policy

De meeste bedrijven die bedrijfswagens aanbieden hanteren een strikte car policy, waarbij elke functie recht heeft op een bepaalde categorie van wagen. Flexibiliteit is meestal ver te zoeken in het beleid van de vloot. De nieuwe regels voor de vennootschapsbelasting, die van toepassing zijn vanaf 2020, vormen een eerste uitdaging. Niet alleen zullen de regels over de aftrekbaarheid van de bedrijfswagen en de tankkosten veranderen en complexer worden, ook hogere standaarden in voertuigemissies - de zogenaamde WLTP-normen - zullen ertoe leiden dat heel wat wagens op papier meer CO2 uitstoten, en dus ook meer zullen kosten. Werkgevers moeten hierop anticiperen. Daarnaast zorgt de komst van de elektrische wagen ervoor dat werkgevers hun beleid moeten aanpassen aan de nieuwe realiteit: hoe groene wagens meer stimuleren, wat met laadpalen thuis en op het werk, en hoe worden de elektriciteitskosten betaald? Als de car policy aangepast wordt, kan meteen ook de nodige flexibiliteit worden ingebouwd: zo kan de werknemer de bedrijfswagen kiezen die hij of zij echt nodig heeft.

4. Fietsleasing en fietsinfrastructuur

Heel wat bedrijven stellen al fietsen ter beschikking van hun werknemers. Er is intussen een ruim aanbod waarbij de werknemer zijn of haar fiets kan kiezen bij de lokale fietshandelaar en een volledig pakket krijgt, met verzekering en onderhoud. Het is natuurlijk niet al goud wat blinkt. Eerst en vooral zijn er enkele fiscale en juridische aandachtspunten, zeker indien de fiets wordt aangeboden in ruil voor loon. In veel ondernemingen kunnen de werknemers bijvoorbeeld een fiets leasen indien zij een deel van hun eindejaarspremie inleveren. Dat is interessant voor beide partijen: voor de werkgever zijn het geen bijkomende kosten en de werknemers krijgt tegen een interessante prijs een mooie fiets. Maar het inruilen van de eindejaarspremie is juridisch en fiscaal niet altijd mogelijk, dit hangt bijvoorbeeld af van de sector waartoe de onderneming behoort. Maar wat vooral over het hoofd gezien wordt is een goede fietsinfrastructuur: het volstaat niet een fiets aan te bieden: douches, omkleedruimtes, kastjes, een fietsparking zijn essentieel om werknemers op de fiets te krijgen.

5. Mobiliteitsincentives

Het louter aanbieden van alternatieve vormen van mobiliteit is geen garantie om werknemers effectief op de trein of de fiets te laten springen. Een onderneming kan de werknemers pas echt stimuleren door incentives aan te bieden - zoals de fietsvergoeding - of gebruik te laten maken van een innovatieve mobiliteitsapp waarmee ze bijvoorbeeld het treinticket onmiddellijk kunnen bestellen. En minstens even cruciaal: bedrijven moeten ervoor zorgen dat werknemers ook daadwerkelijk het openbaar vervoer als een alternatief kunnen gebruiken. Dat is alleen mogelijk wanneer er voldoende aansluiting is op het openbare vervoersnetwerk. 

Elke onderneming is anders. Bij KPMG stimuleren we werknemers om zoveel als mogelijk te kiezen voor alternatieve vervoersmodi. Elke medewerker die kiest voor een alternatief vervoersmiddel, krijgt een incentive van 5 euro per dag. Die omschakeling vergt niet alleen een mobiliteitsshift, maar ook een mentaliteitsshift, een gedeelde verantwoordelijkheid van de leiding van het bedrijf én de werknemers. Anderzijds mogen we de realiteit niet ontkennen: veel van onze mensen hebben de wagen nodig om klanten te bezoeken. De afgelopen zes maanden zijn we erin geslaagd het aantal gereden kilometers terug te dringen met 880.000 - op een vloot van 1000 wagens - wat resulteert in een uitstootvermindering van 100 ton CO2. Dit bewijst dat - als een plan op maat gemaakt wordt van een onderneming en haar werknemers - dit tot resultaat kan leiden. 

 

© 2018 KPMG Central Services, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig