Belgisch kader rond duurzaamheid moet verfijnen | KPMG | BE
close
Share with your friends

KPMG: “Belgisch kader rond duurzaamheid moet verfijnen”

KPMG: “Belgisch kader rond duurzaamheid moet verfijnen”

De rapportering over duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog niet bovenaan de agenda van Belgische ondernemingen, ondanks nieuwe wetgeving die sinds vorig jaar van kracht is. Dit leidt het advies- en auditkantoor KPMG af uit de jaarverslagen die reeds gepubliceerd werden over het afgelopen boekjaar voor de organisaties die onder de nieuwe wetgeving vallen. Hoewel de overgrote meerderheid van deze bedrijven wel degelijk rapporteert over “niet-financiële informatie”, schiet de kwaliteit en de inhoud van deze rapportage nog tekort. KPMG breekt een lans voor een verfijning van het kader rond duurzaamheid in België, waarin overheden, ondernemingen en bedrijfsrevisoren hun rol ten volle opnemen.

Partner, Audit

KPMG in België

Contact

Gerelateerde content

KPMG: “Belgisch kader rond duurzaamheid moet verfijnen”

De Europese richtlijn uit 2014 over de rapportering van de zogenaamde “niet-financiële data” is - met negen maanden vertraging - in september 2017 omgezet in Belgische wetgeving. Dit houdt in dat vanaf boekjaar 2017 heel wat bedrijven wettelijk verplicht zijn over hun niet-financiële gegevens te rapporteren. Het gaat in de eerste plaats om beursgenoteerde vennootschappen, verzekeringsmaatschappijen en financiële instellingen met een balanstotaal hoger dan 17 miljoen euro of een omzetcijfer hoger dan 34 miljoen euro en met meer dan 500 werknemers. 

Mike Boonen, vennoot Maatschappelijk Verantwoordelijk Ondernemen bij KPMG: “De wetgever wil dat deze vennootschappen rapporteren over onder andere diversiteit, sociale aangelegenheden, milieu effecten, mensenrechten en de bestrijding van corruptie en omkoping. Deze ondernemingen vermelden op welk Europees of internationaal raamwerk ze zich hebben gebaseerd en integreren dit alles in het jaarverslag of in een afzonderlijk verslag dat samen met het jaarverslag wordt gepubliceerd.”

Kwantitatieve sprong voorwaarts, kwalitatieve inhaalbeweging nodig

Positief is dat 91% van de onderzochte bedrijven vandaag rapportereert over niet-financiële informatie. Dit is een significante stijging ten aanzien van 2017, aangezien toen slechts 62% van de bedrijven hierover rapporteerde, zoals bleek uit een eerdere KPMG-studie. Dat momenteel nog niet 100% van de bedrijven rapporteert kan te wijten zijn aan voormelde laattijdige omzetting in de Belgische wetgeving.

Steven Mulkens, senior manager bij KPMG: “Belgische organisaties zijn aan een inhaalbeweging bezig, aangespoord door de nieuwe wetgeving. We sluiten terug stilaan aan bij de wereldwijde tendens. Dit is positief. De rapportering over niet-financiële prestaties toont de maatschappelijke relevantie van deze organisaties. Anderzijds schiet de kwaliteit in heel veel gevallen tekort. Zowel naar de letter als de geest van de wet ontbreekt vaak heel wat vereiste en relevante inhoud. In ons land laat slechts een minderheid deze niet-financiële rapportage attesteren door een externe partij, terwijl een omgekeerde tendens zich wereldwijd voordoet. De Belgische wetgeving heeft externe validatie niet als een vereiste opgelegd, hoewel dit het maatschappelijke vertrouwen in deze niet-financiële rapportering kan versterken.”

Ontbrekende data in de rapporteringen

Uit de analyse van KPMG blijkt dat de kwaliteit en de inhoud van de gerapporteerde data op heel wat vlakken tekort schiet. Nog niet alle bedrijven rapporteren over hun algemeen beleid betreffende de wettelijk vereiste aangelegenheden. Respectievelijk slechts 67, 72, 74, 81 en 84 procent van de bedrijven rapporteert over hun beleid inzake mensenrechten, omkoping en corruptie, diversiteit, sociale aangelegenheden en milieu.

Verbetering is zeker noodzakelijk op methodologisch vlak. Slechts 68% van de organisaties verwijst naar het Europees of internationaal raamwerk waarop ze zich hebben gebaseerd bij hun rapportering over deze aangelegenheden. Nochtans is dit ook een wettelijke verplichting. Het referentiemodel waar de meeste organisaties zich op baseren is het Global Reporting Initiative (GRI Standards). Vaak wordt ook slechts beperkt voldaan aan de basisprincipes van een dergelijk raamwerk.

Uit het onderzoek blijkt ook dat in de diepte talrijke zaken niet volledig worden opgenomen. Want naast hun beleid voor voormelde aangelegenheden moeten organisaties ook concreet de resultaten, risico’s en prestatie-indicatoren opnemen. Inzake mensenrechten bijvoorbeeld vermelden slechts 39% van voormelde vennootschappen de resultaten van hun beleid, slechts 34% somt de voornaamste risico’s op en nauwelijks 26% koppelt hieraan de wettelijk vereiste prestatie-indicatoren.

Ondanks de toenemende focus van stakeholders en de publieke opinie gaan heel weinig bedrijven concreet in op het thema klimaatverandering. Slechts 25% van de vennootschappen ziet klimaatverandering als een operationeel, een financieel of een zakelijk risico en amper 7% vermeldt ook de potentiële impact. Steven Mulkens: “Klimaatverandering wordt meer en meer een waarschijnlijk risico en een becijferde impactrapportering dringt zich op. Onder leiding van Michael Bloomberg worden duidelijke richtsnoeren gegeven die sinds maart 2018 ook door de Belgische Staat, Euronext, de Nationale Bank van België en de FSMA onderschreven zijn. Vroeg of laat volgt wellicht ook de wetgeving hierbij”.

Bedrijfsrevisor opereert in regelgevend vacuüm

De huidige Belgische wet zorgt ook voor onduidelijkheid bij bedrijfsrevisoren. Volgens de wetgeving moet de bedrijfsrevisor de volledigheid van de opgenomen niet-financiële informatie nagaan, aangezien dit een onderdeel vormt van het jaarverslag. Anderzijds wordt door de wetgever geen enkele gerichte vorm van zekerheid of attestatie gevraagd. Anders verwoord: de juistheid van de niet-financiële informatie hoeft niet te worden gecontroleerd, met uitzondering van een eventuele afstemming van de niet-financiële met de gecontroleerde financiële gegevens. In diezelfde zin moet de revisor enkel de verwijzing naar het raamwerk nagaan, zonder te kijken of de rapportering het referentiemodel ook respecteert.

Mike Boonen: “Door de laattijdige implementatie van de Belgische wetgeving is er nog heersende onduidelijkheid vast te stellen bij bedrijven en hun revisoren. Het was een bijzonder korte eerste periode zonder geregelde overgang. Heel wat zaken blijven open. Wat is bij de steeds meer uitgebreide en geïntegreerde jaarverslaggeving het gehanteerde raamwerk en de verwachte revisorale rol? De publieke verwachting blijft zonder meer dat in de nabije toekomst dit vacuüm verdwijnt en dat ook kwalitatief de vereiste inhaalbeweging in België wordt gemaakt.” 

KPMG lanceert dan ook een drievoudige oproep: “We vragen de federale regering om het wettelijk kader verder te verfijnen bijvoorbeeld via een Koninklijk besluit dat vooreerst het raamwerk voor de rapportering nader bepaalt. Niet alleen de overheid, ook ondernemingen behoren naar wettelijke en internationale maatstaven vollediger en kwalitatiever hun relevante doelstellingen en prestaties te bepalen en te rapporteren. En ten slotte kunnen revisoren hun huidige beperkte rol maximaal invullen en ruimere waarborgmogelijkheden aanbieden. Als experts en voortrekkers stellen we graag onze ervaring ter beschikking op al deze vlakken, het vergt immers blijvende inzet van alle betrokkenen om tegemoet te komen aan steeds toenemende maatschappelijke verwachtingen inzake duurzaamheid”, besluit Boonen.

© 2018 KPMG Central Services, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig