Update transfer pricing | KPMG | BE
close
Share with your friends

Update transfer pricing

Update transfer pricing

Update transfer pricing

Nederland

Nieuw verrekenprijzenbesluit

De Nederlandse staatssecretaris van Financiën heeft op 11 mei 2018 een nieuw verrekenprijzenbesluit gepubliceerd in de Staatscourant. Dit besluit vervangt het verrekenprijzenbesluit van 14 november 2013.

Het nieuwe verrekenprijzenbesluit geeft een nadere invulling aan het arm’s-lengthbeginsel en richt zich met name op aspecten waar de OESO-richtlijnen ruimte laten voor een eigen invulling of waar sprake is van onduidelijkheid. Het geeft onder meer aandacht aan de resultaten van het BEPS-project, dat onder andere als doel heeft om de uitkomsten van transfer pricing te laten aansluiten op waardecreatie binnen een multinational.

De opvallendste wijzigingen ten opzichte van het vorige Nederlandse verrekenprijzenbesluit zetten wij hierna kort uiteen.

Karakterisering (duiding) van transacties en verduidelijking van het proces daaromtrent

Volgens het besluit vormt het door de gelieerde partijen opgestelde contract het uitgangspunt, tenzij het feitelijk gedrag van de partijen daarvan afwijkt. Nieuw in het besluit is de nadruk op de allocatie van risico’s tussen partijen, de controle over deze risico’s en welke partij feitelijk de risico’s draagt. Rekening houdend met een ‘arm’s length’-risicoallocatie kan de karakterisering van de transactie afwijken van hetgeen contractueel is overeengekomen tussen de gelieerde partijen of de uitleg die zij daaraan geven.

Verdere toelichting met betrekking tot de toepassing van verrekenprijsmethoden

De staatssecretaris geeft aan dat in het algemeen de ‘comparable uncontrolled price’-methode (CUP) in de praktijk vaak moeilijk toepasbaar is door een gebrek aan vergelijkbaarheid tussen de interne en de externe transactie. Er wordt erkend dat, mede daarom, in veel gevallen gebruik wordt gemaakt van de ‘transactional-net-marginmethode’ (TNMM) als verrekenprijsmethode. In het nieuwe besluit wordt nadere uitleg over de toepassing van deze methode in specifieke situaties gegeven.

Aandacht voor immateriële activa

Verder wordt in het nieuwe besluit met betrekking tot immateriële activa voor het eerst gesproken van ‘DEMPE-functies’. DEMPE staat voor ‘Development’, ‘Enhancement’, ‘Maintenance’, ‘Protection’ en ‘Exploitation’ van een immaterieel activum. Dit is in lijn met de OESO Transfer Pricing Guidelines 2017. De staatssecretaris geeft daarbij aan dat er op basis van de Nederlandse interpretatie een zwaarder gewicht wordt toegekend aan de functies ‘Development’ en ‘Enhancement’. In het besluit geeft de staatssecretaris ook zijn visie weer op de prijsbepaling van immateriële activa in het geval de waarde hoogst onzeker of moeilijk te bepalen is. Wanneer dat het geval is, zal het standpunt worden ingenomen dat het niet zakelijk is om een vaste prijs toe te passen, maar dat een prijsaanpassingsclausule dient te worden opgenomen. Voor situaties waarin de waarde van immateriële activa moeilijk te bepalen is, kan de vastgestelde verrekenprijs (bijvoorbeeld licenties voor het gebruik van het immaterieel actief) ter discussie worden gesteld indien sprake is van grote afwijkingen tussen de gerealiseerde resultaten en de verwachte resultaten. Volgens de staatssecretaris is daar sprake van indien er een afwijking van 20% of meer is in vergelijking met prognoses die de basis vormden voor de oorspronkelijk vastgestelde verrekenprijs.

Tegemoetkoming voor diensten met beperkte toegevoegde waarde

Ten aanzien van interne diensten met een beperkte toegevoegde waarde mag een vereenvoudigde methode worden toegepast, mits deze diensten van ondersteunende aard zijn in het bedrijfsproces, hiervoor geen unieke of waardevolle immateriële activa worden gebruikt of gecreëerd en deze diensten ook geen relatie hebben tot de significante risico’s die binnen de onderneming worden gelopen. Dergelijke ‘low value-adding intra-group services’ hoeven niet te worden onderbouwd met een uitvoerige vergelijkbaarheidsstudie (benchmark). Met een passende onderbouwing van het type diensten en de gehanteerde allocatiesleutels mogen deze diensten met een beperkte vaste winstopslag van 5% worden doorbelast binnen het concern. Bovendien blijft het mogelijk om bepaalde kosten voor ondersteunende dienstverlening, onder voorwaarden, zonder een winstopslag door te belasten.

Verder bevat het nieuwe besluit tal van tekstuele wijzigingen om de gebruikte terminologie beter te laten aansluiten bij de terminologie zoals gebruikt in de OESO Transfer Pricing Guidelines 2017. Daarnaast bevat het besluit het belangrijke uitgangspunt dat concerns met grensoverschrijdende transacties tussen groepsentiteiten die voldoen aan de aanvullende documentatieverplichtingen zoals het opstellen van een Master File en Local File, daarmee voor de beschreven transacties automatisch voldoen aan de algemene documentatieverplichtingen van het arm’s-lengthbeginsel in artikel 8b Wet Vpb.

 

Overige ontwikkelingen

Country-by-Country Reporting

Indien een multinationale groep (wederom) voldoet aan de Country-by-Country-Reporting-verplichting (CbCR-) in het fiscale boekjaar 2017 en het fiscale boekjaar 2018, zal de CbCR-notificatie uiterlijk op de laatste dag van het boekjaar van de multinationale groep (lokaal) moeten worden ingediend (31 december 2018 indien boekjaar 2018 van de multinationale groep gelijk is aan het kalenderjaar). Het CbCR-rapport zal dan uiterlijk een jaar later moeten worden ingediend. Indien niet wordt voldaan aan de (Nederlandse) CbCR-verplichtingen, kan dit gepaard gaan met een mogelijke geldboete van ten hoogste € 820.000 of een gevangenisstraf van maximaal vier jaar.

Master File en Local File

Nadat afgelopen periode veel belastingplichtigen bezig zijn geweest met de Master File/Local File-documentatieverplichtingen voor het boekjaar 2016, dienen ook voor het boekjaar 2017 de Master File en Local File (wederom) te worden opgesteld. Zoals bekend moeten in Nederland de Master File en Local File over het betreffende jaar beschikbaar zijn in de administratie van de belastingplichtige voordat de periode voor het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2017 is geëindigd. Indien het boekjaar geëindigd is op 31 december 2017, zal de documentatie doorgaans beschikbaar moeten zijn voor 1 mei 2019 (indien de uitstelregeling van toepassing is). De Master File en Local File hoeven niet met de Nederlandse aangifte vennootschapsbelasting te worden ingediend, maar moeten op verzoek van de Nederlandse belastingdienst worden overhandigd. Ten slotte moet worden opgemerkt dat het niet beschikbaar hebben van de Master File en/of Local File kan leiden tot omkering van de bewijslast.

België

Country-by-Country Reporting

In beginsel moet vóór jaareinde van ieder groepsboekjaar aan de notificaties zijn voldaan, maar voor het boekjaar 2016 gold een uitgestelde deadline tot 30 september 2017. Bovendien werd er voor boekjaar 2017 wederom uitstel verleend tot 31 maart 2018. Er wordt geen verder uitstel verwacht voor boekjaar 2018. Dit betekent dat de notificatie voor boekjaar 2018 zal moeten ingediend worden voor einde van groepsboekjaar, wat voor de meeste bedrijven (met een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar) neerkomt op 31 december 2018. In België kunnen er vanaf de tweede overtreding ook boetes worden opgelegd voor het niet naleven van de verplichtingen inzake verrekenprijzen. Deze administratieve boetes kunnen oplopen tot EUR 25.000. Er wordt hieromtrent nog een circulaire verwacht met praktische richtlijnen.

Master File en Local File

Voor België geldt dat het Master File formulier ingediend moet worden bij de belastingautoriteiten binnen de 12 maanden na het einde van het boekjaar. Het Local File formulier dient simultaan te worden ingediend met de vennootschapsbelasting aangifte. In praktijk valt deze deadline vaak op het einde van september van het volgende jaar, voor boekjaren die eindigen op 31 december; Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2017 is de deadline gezet op 27 september 2018. Hoewel er geen formele verplichting is om de Local File (rapport) in te dienen, is het aangeraden om deze beschikbaar te houden, indien er materiele intra-groep transacties zijn waarbij de Belgische entiteit betrokken is.

Wijze van indiening

De indiening van het Country-by-Country notificatie formulier, Master File formulier en Local File formulier dient te gebeuren op het elektronisch platform via het uploaden van een xml. document. Een conversie-tool voor Excel naar xml. bestanden werd al voorzien door de Belgische belastingautoriteiten voor het Master File formulier en Country-by-Country notificatie formulier, maar helaas is dit nog niet het geval voor het Local File formulier. Er wordt verwacht dat de conversie tool voor het Local File formulier beschikbaar zal worden gesteld in de loop van de komende weken.

Frequently asked questions

Midden mei werd de “Frequently Asked Questions” gepubliceerd, deze bevat verduidelijkingen omtrent bijvoorbeeld joint-ventures, materialiteitsgrens, kredietinstellingen en verzekeraars, etcetera. Dit document treft u hier.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

Gerelateerde content