Update Nederlandse staatssecretaris | KPMG | BE
close
Share with your friends

Update Nederlandse staatssecretaris over implementatie ATAD1 en wijzigingen van fiscale eenheid

Update Nederlandse staatssecretaris

Update Nederlandse staatssecretaris over implementatie ATAD1 en wijzigingen van fiscale eenheid

Eerder berichtten wij u over de fiscale toekomstplannen van de Nederlandse staatssecretaris van Financiën. Op 9 mei jongstleden heeft hij deze plannen in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer nader toegelicht. Hierna gaan wij in op de belangrijkste opmerkingen over de eerste Europese richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking (ATAD1) en de toekomst van de Nederlandse fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

ATAD1

ATAD1 betreft onder meer de 30%-EBITDA-renteaftrekbeperking (‘earningsstripping’) en de maatregelen ten aanzien van laagbelaste gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (Controlled Foreign Companies, CFC’s).

De brief bevat weinig nieuws over bovengenoemde renteaftrekbeperking. De staatssecretaris houdt – ondanks de ruimere mogelijkheden op basis van de richtlijn – vast aan de drempel van € 1 miljoen en is niet voornemens een groepsuitzondering op te nemen.

Ten aanzien van CFC’s kunnen landen op basis van de richtlijn kiezen tussen model A en model B. De staatssecretaris geeft aan dat voor CFC’s in ‘low tax jurisdictions’ met onvoldoende substance model A zal worden toegepast. Dit betekent dat Nederland de passieve inkomsten (rente, royalty’s, etc.) van dergelijke CFC’s onder voorwaarden zal belasten bij de (indirecte) Nederlandse corporate aandeelhouder.

Fiscale eenheid

In de februari-editie van deze nieuwsbrief berichtten wij u over het arrest van het Europese Hof van Justitie  (HvJ EU) over de per-elementbenadering. De staatssecretaris kondigde al direct na de conclusie van de advocaat-generaal (A-G) van het HvJ EU spoedreparatiemaatregelen aan, kwam reeds met een overgangsregeling en publiceerde op 6 juni 2018 het wetsvoorstel. De inhoud daarvan is in lijn met de eerder gepresenteerde voorstellen en houdt, kort gezegd, in dat een aantal specifieke regelingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 – met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017 – wordt toegepast alsof geen sprake is van een fiscale eenheid.

De staatssecretaris gaat in zijn brief ook in op de toekomst van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime. Hij geeft aan dat het voor de hand ligt om aan te sluiten bij bestaande concernregelingen in andere landen, dat als eerste stap in de eerste helft van 2019 een internetconsultatie zal worden opgestart en dat hij voornemens is voor het einde van deze kabinetsperiode een definitief wetsvoorstel te publiceren. Ondertussen is de A-G bij de Hoge Raad – die nog een eindoordeel moet vellen over de zaak met inachtneming van het arrest van het HvJ EU – met een nadere conclusie gekomen waarin hij stelt dat de Hoge Raad de verkeerde prejudiciële vraag heeft gesteld, zodat het antwoord van het HvJ EU onbruikbaar is. Niettemin zou de Hoge Raad uit andere jurisprudentie van het HvJ EU al kunnen afleiden hoe het antwoord op de juiste vraag zou hebben geluid. De A-G stelt dat artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 niet in strijd is met EU-recht, maar voor de overige regelingen kan dat nog steeds anders liggen. Wij concluderen uit het voorgaande dat de aanpassing van het huidige regime, inclusief de toepassing van de per-elementbenadering voor specifieke bepalingen, nog wel enkele jaren zal duren. Wij houden u uiteraard op de hoogte.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

Gerelateerde content