Social Impact Bonds: Buitenlandse best practices | KPMG | BE
close
Share with your friends
Social Impact Bonds: Buitenlandse best practices

Social Impact Bonds

Social Impact Bonds

Social impact bonds (SIB), een innovatieve en alternatieve financieringsvorm voor sociale projecten, zijn aan een opmars bezig. Zo werd er een eerste Vlaamse social impact bond ontwikkeld ter financiering van oplossingen voor jeugdwerkloosheid in Antwerpen. Daarnaast heeft de Vlaamse Regering beslist tot bekrachtiging van het decreet houdende de invoering van sociale-impactobligaties om het legislatief kader te creëren waarin nieuwe SIB’s opgestart kunnen worden. Voor meer informatie over de werking en de ontstaansredenen van SIB’s verwijzen we naar dit artikel.

Dit artikel gaat dieper in op drie bestaande internationale SIB’s die ook in België zouden uitgerold kunnen worden. Elk van deze SIB’s voldoet aan de haalbaarheidsvereisten voor SIB’s die door het Brookings-instituut werden gedefinieerd, op basis van vijf jaar praktijkervaring. Een eerste voorwaarde is dat het resultaat van het project voldoende cijfermatig vatbaar dient te zijn om enerzijds potentiële investeerders aan te trekken en anderzijds te bepalen of de beoogde parameters behaald zijn. Ten tweede moet men een redelijke tijdshorizon bepalen waarbinnen het project loopt en het resultaat behaald dient te worden. Ten derde dient de doelgroep van het project duidelijk geïdentificeerd en gedetermineerd te worden. Tot slot dient er eveneens een duidelijke coherentie te bestaan tussen de sociaal maatschappelijke doelstelling dat het project wil bereiken en het bredere macro-politiek- en strategische beleid van de regering die de rol van resultaatsfinancier opneemt.

De Vlaamse Regering heeft met de bekrachtiging van het decreet op de invoering van sociale-impactobligaties aansluiting gevonden bij een wereldwijde trend: het aantal SIB-projecten wereldwijd zit namelijk sterk in de lift. In het luik hieronder, lichten we enkele succesvolle social impact bond cases uit het buitenland toe.

Case 1: Microkredieten

Een eerste interessant SIB-project dat nadere toelichting verdient, werd ingezet ter financiering van het project voor het Franse l’Adie. Deze organisatie houdt zich via haar agentschappen hoofdzakelijk bezig met het verschaffen van microleningen aan micro-ondernemers, die niet of nauwelijks toegang hebben tot het bancaire systeem en/of de arbeidsmarkt. Mensen die in bepaalde landelijke gebieden woonden, konden echter geen gebruik maken van de diensten van Adie omdat er geen lokale entiteit gevestigd was. Bijgevolg slaagden ze er ook niet in hun sociale en economische situatie te verbeteren. Om dit probleem aan te pakken richtte Adie het project ‘Contrat à Impact Social’ (CIS) op. De sociale dienstverlener van deze SIB is Adie zelf, waardoor zij verantwoordelijk zijn voor de operationele uitvoering van het project.

Binnen dit project neemt BNP Paribas RSE de rol van financiële intermediair op zich, waardoor alle financiële stromen via hen verlopen. Een andere betrokken actor betreft de publieke autoriteit, Ministère Collectivité territoriale agences de L’Etat. Deze publieke instelling staat in voor het vergoeden van de investeerders via de financiële intermediair, afhankelijk van het niveau van verwezenlijking van de projectdoelstellingen. De investeerders van dit project zijn commerciële banken en sociale fondsen. Zij investeren samen 1,2 miljoen euro in de uitvoering van het project. Ten slotte wordt de evaluatie van het project uitgevoerd door KPMG, die verantwoordelijk zijn voor het bepalen en evalueren van de indicatoren die het succes van het project meten.

De resultaatverbintenis van deze SIB bestaat er in om binnen de drie jaar, zo’n 269 tot 500 personen die in één van de gedefinieerde landelijke gebieden wonen, te voorzien van microfinanciering. Twee jaar na het verkrijgen van deze financiering dienen er 172 tot 320 van deze begunstigden een verbetering van hun professionele situatie te kennen door middel van een nieuw opgerichte onderneming of een nieuwe job, die gefinancierd kon worden via de SIB. Vermits het project nog steeds lopende is, zijn de resultaten van deze SIB tot op de publicatiedatum van dit artikel nog niet gekend. Uit een economische impactstudie die KPMG uitvoerde in 2016, blijkt echter wel alvast dat men met elke euro die men investeert in het project van Adie, na twee jaar € 2,38 opbrengt aan de maatschappij1.  

Het project van Adie kwam in aanmerking voor de alternatieve financieringsvorm van de SIB, omdat er duidelijk aan alle vier de voorwaarden voor een succesvolle SIB voldaan werd. Zo vormde een duidelijke resultaatverbintenis de basis, met als criterium het aantal personen met een financiering en verbetering van hun professionele situatie. Ook kan men de doelgroep eenvoudig identificeren; het gaat namelijk om mensen die in een landelijk gebied wonen en geen gebruik konden maken van de diensten van Adie. Verder voorzag men een redelijke tijdshorizon voor de uitvoer van het project, door te kiezen voor een periode van drie jaar voor het experiment en een periode van drie jaar voor de evaluatie ervan. Ten slotte paste het project binnen de bredere krijtlijnen van het macro politiek-strategisch beleid in Frankrijk.

In Vlaanderen zou de inzet van een soortgelijke alternatieve financieringsvorm het ondernemerschap sterk kunnen aanwakkeren. Zo blijkt de drempel naar een zelfstandige baan bij werkzoekenden in Vlaanderen momenteel zeer hoog. De werknemer staat dan voor een groot financieel risico, aangezien hij / zij diens werkloosheidsuitkering vanaf dag één bij opstart van een eigen zaak verliest. Bijgevolg is Minister Philippe Muyters op dit moment reeds bezig met de ontwikkeling van een premie om deze bevolkingsgroep aan te moedigen de sprong te wagen2. Een SIB zou in deze Vlaamse context een innovatieve financieringsvorm kunnen betekenen voor een sociaal programma dat het ondernemerschap stimuleert in landelijke gebieden. 

Case 2: Recidivisme in UK

Zeven jaar geleden ging het eerste SIB-project van start in het Verenigd Koninkrijk. Deze succesvolle Peterborough SIB had als doel het recidivisme van kortveroordeelde daders te doen afnemen en de cyclus waarin deze individuen terechtkomen te doorbreken. Om dit te bereiken werd de overkoepelende organisatie One Service uitgebouwd, die opgemaakt wordt uit verschillende sociale organisaties. Deze organisatie speelt in op de complexe en acute behoeften van kortveroordeelde daders. Voorbeelden van deze acute behoeften zijn onder andere de nood aan hulp omtrent verslaving, huisvesting en gezondheid.

De Peterborough SIB werd gefinancierd door 17 private investeerders, die in totaal 5 miljoen euro investeerden in het project. De publieke autoriteit en financiële intermediair was het Ministry of Justice, dat ondersteund werd door het Big Lottery Fund. Er werd dan ook contractueel vastgelegd dat zij de private investeerders zouden voorzien van een rendement indien het project de resultaatverbintenis haalde. 

Het resultaat van deze SIB blijkt, zeven jaar na de start van het project, zeer succesvol te zijn. Zo nam het recidivisme van de kortveroordeelde overtreders af met 9%. Het streefcijfer van 7.5%, dat contractueel werd vastgelegd, werd met dit resultaat ruimschoots overschreden. Als gevolg hiervan ontvingen de 17 investeerders van de Peterborough SIB hun startkapitaal terug en werd er een rendement uitgekeerd van iets meer dan 3% per jaar voor de periode van de belegging. Dit positief resultaat bewijst dat deze nieuwe vorm van overheidsfinanciering positieve, meetbare resultaten kan realiseren voor zowel de samenleving, als voor de private investeerders.

Ook voor deze succesvolle SIB werd aan de vier randvoorwaarden omtrent SIB’s voldaan. Zo werd er een duidelijke resultaatverbintenis, een daling van het recidivisme van kort veroordeelde daders met minstens 7.5%, afgesproken, die daarenboven ook eenvoudig te meten viel. Verder was de tijdshorizon van zeven jaar voor het behalen van het resultaat voldoende kort en afgebakend.

België kreeg de laatste jaren eveneens te kampen met een hoge graad van recidivimse, zo blijkt uit een artikel van Knack3. Dit artikel stelt dat uit een analyse van de gegevens van het centrale strafregister, blijkt dat bijna zes veroordeelden op de tien (57,6%) minstens één keer recidiveert. Deze cijfers tonen aan dat ook Belgische veroordeelden nood hebben aan een nieuwe innovatieve ondersteuning die hen uit de cyclus van het recidivisme helpt.

Case 3: Type II diabetes in Israël

Obesitas werd door de World Health Organization (WHO) gecategoriseerd als een globale epidemie. Ook Israël kampt met een toenemend probleem van zwaarlijvigheid onder zijn bevolking. Tenzij er een radicale kentering in het preventiebeleid plaatsvindt, krijgen 1/3 van alle kinderen die nu geboren worden in Israël, diabetes voor ze 40 jaar worden. Ondanks de (h)erkenning van het probleem door Israël, heerst er een grote onzekerheid over de manier waarop diabetes teruggedrongen kan worden. In het verleden hebben de gebruikelijke preventiemethodes immers niet altijd tot de gewenste resultaten geleid. Het land kwam tot het besef dat een nieuw innovatief preventieprogramma tegen diabetes noodzakelijk was. Echter, preventieve programma’s gaan veelal gepaard met een grote onzekerheid wat betreft het resultaat van het programma. Om deze reden besloot de Israëlische overheid het preventieprogramma te financieren aan de hand van een SIB.  

Voor een totaalbedrag van € 5 miljoen, werd het project gefinancierd door 15 partijen. De achtergrond en motivatie van deze partijen bleken erg uiteenlopend en bevatte zowel filantropische fondsen, commerciële banken, als vermogende particulieren uit zowel binnen- als buitenland. 

Het programma dat ondersteund wordt door de SIB, heeft een duurtijd van 5 jaar en spitst zich toe op een populatie waar de kans op Type II diabetes als hoog wordt ingeschat. Over een periode van twee jaar zullen de deelnemers aan een programma onderhevig zijn dat hun levensstijl probeert te veranderen door middel van intense coaching. Na deze intense coaching, worden de bloedwaarden van de deelnemers opgevolgd gedurende drie jaar, om te evalueren of het preventieprogramma zijn doel heeft bereikt.

Indien het programma succesvol blijkt, zullen drie verschillende resultaatsfinanciers de originele investeerders terugbetalen met een beperkt rendement. Deze resultaatsfinanciers zien immers een onmiddellijk effect op hun kosten indien het programma een succes wordt. De Health Maintenance Organizations (HMO’s) zien een directe daling in hun kosten, omdat ze minder mensen met diabetes moeten behandelen. De National Insurance Institute ziet ook vermeden kosten door een daling in invaliditeitsuitkeringen. 

Ook dit project voldoet aan de randvoorwaarden voor het opzetten van een succesvolle SIB’s en heeft het potentieel om in andere landen uitgerold te worden. Over de hele wereld zijn zorgverleners immers op zoek naar nieuwe manieren om diabetes te voorkomen en dit liefst op een effectieve en efficiënte manier.

Conclusie

Deze drie cases zijn slechts enkele voorbeelden van het steeds groeiende aantal SIB-projecten wereldwijd. KPMG is er dan ook van overtuigd dat ook Belgen in moeilijke sociale situaties geholpen kunnen worden door innovatieve sociale programma’s, gefinancierd door SIB’s. Zeker in beleidsdomeinen waar creatieve, innovatieve oplossingen dienen voorgesteld te worden die ‘out of the box’ zijn, kunnen SIB’s de nodige katalysator betekenen om deze verandering teweeg te brengen. De mogelijkheid om toekomstige sociale projecten in België via een SIB te financieren, zou daarom ook steeds meer als een volwaardig alternatief beschouwd moeten worden.

Neem contact met ons op

Gerelateerde content