Nadelige fiscale behandeling | KPMG | BE
close
Share with your friends

Nadelige fiscale behandeling buitenlandse onroerende goederen schendt vrij kapitaalverkeer

Nadelige fiscale behandeling

Nadelige fiscale behandeling buitenlandse onroerende goederen schendt vrij kapitaalverkeer

Met zijn arrest van 12 april 2018 wees het Europees Hof van Justitie België (opnieuw) terecht omtrent de manier waarop het onroerende goederen die in het buitenland gelegen zijn fiscaal behandelt. Dit kan dus een impact hebben voor Belgische rijksinwoners die een onroerend goed hebben in Frankrijk. 

Dit arrest behelst voor alle duidelijkheid enkel onroerende goederen die hetzij niet worden verhuurd, hetzij  worden verhuurd aan natuurlijke personen die ze niet voor hun beroep gebruiken of aan rechtspersonen die ze ter beschikking stellen van natuurlijke personen voor particuliere doeleinden.

Indien dergelijke goederen in België gelegen zijn, wordt de belastbare grondslag bepaald op basis van hun kadastrale waarde. Indien de onroerende goederen zich echter in het buitenland bevinden, wordt de belastbare grondslag vastgesteld op basis van hun reële huurwaarde. Omdat de kadastrale waarde van een in België gelegen onroerend goed doorgaans minder bedraagt dan de huur die zou kunnen worden verkregen op de Belgische huurmarkt, stelde het Hof hier een verboden beperking van het vrije kapitaalverkeer vast. Een hogere belastbare grondslag leidt immers vanzelfsprekend tot een hogere verschuldigde belasting op het onroerend goed.

Van een verboden beperking is eveneens sprake indien op basis van het toepasselijke dubbelbelastingverdrag enkel het land waarin het goed gelegen is de belasting mag heffen en België aldus een vrijstelling moet verlenen. Vaak stipuleert zo’n verdrag immers dat voor de bepaling van het tarief van de inkomstenbelasting dat van toepassing is op de andere, niet-vrijgestelde inkomsten België wel rekening mag houden met de buitenlandse inkomsten die België moet vrijstellen. In dit geval kan een hogere belastbare grondslag van een buitenlands onroerend goed er weliswaar toe leiden dat men voor de niet-vrijgestelde inkomsten in een hogere belastingschijf terechtkomt. Vandaar dat het Hof aldus ook deze situatie viseert.

Het valt nu af te wachten hoe België zal tegemoetkomen aan de verzuchtingen van het Hof. Hierbij werpt zich in het bijzonder de vraag op of de fiscale behandeling van de in België gelegen onroerende goederen een wijziging zal ondergaan en het principe van de kadastrale waardering, althans voor dit doeleinde, wordt verlaten.

In de toekomst dient dus rekening te worden gehouden met dit arrest bij de indiening van de aangifte in de personenbelasting voor Belgische rijksinwoners met onroerende goederen in Frankrijk. Naar het verleden kunnen eventueel stappen worden ondernomen maar dit dient per casus te worden geanalyseerd.

Gerelateerde content