Invoering van een belasting op het onroerend vermogen | KPMG | BE
close
Share with your friends

Invoering van een belasting op het onroerend vermogen (BopOV)

Invoering van een belasting op het onroerend vermogen

Invoering van een belasting op het onroerend vermogen (BopOV)

Een recente wetswijzing in Frankrijk voorziet in de afschaffing van de belasting op het vermogen (BopV) ten voordele van de invoering van een belasting op het onroerend vermogen (BopOV).

Deze evolutie tast de situatie van de Belgisch rijksinwoners gevoelig aan.

Invoering van een BopOV ter vervanging van de BopV

De begrotingswet voor 2018 schaft de BopV af en vervangt deze door een nieuwe belasting, de BopOV. Deze belasting viseert enkel het onroerend vermogen en treedt in werking op 1 januari 2018, de datum waarop eveneens de afschaffing van de BopV uitwerking heeft.

De definitie van belastingplichtigen, het belastbaar feit (1 januari van het aanslagjaar), de aanslagdrempel (EUR 1.300.000) en de tariefschaal blijven onveranderd in vergelijking met de toepasselijke regels voor de BopV. 

De voornaamste verandering betreft de grondslag van de BopOV. Deze is bepaald als het geheel van onroerende goederen die toebehoren aan de belastingplichtigen, alsook deze die ze aanhouden via vennootschappen of beleggingsfondsen indien ze niet gebruikt worden voor de activiteit van de betreffende ondernemingen. Zoals bij de BopV het geval was, blijven de goederen met een professioneel karakter bijgevolg volledig vrijgesteld.

De regels over de waardering en het aftrekbaar passief zijn aangepast aan deze nieuwe grondslag.

Ten slotte zijn de aangifteverplichtingen eengemaakt voor alle belastingplichtigen.

Bijzondere regeling voor Franse niet-inwoners, Belgische inwoners incluis

De niet-inwoners hebben een beperkte fiscale verplichting en zijn slechts belastbaar op hun goederen die in Frankrijk gelegen zijn. Bijgevolg vallen al de in Frankrijk gelegen onroerende activa die hun toebehoren, direct of indirect (via tussengeplaatste vennootschappen) gehouden, in het toepassingsgebied van de belasting.

Een belangrijk punt hierbij houdt in dat artikel 885 L van het algemeen wetboek van Franse belastingen, dat de financiële beleggingen van niet-inwoners vrijstelde van de BopV, afgeschaft is en niet het voorwerp uitmaakt van gelijksoortige bepalingen in het kader van de BopOV.

Aldus zijn de niet-inwoners die vennootschapsaandelen aanhouden – inclusief deze naar Belgisch recht – niettemin schuldenaars van de BopOV voor de fractiewaarde van deze aandelen die overeenstemt met de onroerende goederen die onderworpen zijn aan de BopOV in Frankrijk, terwijl ze tot op heden slechts schuldenaars waren van de BopV wat de aandelen betreft in vennootschappen waarvan het actief vooral uit onroerende goederen bestaat.

Dit laatste punt past eerdere analyses gevoelig aan. Sommige Belgische rijksinwoners kunnen nu immers schuldenaar worden van de BopOV, terwijl ze dit onder dezelfde omstandigheden niet waren in het kader van de BopV. Dit is in het bijzonder het geval voor deze die Franse onroerende goederen of Franse immobiliënvennootschappen aanhouden via een Belgische vennootschap.

Aarzel niet om ons te contacteren bij vragen omtrent het voorgaande.

Gerelateerde content