Weldra een nieuw Belgisch huwelijksvermogensrecht? | KPMG | BE

Weldra een nieuw Belgisch huwelijksvermogensrecht?

Weldra een nieuw Belgisch huwelijksvermogensrecht?

Weldra een nieuw Belgisch huwelijksvermogensrecht?

Na de recente hervorming van het erfrecht heeft de Belgische ministerraad begin december 2017 groen licht gegeven voor een hervorming van het huwelijksvermogensrecht. Het wetsvoorstel hiervoor is ondertussen ter goedkeuring voorgelegd aan de Kamer en zou op hetzelfde tijdstip als het erfrecht in werking treden, namelijk op 1 september 2018. In dit artikel vatten wij de belangrijkste wijzigingen op basis van dit wetsvoorstel voor u samen.

Onderscheid eigen en gemeenschappelijk vermogen en correcte allocatie van beroepsinkomsten

Indien echtgenoten huwen zonder een huwelijksovereenkomst, dan geldt het wettelijk stelsel. Dit betekent concreet dat alle beroepsinkomsten en het vermogen dat beide echtgenoten samen opbouwen tijdens hun huwelijk terechtkomen in het gemeenschappelijk vermogen. Het vermogen dat men heeft opgebouwd vóór het huwelijk of heeft verkregen via schenking of erfenis behoort tot het eigen vermogen. In de praktijk zien wij dat dit onderscheid tussen eigen en gemeenschappelijk vermogen vaak leidt tot onbillijke situaties.

Een voorbeeld hiervan is de situatie waarbij een van beide partners zijn beroepsactiviteit via een ‘eigen’ vennootschap (waarvan de aandelen tot zijn eigen vermogen behoren) uitoefent en vervolgens zijn inkomsten binnen deze vennootschap oppot. Door het niet uitkeren van deze winsten en het zichzelf niet toekennen van een (volwaardig) loon, worden deze inkomsten – in strijd met het principe van de solidariteit van het wettelijk stelsel – onttrokken aan het gemeenschappelijk vermogen. Het nadeel dat het gemeenschappelijk vermogen in een dergelijk geval loopt, zal op basis van de nieuwe regelgeving kunnen worden gecompenseerd. Hiertoe wordt een expliciet recht op vergoeding opgenomen in de nieuwe wet. Het blijft echter aan de echtgenoot die het nadeel ondervindt om het recht op vergoeding en de omvang ervan aan te tonen.

Anderzijds wil men met de nieuwe regelgeving voorkomen dat een partner het voortbestaan van de vennootschap of een beroepsactiviteit van de andere echtgenoot zou kunnen verhinderen. Daarvoor worden eveneens regels opgenomen in de wet.

Meer billijkheid bij scheiding van goederen?

Indien men gehuwd is onder een stelsel van scheiding van goederen bestaat er geen gemeenschappelijk vermogen. Beide echtgenoten hebben elk een eigen vermogen dat zij autonoom besturen. Vaak kiezen echtgenoten met een eigen zaak voor dit stelsel ter bescherming van de andere echtgenoot tegen potentiële beroepsschuldeisers, maar willen zij niet noodzakelijk de huwelijkse solidariteit terugschroeven.

Bijzonder problematisch is de situatie waarbij een van beide echtgenoten zijn beroepsactiviteit stopzet om voor het gezin te zorgen en op die manier de andere echtgenoot steunt in zijn carrière. Bij beëindiging van het huwelijk blijft die eerste echtgenoot met lege handen achter.

Het wetsvoorstel voorziet daarom in een nieuw verrekenbeding. Men kan bij huwelijkscontract overeenkomen het wettelijk voorziene verrekenbeding in te voegen. Dit heeft als gevolg dat op het einde van het huwelijk de economisch sterkere partij een vergoeding verschuldigd is aan de echtgenoot die economisch zwakker staat. Bij de bepaling van deze vergoeding zal worden gekeken naar het verschil tussen het vermogen op het tijdstip dat het huwelijk werd gesloten en het vermogen op het tijdstip van ontbinding van het huwelijk. Op deze manier delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot. Gesteld kan worden dat tijdens het huwelijk het stelsel van scheiding van goederen wordt aangenomen, maar dat nadien wordt verrekend alsof initieel sprake was van een wettelijk stelsel.

Bij voorhuwelijkse gezamenlijke aankoop van een onroerend goed: mogelijkheid tot anticipatieve inbreng

De wetgever wil tegemoetkomen aan de maatschappelijke realiteit dat partners vaak al voor het huwelijk gezamenlijk een woning willen aankopen door de inbreng ervan in de latere huwelijksgemeenschap te vereenvoudigen, alsook de kosten die daarmee gepaard gaan te verlagen.

Vandaar dat het nieuwe huwelijksvermogensrecht voorziet in de mogelijkheid voor partners om in de aankoopakte van het onroerend goed een ‘anticipatieve inbreng’ te doen in de huwelijksgemeenschap. Dit beding zorgt ervoor dat indien men later huwt, het onroerend goed automatisch tot het gemeenschappelijk vermogen behoort en men geen tweede keer naar de notaris hoeft te stappen. Hiervoor is vereist dat elk van de partners de helft van het onroerend goed in volle eigendom verkrijgt.

Afschaffing verbod op verkoop tussen echtgenoten

Onder het huidige huwelijksvermogensrecht is de verkoop tussen echtgenoten, behoudens wettelijke uitzonderingen, verboden. In het licht van de contractuele vrijheden waarover echtgenoten vandaag de dag beschikken, is dit verbod achterhaald. Vandaar dat het huidige wetsvoorstel uitgaat van de afschaffing van dit verbod.

Nieuw evenwicht inzake positie langstlevende echtgenoot in huwelijksvermogens- en erfrecht

Om ervoor te zorgen dat echtgenoten ook na het overlijden van hun partner voldoende bescherming genieten, wordt voorzien in een (nieuw) sterker erfrecht van de langstlevende echtgenoot indien er geen kinderen zijn. Op dit moment moet de langstlevende echtgenoot de erfenis soms delen met (verre) bloedverwanten van de overledene. Het wetsvoorstel voorziet nu dat de langstlevende echtgenoot, ongeacht het gekozen huwelijksstelsel en mits het huwelijk kinderloos was, een groter deel van de nalatenschap in volle eigendom kan verkrijgen.

Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid om de langstlevende echtgenoot bij een tweede huwelijk (met niet-gemeenschappelijke kinderen) volledig te onterven zonder vermindering van de erfrechtelijke aanspraken van de kinderen uit een vorige relatie. Tevens verleent het voorstel de mogelijkheid aan de langstlevende echtgenoot om er voortaan mee in te stemmen afstand te doen van zijn erfaanspraken op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de aanwezige inboedel.

Ga terug naar de overzichtspagina

Gerelateerde content