Nederlandse aangifteplicht | KPMG | BE

Nederlandse aangifteplicht van naar het buitenland verplaatste vennootschappen kan onder voorwaarden vervallen

Nederlandse aangifteplicht

Nederlandse aangifteplicht van naar het buitenland verplaatste vennootschappen kan onder voorwaarden vervallen

Op 19 februari 2018 heeft de Nederlandse staatssecretaris het besluit over de fiscale gevolgen van een zetelverplaatsing van een naar Nederlands recht opgericht lichaam gepubliceerd. 

Met betrekking tot de vestigingsplaats van vennootschappen passen landen doorgaans ofwel de incorporatieleer (‘siège social’) toe ofwel de leer van de werkelijke zetel (‘siège réel’). Nederland past de incorporatieleer toe en België de leer van de werkelijke zetel. 

Op basis van de incorporatieleer kan een naar Nederlands recht opgericht en in Nederland gevestigd lichaam worden verplaatst naar een ander land. Hierna hanteren wij een zetelverplaatsing van een in Nederland gevestigde besloten vennootschap (bv) naar België als voorbeeld. Bij een dergelijke zetelverplaatsing wordt op de vennootschap vanaf het moment van de zetelverplaatsing (eveneens) het Belgische recht van toepassing, wordt de vennootschap omgevormd tot een (bv/)bvba en wordt deze in België vennootschapsbelastingplichtig. 

Vestigingsplaatsfictie

In het besluit van de staatssecretaris wordt bevestigd dat de omvorming van een bv tot een (bv/)bvba in het kader van een zetelverplaatsing het bestaan van de bv niet beëindigt. Omdat diverse Nederlandse belastingwetten een bepaling bevatten die stelt dat een ‘naar Nederlands recht opgericht lichaam’ wordt geacht in Nederland te zijn gevestigd, blijft de bv voor toepassing van deze wetten (bij fictie) een in Nederland gevestigde vennootschap. 

Wij beperken ons hier tot toepassing van bovengenoemde fictie in de (Nederlandse) Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Op basis daarvan wordt de (bv/)bvba in het voorbeeld voor toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting beschouwd als inwoner van Nederland en is deze (bv/)bvba Nederlandse vennootschapsbelasting verschuldigd over haar wereldinkomen.

Verdragstoepassing

Of Nederland effectief Nederlandse vennootschapsbelasting over de resultaten van de (bv/)bvba mag heffen, dient te worden beoordeeld op basis van het belastingverdrag tussen Nederland en België (hierna: het verdrag). Het verdrag wijst het heffingsrecht over de resultaten van de(bv/)bvba in beginsel toe aan het land waarvan de (bv/)bvba inwoner is. Indien de (bv/)bvba een vaste inrichting heeft in een ander land, komt het heffingsrecht over de resultaten die toerekenbaar zijn aan deze vaste inrichting toe aan dat andere land. 

Omdat zowel Nederland als België de (bv/)bvba op basis van zijn nationale wetgeving beschouwt als inwoner, is de ‘tiebreaker’ in het verdrag van toepassing. Op basis hiervan is de (bv/)bvba – voor toepassing van het verdrag – inwoner van het land waar de werkelijke leiding van de (bv/)bvba is gelegen. Omdat de werkelijke leiding van de (bv/)bvba in België ligt, kwalificeert zij voor toepassing van het verdrag als inwoner van België en wijst het verdrag het heffingsrecht over de resultaten van de (bv/)bvba toe aan België. Nederland dient voor deze resultaten vrijstelling te verlenen, zodat de (bv)/bvba effectief geen Nederlandse vennootschapsbelasting verschuldigd is.

Aangifteplicht

Omdat de (bv/)bvba voor toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting wordt geacht in Nederland te zijn gevestigd, worden aan de (bv/)bvba – ongeacht de toepassing van het verdrag – in beginsel ook over de perioden na zetelverplaatsing aangiftebiljetten uitgereikt, waardoor de (bv/)bvba verplicht is voor deze perioden Nederlandse aangiften vennootschapsbelasting in te vullen en in te dienen. Dit is ons inziens een onwenselijke, oneindige jaarlijkse administratieve last indien op voorhand duidelijk is dat de (bv/)bvba effectief geen Nederlandse vennootschapsbelasting verschuldigd is. 

Het recente besluit vervangt een besluit van 6 maart 2001. Daarin werd expliciet opgemerkt dat aan een verplaatste vennootschap ook na zetelverplaatsing aangiftebiljetten diende te worden uitgereikt en dat deze door de vennootschap volledig diende te worden ingevuld en ingediend. In het recente besluit wordt aan inspecteurs de mogelijkheid geboden om af te zien van het uitreiken van aangiftebiljetten in gevallen waarin geen heffings- of invorderingsbelang (meer) aanwezig is. Omdat een vennootschap niet verplicht is te verzoeken om uitreiking van een biljet indien geen vennootschapsbelasting verschuldigd is en geen aangifte hoeft te worden ingediend indien geen biljet is uitgereikt, betekent dit effectief dat de aangifteplicht voor dergelijke vennootschappen vervalt. 

De staatssecretaris stelt dat in voorkomende gevallen met de vennootschap nadere afspraken dienen te worden gemaakt over het verschaffen van informatie over relevante wijzigingen en omstandigheden. Hoewel hij niet voorschrijft hoe dit zou moeten worden vormgegeven, beschouwen wij de tegemoetkoming in het recente besluit als een aangename administratieve lastenverlichting. In voorkomende gevallen bespreken wij graag met u en uw inspecteur of uitreiking van aangiftebiljetten achterwege kan worden gelaten. 

Ga terug naar de overzichtspagina

Gerelateerde content