Cassatieberoep ingetrokken | KPMG | BE
close
Share with your friends

Nederland moet pro-rata-aftrek van Spaanse hypotheekrente verlenen: cassatieberoep ingetrokken

Cassatieberoep ingetrokken

Nederland moet pro-rata-aftrek van Spaanse hypotheekrente verlenen: cassatieberoep ingetrokken

In de januari 2018-editie van deze nieuwsbrief berichtten wij u over de (verwijzings)uitspraak van het gerechtshof Den Haag (hierna: het hof) inzake het recht op hypotheekrenteaftrek van een in Spanje wonende directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga). Voor een beschrijving van de specifieke casus verwijzen wij naar ons artikel in de nieuwsbrief van maart 2017. De staatssecretaris van Financiën stelde tegen de uitspraak van het hof cassatieberoep in, maar heeft dit inmiddels weer ingetrokken. Ook kondigt hij een wetswijziging aan om de Nederlandse wet op dit punt in overeenstemming te brengen met het EU-recht.

De intrekking van het beroep in cassatie is tweeledig. Een reden achter het cassatieberoep was de, volgens de staatssecretaris, onjuiste opvatting van het hof dat Nederland rekening dient te houden met de (on)mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek in de andere werkstaat (Zwitserland in deze casus). Indien de andere werkstaat geen vergelijkbare mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek zou kennen, had Nederland volgens het hof het volledige bedrag aan betaalde hypotheekrenteaftrek in aanmerking moeten nemen. Volgens de staatssecretaris is echter slechts relevant of belanghebbende in de andere werkstaat inkomen heeft ontvangen waartegen hij een overeenkomstig recht te gelde kan maken en is niet relevant of Zwitserland een mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek kent.

Deze redenering van de staatssecretaris heeft echter geen gevolgen voor de onderhavige casus. Omdat Zwitserland een dergelijke mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek wel kent, dient Nederland namelijk hoe dan ook pro-ratahypotheekrenteaftrek toe te kennen. Op basis hiervan is de uitspraak – ondanks de gestelde onjuistheid van deze ingenomen uitgangspunten – volgens de staatssecretaris wel juist. Indien de andere werkstaat geen hypotheekrenteaftrek zou kennen (en Nederland het volledige bedrag aan hypotheekrenteaftrek in aanmerking zou moeten nemen), verwachten wij niet dat Nederland dit zonder meer zou accepteren.

De tweede reden waarom de staatssecretaris zijn cassatieberoep heeft ingetrokken houdt ermee verband dat belanghebbende niet heeft gekozen voor een behandeling als binnenlands belastingplichtige. Het deel van het inkomen van belanghebbende dat in Nederland wordt verdiend en 60% van zijn totale arbeidsinkomen vormt, wordt in Nederland belast in de eerste drie belastingschijven (maximaal 42%). De staatssecretaris is echter van mening dat belanghebbende op grond van Europees recht moet worden behandeld volgens een regeling die (in eerste instantie) is bedoeld voor ingezetenen en dat het arbeidsinkomen van deze belanghebbende daarom belast moet worden met toepassing van het progressievoorbehoud.

Het bovengenoemde progressievoorbehoud houdt in dat inkomsten die niet in Nederland worden belast, wel in aanmerking worden genomen om het van toepassing zijnde belastingtarief te bepalen op de in Nederland belastbare inkomsten. In dat geval zou het arbeidsinkomen van belanghebbende (deels) worden belast tegen het destijds geldende tarief van maximaal 52%. Omdat een progressievoorbehoud alleen toegepast kan worden indien belanghebbende opteert voor behandeling als binnenlands belastingplichtige (deze regeling is overigens afgeschaft per 1 januari 2015), heeft de staatssecretaris dit standpunt in de voorliggende casus (moeten) laten vallen. 

De staatssecretaris kondigt aan dat de (Nederlandse) Wet inkomstenbelasting 2001 naar aanleiding van deze jurisprudentie zal worden aangepast. Het gaat daarbij om de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Met deze aanpassing wordt beoogd de wet in overeenstemming met het Europees recht te brengen. Vooruitlopend op de wetswijziging zal op korte termijn een beleidsbesluit worden gepubliceerd.

Wij zijn benieuwd hoe deze regeling zal worden aangepast. Indien door de introductie van een progressievoorbehoud een buitenlandse belastingplichtige te maken krijgt met een hogere heffing, rijst wederom de vraag of dit niet in strijd is met het Europees recht.

Ga terug naar de overzichtspagina

Gerelateerde content