Het Belgische minimumbezoldigingsvereiste | KPMG | BE

Het Belgische minimumbezoldigingsvereiste: wat zijn de praktische gevolgen voor uw Belgisch-Nederlandse groepsstructuur?

Het Belgische minimumbezoldigingsvereiste

Het Belgische minimumbezoldigingsvereiste: wat zijn de praktische gevolgen voor uw Belgisch-Nederlandse groepsstructuur?

In Nederland is de gebruikelijkloonregeling gemeengoed. In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting in België werd per 1 januari 2018 met een ‘minimumbezoldigingsvereiste’ voor Belgische vennootschappen een soortgelijke maatregel geïntroduceerd. Hiermee wenst de Belgische fiscus het oprichten van vennootschappen louter om fiscale doeleinden te ontmoedigen. Er is immers gebleken dat winstgevende Belgische vennootschappen er vaak voor kiezen om hun directeur-grootaandeelhouder (‘dga’) hoofdzakelijk te vergoeden met dividenduitkeringen (niet aftrekbaar bij de vennootschap, belast met 30% roerende voorheffing en onderworpen aan vennootschapsbelasting) in plaats van het toekennen van een bezoldiging (aftrekbaar bij de vennootschap en progressief belast bij de dga). Het minimumbezoldigingsvereiste beoogt hier paal en perk aan te stellen.

In dit verband rijst de vraag hoe dit vereiste in een internationale context dient te worden geïnterpreteerd. Moet een in België woonachtige dga die zijn bestuurderswerkzaamheden in Nederland verricht, zichzelf naast zijn Nederlandse loon tevens een Belgisch loon uitkeren (met gevolgen inzake inkomstenbelasting en sociale zekerheid)?

Wat houdt het minimumbezoldigingsvereiste in?

Een Belgische vennootschap is vanaf 1 januari 2018 verplicht om een minimum brutobezoldiging van € 45.000 per jaar toe te kennen aan haar dga, tenzij het belastbaar resultaat van de vennootschap (waarover vennootschapsbelasting wordt berekend) lager is. In dergelijke gevallen dient een minimumbezoldiging te worden uitgekeerd gelijk aan het (lagere) belastbaar resultaat.

Vennootschappen die deze nieuwe maatregel niet respecteren zullen worden onderworpen aan een bijkomende afzonderlijke aanslag ten belope van het positieve verschil tussen de wettelijke minimumbezoldiging en de hoogste effectieve bezoldiging (die door de vennootschap is toegekend). Het tarief van de bijkomende aanslag bedraagt 5% voor de aanslagjaren 2019 en 2020 (kalenderjaar 2018 en 2019) en zal daarna oplopen tot 10%. De op basis van deze aanslag verschuldigde heffing is bij de vennootschap aftrekbaar als een beroepskost.

De Belgische wetgever voorziet in een uitzondering voor verbonden groepsvennootschappen. Verbonden vennootschappen waarbij ten minste de helft van de bestuurders (natuurlijke personen) dezelfde personen zijn kunnen ervoor opteren om op geconsolideerde basis te voldoen aan een minimumbezoldiging van € 75.000. Niet in België gevestigde vennootschappen kunnen eveneens als verbonden vennootschap kwalificeren.

Voorbeeld

U bent inwoner van België en aandeelhouder en bestuurder van een (Belgisch-Nederlandse) groep. Vennootschap A, een Belgische vennootschap, fungeert als holding, zij houdt een 100%-deelneming aan in de operationele Nederlandse vennootschap B. De helft van de bestuurders van vennootschap A en vennootschap B zijn dezelfde personen.

U ontvangt geen bedrijfsleidersbezoldiging uit de Belgische vennootschap A. U ontvangt daarentegen wel een bezoldiging van € 100.000 uit de Nederlandse vennootschap B. U betaalt hierover inkomstenbelasting in Nederland en bent sociaal verzekerd in Nederland.

Dient u, op basis van het minimumbezoldigingsvereiste, uzelf een bedrijfsleidersbezoldiging uit te keren vanuit de Belgische vennootschap?

Nee, dit is niet nodig aangezien u van een verbonden vennootschap een bezoldiging ontvangt die meer bedraagt dan € 75.000.

Verdragstoepassing

Mede in het licht van eerdere jurisprudentie en discussies ten aanzien van de Nederlandse heffing over gebruikelijk loon (vaak fictief loon genoemd), komt de vraag op of toepasselijke belastingverdragen België toestaan in voorkomende grensoverschrijdende situaties over een (fictieve) minimumbezoldiging belasting te heffen. Omdat hierover vooralsnog onduidelijkheid bestaat, dient te worden afgewacht of België op dit vlak – bijvoorbeeld in een circulaire – duidelijkheid zal geven.

Advies

Op basis van het bovenstaande adviseren wij u om uw huidige groepsstructuur en de bezoldigingsstromen te (laten) beoordelen en de impact van deze nieuwe regeling in kaart te brengen.

Ga terug naar de overzichtspagina

Gerelateerde content