België en Nederland bereiken overeenstemming | KPMG | BE
close
Share with your friends

België en Nederland bereiken overeenstemming over heffing over aanvullende pensioenen

België en Nederland bereiken overeenstemming

België en Nederland bereiken overeenstemming over heffing over aanvullende pensioenen

De Nederlandse belastingdienst verraste eind vorig jaar vele Nederbelgen met een schriftelijke aankondiging inzake hun Nederlandse aanvullende pensioenen. In deze aankondiging stelde de Nederlandse belastingdienst dat hij, met ingang van 1 januari 2018, Nederlandse pensioenen niet langer zal vrijstellen van loonheffing indien deze op jaarlijkse basis meer dan € 25.000 bedragen. Hierdoor konden er situaties van dubbele belastingheffing ontstaan indien België over hetzelfde pensioen zou heffen. Inmiddels hebben Nederland en België na onderling overleg overeenstemming bereikt over een ‘oplossing’ voor deze problematiek.

Heffingsbevoegdheid Nederland-België

Op basis van het Belgisch-Nederlandse belastingverdrag is Nederland bevoegd over Nederlandse aanvullende pensioenen van inwoners van België te heffen indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Er is sprake geweest van fiscale faciliëring tijdens de opbouw door Nederland.
  2. De uitkeringen zijn in België niet belast tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief (progressief tarief) dan wel de uitkeringen worden voor minder dan 90% in de heffing betrokken.
  3. Het brutobedrag van bovenvermelde uitkeringen is hoger dan € 25.000 per kalenderjaar.

Voor de belastbaarheid van alle Nederlandse aanvullende pensioenen boven € 25.000 in Nederland baseert de Nederlandse belastingdienst zich op de Belgische ‘definitief verworven rechten-doctrine’. Deze stelt dat pensioenen opgebouwd voor 2004 (2006 voor dga’s) in België, onder voorwaarden, als lijfrenten tegen een laag forfaitair regime (3% van de kapitaalswaarde wordt jaarlijks belast tegen een tarief van 30%) worden belast. Onduidelijk is of pensioenen die deels zijn opgebouwd voor 2004 (2006) en deels daarna kunnen worden ‘geknipt’.

Overleg Belgische en Nederlandse belastingdienst

De Belgische belastingdienst was het niet eens met deze actie van de Nederlandse belastingdienst. Hij is immers van oordeel dat Nederland niet bevoegd is om te heffen over het Nederlandse aanvullende pensioen. De Belgische belastingdienst volgt in de meeste praktijkgevallen namelijk niet de bovenvermelde definitief verworven rechten-doctrine (hoewel deze doctrine reeds meerdere malen werd bevestigd door het Belgische Hof van Cassatie).

Nadat hierover zowel in Nederland als in België vragen werden gesteld in het parlement, zijn de Nederlandse en Belgische autoriteiten opnieuw in overleg gegaan. De Nederlandse staatssecretaris van Financiën heeft kenbaar gemaakt dat er overeenstemming is bereikt en dat Nederland van inwoners van België geen belasting zal heffen over uit Nederland afkomstig pensioen indien België dit pensioen feitelijk en voldoende belast. Als van voldoende heffing in België geen sprake is, zal Nederland kunnen heffen en zal België voorkoming van dubbele belasting verlenen.

Inwoners van België die zich op het standpunt stellen dat sprake is van een definitief en individueel verworven recht zullen dit waarschijnlijk individueel in België moeten bewijzen en uitprocederen. Slaagt men in de bewijslast, dan zal België Nederland informeren dat België niet volledig heft, en dan zal Nederland alsnog gaan heffen. Wij vinden dat de gehele gang van zaken bepaald geen schoonheidsprijs verdient.

Nederland en België hebben de gemaakte afspraken uitgewerkt in een overeenkomst. Wij volgen uiteraard de ontwikkelingen in dit kader en houden u op de hoogte.

Ga terug naar de overzichtspagina

Gerelateerde content