Hof Amsterdam: bonusaandelen niet in vrije ruimte | KPMG | BE

Hof Amsterdam: bonusaandelen niet in vrije ruimte van werkkostenregeling (gebruikelijkheidscriterium)

Hof Amsterdam

Hof Amsterdam: bonusaandelen niet in vrije ruimte van werkkostenregeling (gebruikelijkheidscriterium)

Op 25 januari 2018 heeft Gerechtshof Amsterdam (‘hof’) uitspraak gedaan in een door Meijburg & Co gevoerde procedure over de vraag of de toekenning van (bonus)aandelen in de vrije ruimte van de Nederlandse werkkostenregeling mag worden ondergebracht. Het hof oordeelt dat in het licht van de werkkostenregeling de toekenning van bonusaandelen aan een selecte groep van werknemers naar algemene maatschappelijke opvatting ongebruikelijk is.

Met deze uitspraak duidt het hof wanneer een vergoeding of verstrekking (on)gebruikelijk is en of deze kan worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel onder de werkkostenregeling. Het oordeelt in deze procedure dat met betrekking tot het al dan niet aanmerken van een vergoeding en/of verstrekking als belast of vrijgesteld loon onder de werkkostenregeling, de uitleg moet plaatsvinden rekening houdend met de naar algemene maatschappelijke opvatting gebruikelijke normen. Hierbij wordt het gebruikelijkheidscriterium sterk beperkend uitgelegd, omdat het hof bepaalt dat de door de Belastingdienst gehanteerde doelmatigheidsgrens van € 2.400 in lijn is met het gebruikelijkheidscriterium. Dit houdt in dat hogere vergoedingen en/of verstrekkingen in beginsel ongebruikelijk zijn. Er zal in deze casus beroep in cassatie worden ingesteld.

Indien u als werkgever twijfelt of een bepaalde vergoeding of verstrekking aan uw werknemers als eindheffingsbestanddeel onder de werkkostenregeling kan worden aangewezen, dan kunnen wij u hierbij uiteraard assisteren.

Ga terug naar de overzichtspagina

Gerelateerde content