Nederlandse Hoge Raad wijst fiscale eenheid | KPMG | BE

Nederlandse Hoge Raad wijst fiscale eenheid tussen Nederlandse zustermaatschappijen met een gezamenlijke niet-EU-moedervennootschap af

Nederlandse Hoge Raad wijst fiscale eenheid

Dient te worden toegestaan dat twee of meer Nederlandse dochtermaatschappijen van een niet in de EU gevestigde moedermaatschappij worden gevoegd in een fiscale eenheid vennootschapsbelasting?

1000

Gerelateerde content

Nederlandse Hoge Raad wijst fiscale eenheid tussen Nederlandse zustermaatschappijen

Wij berichtten u eerder over de conclusie van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie (‘HvJ’) en de spoedmaatregelen die naar aanleiding daarvan door het kabinet werden aangekondigd. Het Nederlandse fiscale-eenheidsregime staat onder druk. Een van de eerder genoemde ‘pijnpunten’ van het huidige regime is echter op 15 december 2017 door de Hoge Raad verworpen.

Dient te worden toegestaan dat twee of meer Nederlandse dochtermaatschappijen van een niet in de EU gevestigde moedermaatschappij worden gevoegd in een fiscale eenheid vennootschapsbelasting? 

Deze vraag beantwoorde de Hoge Raad, in tegenstelling tot het gerechtshof in april 2016, ontkennend.

Wij verwijzen naar ons memorandum voor een uiteenzetting van de argumenten van belastingplichtige en de redenering van de Hoge Raad. Belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat een fiscale eenheid diende te worden toegestaan op basis van de non‑discriminatiebepaling in het belastingverdrag tussen Nederland en Israël, maar werd hierin niet gevolgd door de Hoge Raad. Indien in voorkomende gevallen bezwaar is aangetekend tegen het niet toestaan van een fiscale eenheid, zal dit bezwaar conform het arrest worden afgewezen.

Het bovenstaande neemt niet weg dat, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan, nog altijd een fiscale eenheid kan worden gevormd tussen (combinaties van):

  • een Nederlandse moedervennootschap en haar Nederlandse dochtervennootschap(pen);
  • twee of meer Nederlandse zustervennootschappen van een in de EU gevestigde gezamenlijke buitenlandse moedervennootschap;
  • een Nederlandse moedervennootschap en haar Nederlandse kleindochtervennootschap(pen), indien de moedervennootschap haar Nederlandse kleindochtervennootschap(pen) houdt via een of meer in de EU gevestigde buitenlandse vennootschappen.

Een fiscale eenheid kan met maximaal drie maanden terugwerkende kracht worden aangevraagd. Wij zijn graag bereid met u te bespreken wat de mogelijkheden zijn om een fiscale eenheid te vormen.

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2018 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig