Ecofin-raad bereikt overeenstemming over zwarte lijst | KPMG | BE

Ecofin-raad bereikt overeenstemming over zwarte lijst

Ecofin-raad bereikt overeenstemming over zwarte lijst

Op 5 december jongstleden is in de EU-raad van ministers van Economische Zaken en Financiën (‘Ecofin-raad’) overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijke lijst van landen die in onvoldoende mate samenwerken met de Europese Unie tegen belastingontwijking (de zwarte lijst). Daarnaast is er een grijze lijst opgesteld met in totaal 47 landen die op dit moment nog niet voldoen aan de gestelde criteria, maar zich wel uitdrukkelijk hebben verbonden om dat op redelijk korte termijn wel te gaan doen. Zij hebben in beginsel tot eind 2018 de tijd gekregen om hieraan gevolg te geven.

Partner, Tax and Legal Advisers

KPMG in Belgium

Contact

Gerelateerde content

Ecofin-raad bereikt overeenstemming over zwarte lijst

De totstandkoming van de zwarte lijst moet worden gezien als onderdeel van de inspanningen die de Europese Unie zich de laatste jaren heeft getroost in de strijd tegen belastingontwijking en gebruikmaking van schadelijke belastingregimes. Maar ook de bredere context van het in juni 2015 gelanceerde actieplan van de Europese Commissie voor een eerlijke en efficiënte heffing van vennootschapsbelasting en de aanbevelingen van de OESO in oktober 2015 in het kader van zijn vijftien actiepunten tegen grondslaguitholling (‘base erosion’) en winstverschuiving (‘profit shifting’), oftewel het anti-BEPS-actieplan, spelen hierin een belangrijke rol.

In januari 2016 kwam de Europese Commissie met een concreet antiontwijkingspakket, waarvan een gemeenschappelijke benadering van derde landen er een was. Het doel was om de lappendeken van aparte nationale zwarte lijsten te vervangen door een gemeenschappelijke lijst, die zou voorzien in duidelijke, samenhangende en objectieve criteria. Daarna volgde een driestappenplan bestaande uit een voorselectie (‘preassessment’), een fase van screening en uiteindelijk de opstelling van een lijst van niet‑coöperatieve landen.

Na de voorselectie op basis van feitelijke informatie en risico-indicatoren, zoals economische banden met de Europese Unie, financiële activiteiten en stabiliteit, volgde een uitgebreide screening en dialoog tussen enerzijds de zogenoemde gedragscodegroep en anderzijds in totaal 92 geïdentificeerde landen en jurisdicties, waarin de volgende vereisten werden toegepast:

  • fiscale transparantie door te voldoen aan internationale standaarden voor automatische uitwisseling van informatie en uitwisseling op verzoek alsook de praktische invulling daarvan;
  • ‘fair taxation’, waarbij wordt getoetst op de aanwezigheid van schadelijke belastingregimes;
  • invoering van de minimumstandaarden uit het anti-BEPS-actieplan.

Uiteindelijk kwamen er als gevolg van het screeningproces in totaal 17 jurisdicties op de zwarte lijst terecht.

Deze lijst zal jaarlijks worden herzien. De gebrandmerkte jurisdicties worden aangemoedigd om alsnog de vereiste aanpassingen door te voeren om van de lijst af te komen en daartoe in gesprek te gaan met de gedragscodegroep, die is belast met de verdere monitoring van de criteria en de gedane beloften om deze na te komen.

Twintig jurisdicties voldeden wel meteen, terwijl 47 andere landen op de grijze lijst terechtkwamen en werden aangemerkt als coöperatief vanwege door hen afgegeven ‘commitments’ om later alsnog aan de gestelde criteria te voldoen. Gebeurt dat voor eind 2018 niet, dan volgt alsnog degradatie naar de zwarte lijst. Een aantal landen heeft op voorwaarden enig uitstel gekregen, bijvoorbeeld vanwege de gevolgen van de orkanen Irma en Maria.

Aan de lijsten is ook een opsomming van mogelijke tegenmaatregelen toegevoegd waaruit lidstaten kunnen putten om op nationaal niveau sancties te verbinden aan belastingplichtigen die handelen met personen die zijn gevestigd in jurisdicties die op de zwarte lijst staan. Daarbij moet worden gedacht aan onder andere rente‑aftrekbeperkingen, toepassen van doorkijkregelingen, bronheffingen op betalingen aan crediteuren in deze jurisdicties en omkering van de bewijslast.

Onduidelijk is nog hoe de individuele EU-landen zullen reageren en welke tegenmaatregelen zij al dan niet zullen gaan toepassen. Nederland heeft nog geen nieuwe maatregelen doorgevoerd, maar in het regeerakkoord wel aangekondigd dat het in 2023 een nieuwe bronheffing wil invoeren op interest- en royaltybetalingen aan personen die zijn gevestigd in ‘low tax jurisdictions’. Daarnaast is opgenomen dat Nederland de dividendbelasting zal handhaven voor aandeelhouders gevestigd in deze jurisdicties. Het is nog onduidelijk of de nu gepubliceerde EU-blacklist hiervoor zal worden gebruikt.

Voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden staan twee overzeese gebiedsdelen, Aruba en Curaçao, op de grijze lijst. Zij hebben aangegeven in 2018 de nodige maatregelen te zullen treffen om aan de gestelde vereisten te voldoen. In dit kader dienen geïdentificeerde schadelijke regimes, zoals het E‑zoneregime en de vrijgestelde vennootschap, te worden aangepast.

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2018 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig