Dividenduitkering door Nederland terecht aangemerkt? | KPMG | BE
close
Share with your friends

Dividenduitkering door Nederland terecht aangemerkt als ab-inkomen?

Dividenduitkering door Nederland terecht aangemerkt?

Een natuurlijk persoon die sinds 1990 niet meer in Nederland woonde, hield tot zijn overlijden alle aandelen in een holding. Deze holding hield indirect alle aandelen in verschillende vennootschappen die sinds 2010 in Luxemburg zijn gevestigd. Een van deze Luxemburgse vennootschappen, een in 2010 van Nederland naar Luxemburg verplaatste vennootschap (‘X BV’), houdt onder meer 51% van de aandelen in een Nederlandse holding. Deze holding is de moedervennootschap van een Nederlandse fiscale eenheid vennootschapsbelasting, die na verkoop van de belangrijkste actieve ondernemingen gedurende een aantal jaren in een afwikkelfase verkeert.

Gerelateerde content

Dividenduitkering door Nederland terecht aangemerkt als ab-inkomen?

Op enig moment keert bovengenoemde holding een dividend uit aan X BV. De Nederlandse inspecteur kwalificeert deze dividenduitkering op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet Vpb’) als belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en stelt dat, rekening houdend met het belastingverdrag tussen Nederland en Luxemburg, X BV over de dividenduitkering 2,5% Nederlandse vennootschapsbelasting is verschuldigd.

In geschil is de heffing van vennootschapsbelasting over de dividenduitkering bij X BV. Artikel 17, lid 3, onderdeel b Wet Vpb is een antimisbruikbepaling. X BV stelt terecht dat voor heffing op grond van deze bepaling onder meer vereist is dat X BV haar aanmerkelijk belang in de Nederlandse holding houdt met als voornaamste doel of een van de voornaamste doelen om de heffing van inkomstenbelasting of dividendbelasting bij een ander te ontgaan. Daarnaast stelt belanghebbende dat – indien artikel 17, lid 3, onderdeel b Wet Vpb van toepassing is – heffing over het dividend (i) wordt verhinderd door de werking van de Europese Moeder-dochterrichtlijn dan wel (ii) in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging.

De rechtbank stelde eerder dat geen sprake was van ‘ontgaan’ als bedoeld in artikel 17, lid 3, onderdeel b Wet Vpb en verminderde de aan X BV opgelegde aanslag naar nihil. De overige geschilpunten kwamen bij de rechtbank niet aan de orde.

Gerechtshof Den Haag oordeelde recentelijk echter anders. Het stelt dat het ontgaansmotief doorlopend dient te worden getoetst (steeds op het moment dat er een voordeel uit het aanmerkelijk belang in de in Nederland gevestigde vennootschap opkomt) en dat de inspecteur er in casu in is geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een ontgaansmotief.

Het gerechtshof acht bovendien aannemelijk dat in casu sprake is van een 'volstrekt kunstmatige constructie' en – omdat X BV geen relevante functie had binnen het concern – dat het belang van X BV niet tot X BV’s ondernemingsvermogen behoort.

Inmiddels is tegen de uitspraak van het gerechtshof beroep in cassatie aangetekend. Omdat de redenering en onderbouwing van het gerechtshof enigszins op gespannen voet lijken te staan met de (gelijkluidende) criteria voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling en het Europese Hof van Justitie in een arrest van 20 december 2017 ‘volstrekt kunstmatige constructie’ nog eens beperkt uitlegde, zijn wij erg benieuwd naar het oordeel van de Hoge Raad en wachten wij dit met grote belangstelling af. Ondertussen adviseren wij u bestaande structuren te beoordelen. Indien de Hoge Raad artikel 17, lid 3, onderdeel b Wet Vpb in casu inderdaad van toepassing verklaart, is het toepassingsbereik van deze bepaling mogelijk breder dan eerder gedacht en kan dit leiden tot heffing van vennootschapsbelasting in situaties waarin dit eerder niet werd voorzien.

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2018 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig