“Tijd voor concrete resultaten in de Eurometropool 2.0” | KPMG | BE

“Tijd voor concrete resultaten in de Eurometropool 2.0”

“Tijd voor concrete resultaten in de Eurometropool 2.0”

Gouverneur is Vlaams coördinator voor bilaterale samenwerking met Noord-Frankrijk.

1000

Gerelateerde content

concrete resultaten in de Eurometropool 2.0

De Vlaamse regering heeft het mandaat van gouverneur Decaluwé als Vlaams coördinator voor de bilaterale samenwerking met Noord-Frankrijk verlengd. De gouverneur moet de contacten tussen de Vlaamse en Noord-Franse administraties begeleiden, met het oog op een betere samenwerking en liefst ook concrete realisaties. “Dat is geen evidente zaak”, geeft Carl Decaluwé toe. “Maar mijn ambitie is toch om niet meer te verzanden in praatbarakken en op het terrein concrete stappen vooruit te kunnen zetten, zeker voor de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai.

Begin 2012 volgde Kortrijkzaan Carl Decaluwé (56) Paul Breyne op als gouverneur van West-Vlaanderen, en hij voelt zich duidelijk in zijn sas in deze rol: “Men ziet de gouverneur vaak als een politicus die verbannen is naar een uithoek. Maar ik ben nu een ambtenaar met een fantastische job, zeker in West-Vlaanderen. Ik heb vele internationale contacten om de handel te faciliteren en ben bijna dagelijks bezig met de problematiek van de transmigranten en grensoverschrijdende aanpak van de criminaliteit. En dan is er ook de uitdaging van de grensoverschrijdende samenwerking met Noord-Frankrijk en Zeeland. Geen enkele dag is dezelfde.”

Uw rol rond bilaterale samenwerking heeft ook een Vlaams tintje, met name als coördinator in opdracht van de Vlaamse regering. Wat betekent dit in de praktijk?

Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de visie en standpunten van de Vlaamse administraties op elkaar afgestemd zijn, zodat we met één stem spreken in onze contacten met de Noord-Franse collega’s van de Eurometropool of de EGTS West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale. Ik volg een aantal vergaderingen op, probeer nieuwe contacten te faciliteren en ook – waar ik kan – mijn rol te spelen om dossier een duw in de juiste richting te geven.

De indruk leeft dat er veel vergaderd wordt met Noord-Frankrijk, maar dat er op het terrein niets veranderd. Is dat perceptie of realiteit?

Kijk, we moeten niet ontkennen dat het moeilijk is om concrete resultaten te boeken. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Om te beginnen kijkt elke partij vanuit zijn eigen belang naar de dossiers. Het is dus niet gemakkelijk om gemeenschappelijke belangen te vinden. Aan Noord-Franse kant wisselen een aantal sleutelactoren (zoals bijvoorbeeld de prefect) gemiddeld om de twee jaar, wat betekent dat we steeds opnieuw ons verhaal moeten uitleggen. Maar niettemin is het mogelijk om concrete zaken te realiseren. Binnen het samenwerkingsverband met Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale is er een grensoverschrijdend project om de problemen rond de afwatering in het grensgebied tussen Duinkerke en Veurne op te lossen. Er zullen  een aantal werken nodig zijn zowel Vlaams als Frans grondgebied.

En hoe gaat het inmiddels met de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai? Bijna tien jaar na de start lijkt het enthousiasme rond dit project ver weg…

Ik blijf ervan overtuigd dat het idee voor een grensoverschrijdende metropool een zeer waardevol gegeven is. Het is de verdienste van Martine Aubry, Rudy Demotte en Stefaan De Clerck dat ze elkaar hebben gevonden in een gezamenlijke ambitie om zo’n project op te starten. Hun onderlinge goede verstandhouding maakte de oprichting mogelijk. Maar ik ga niet ontkennen dat de aanvankelijke dynamiek weggeëbd is. De Eurometropool heeft een heel logge structuur die het moeilijk maakt om te beslissen. Ze is gebonden aan heel veel politieke niveaus en heeft geen eigen bevoegdheid. Bovendien heeft ze te lang alleen op papier bestaan. Het was een marketingproject geworden met vlaggen, logo’s en een website maar geen concrete inhoud. Op vergaderingen merk je dat ook: heel wat leden sturen hun kat omdat er na al die jaren nauwelijks iets gebeurd is op het terrein.

Is de Eurometropool op sterven na dood?

Nee, integendeel. Ik ben nog altijd optimistisch. We hebben na een lange procedure een nieuwe directeur aan boord die het project nieuw leven gaat inblazen. Van Vlaamse kant is het onze bedoeling om af te stappen van de grote plannen op de lange termijn en te zoeken naar zaken die we gezamenlijk met Rijsel en Doornik kunnen opzetten en die nuttig kunnen zijn voor de inwoners en de bedrijven. De mensen gaan maar in de Eurometropool geloven als ze concrete zaken zien veranderen. Dat moet de core business zijn. Om maar één voorbeeld te geven: we praten al 20 jaar of zelfs langer over de treinverbinding Kortrijk-Rijsel. Wel, we proberen het nog één keer en als het nu niet lukt, bergen we dat idee definitief op.

Welke prioriteiten ziet u dan voor die Eurometropool 2.0? Waar moet de focus liggen in deze bilaterale samenwerking?

We hebben vorig jaar met de nieuwe directeur drie prioritaire sporen bepaald: de digitale economie, initiatieven rond tewerkstelling en opleiding en het aanpakken van de grensoverschrijdende mobiliteit. Voor elk thema is er een politieke werkgroep die bekijkt in welke projecten we vooruitgang willen boeken. Voor de mobiliteit gaat dat naast de spoorverbinding ook over grensoverschrijdend busvervoer, linken voor zachte weggebruikers en de verbinding van de Leie met de Seine. Ook op economisch vlak en tewerkstelling – ik denk aan de problemen van onze bedrijven die hun vacatures maar met moeite ingevuld krijgen – zouden we er toch moeten in slagen bijkomende initiatieven te ontwikkelen, denk aan een gemeenschappelijk platform van de VDAB en de FOREM en de Franse arbeidsbemiddelingsdiensten om vacatures en opleidingen met elkaar te delen. Of een gemeenschappelijke app voor werkzoekenden. Op dat vlak kan de Eurometropool écht een meerwaarde opleveren.

Dat moet onze bedrijven als muziek in de oren klinken. Maar intussen hebben Unizo, Voka en zelfs bedrijven eigen initiatieven rond bilaterale samenwerking ontwikkeld, net om de zaken in beweging te zetten. Komt het niet allemaal te laat?

Ik begrijp best de frustratie in het middenveld over de trage besluitvorming en het feit dat je als vertegenwoordiger in een Algemene Vergadering met 84 leden weinig impact hebt. Dat Voka en Unizo met eigen projecten en vaak ook met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling initiatieven opzetten om in de grensregio dingen in beweging te zetten, kan ik alleen maar toejuichen. Maar toch geloof ik dat we maar vooruit kunnen gaan in onze officiële contacten met de Noord-Fransen door de krachten te bundelen. Recent is beslist om de structuur van de Eurometropool lichter te maken, de statuten aan te passen en nog een aantal andere zaken aan te passen. Dat moet de kans op meer en betere resultaten groter maken. Men heeft zich terecht vragen gesteld bij de grote staf die het project had. Van het jaarlijkse budget, zo’n 1,6 miljoen euro ging liefst de helft naar personeelskosten – zonder dat daar grote resultaten tegenover stonden. Ook dat moet anders.

In Vlaanderen gaat alle aandacht vaak naar de ruit Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven. Kan de Eurometropool nog uitgroeien tot een internationale economische poort?

Ik zou meer zeggen: dit is bij uitstek een regio waar internationaal wordt gewerkt. Onze bedrijven laten zich al lang niet meer tegenhouden door grenzen. Ik zie vele ondernemingen die dagelijks in Noord-Frankrijk actief zijn of er zelfs dochterbedrijven hebben opgericht. Dus ja: het internationaal potentieel is er en het kan nog veel meer opleveren. Daarom ook dat we economische ontwikkeling in de digitale economie en tewerkstelling als twee van de drie prioriteiten naar voor schuiven voor de Eurometropool. Ze spelen in op wat er leeft en nodig is bij de bedrijven. Ik merk alvast dat de nieuwe directeur gemotiveerd is om zich te bewijzen en ik ben dus hoopvol dat het deze keer wel zal lukken om vooruitgang te boeken.

© 2018 Eurometropool, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig