Kapitaalverminderinging 2018 niet langer belastingvrij | KPMG | BE
close
Share with your friends

Kapitaalvermindering in België in 2018 niet langer belastingvrij

Kapitaalverminderinging 2018 niet langer belastingvrij

De langverwachte hervorming van de Belgische vennootschapsbelasting heeft al verschillende nieuwigheden met zich meegebracht. Een van de belangrijke wijzigingen, naast uiteraard de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief, is onder meer de aanpassing van de fiscale gevolgen van kapitaalverminderingen. Wat moet u hierover weten en vooral, wat is momenteel nog mogelijk?

Gerelateerde content

Kapitaalvermindering in België in 2018 niet langer belastingvrij

Kapitaalvermindering aangemerkt als dividend?

Wanneer de algemene vergadering van een Belgische vennootschap vandaag (in 2017) besluit over te gaan tot een kapitaalvermindering (volledig aan te rekenen op het fiscaal gestorte kapitaal), dan kan dit zonder verschuldigde roerende voorheffing. Het wordt immers niet beschouwd als dividend.

Hier zal spoedig verandering in komen. Volgens de huidige ontwerpteksten zal een kapitaalvermindering van een Belgische vennootschap vanaf 1 januari 2018 vanuit fiscaal oogpunt niet langer enkel en alleen uit een terugbetaling van werkelijk gestorte kapitaal bestaan, maar zal deze terugbetaling eveneens (fiscaal) aangerekend worden op de reserves. Slechts het gedeelte van de kapitaalvermindering dat fiscaal wordt aangerekend op het werkelijk gestorte kapitaal blijft onbelast. Over het gedeelte dat wordt aangerekend op de reserves zal daarentegen Belgische roerende voorheffing (30%) verschuldigd zijn, tenzij een vrijstelling van toepassing is.

Een vrijstelling is bijvoorbeeld van toepassing indien de begunstigde een vennootschap is die een belang in het kapitaal houdt van minimaal 10% en dit belang gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar heeft gehouden of zal houden. Maar wanneer bijvoorbeeld een natuurlijke persoon aandeelhouder is van een Belgische vennootschap, zal deze vrijstelling van roerende voorheffing niet gelden.

De maatregel zal niet alleen van toepassing zijn op kapitaalverminderingen, maar ook op terugbetalingen van uitgiftepremies en van bedragen waarop is ingeschreven ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen.

Pro-rata-aanrekening

Vanaf 1 januari 2018 leidt een kapitaalvermindering in veel gevallen tot de kwalificatie van een belastbaar dividend op basis van een pro-rata-aanrekening. De fiscale aanrekening op het kapitaal en de reserves wordt pro rata berekend, op basis van de verhouding tussen het kapitaal en de reserves op het moment van de uitkering. Hoe hoger het bedrag aan reserves in het eigen vermogen, hoe groter de aanrekening op de reserves en hoe hoger het bedrag aan roerende voorheffing dat zal zijn verschuldigd. Bij het bepalen van deze verdeling wordt geen rekening gehouden met reserves die niet onmiddellijk uitkeerbaar zijn, zoals de liquidatiereserve of onbeschikbare reserves.

Wij lichten de pro-rata-aanrekening toe aan de hand van een voorbeeld:

Gestort kapitaal 700
In het kapitaal geïncorporeerde reserves 300
Belaste reserves 600
Totaal boekhoudkundig eigen vermogen 1.600
 
In dit voorbeeld is de pro-rataberekening als volgt: 700 / (700 + 300 + 600) = 0,4375
 
Indien een kapitaalvermindering plaatsvindt van 800, wordt hiervan 350 (0,4375 x 800) aangerekend op het gestorte kapitaal. Het restant bedraagt 450 (0,5625 x 800) en wordt aangerekend op de reserves. Hierover is 30% roerende voorheffing verschuldigd, tenzij er een vrijstelling van roerende voorheffing kan worden toegepast.
 
De huidige ontwerpteksten voorzien een rangorderegeling voor de aanrekening van kapitaalverminderingen op de zogenoemde belaste en vrijgestelde reserves. Deze rangorderegeling is onder meer relevant, omdat bij aanrekening van een kapitaalvermindering op vrijgestelde reserves eveneens vennootschapsbelasting is verschuldigd. Wij gaan daar in dit kader niet nader op in.

Uitwerking

Het voorgaande houdt in dat een kapitaalvermindering die vanuit vennootschapsrechtelijk en boekhoudkundig oogpunt geacht wordt voort te komen uit gestort kapitaal, bij wijze van fiscale fictie toch voor een deel aangerekend wordt op de reserves (waardoor mogelijk roerende voorheffing is verschuldigd).

Indien de algemene vergadering in eenzelfde beslissing besluit om naast kapitaal te verminderen ook een deel van de reserves uit te keren, kan men verhinderen dat er een verschil ontstaat tussen de fiscale en de boekhoudkundige situatie. Hierbij moet men wel opletten dat het dividend minstens gelijk is aan het bedrag dat volgens voormelde wettelijke regeling als dividend wordt aangemerkt.

Bij dividenduitkeringen uit de reserves zal geen (tweede keer) roerende voorheffing worden geheven over de reserves indien en voor zover hierover naar aanleiding van een kapitaalvermindering reeds roerende voorheffing is geheven. Ook bij inkoop van eigen aandelen of een liquidatie zou geen sprake mogen zijn van het heffen van roerende voorheffing over reserves die al eerder belast werden. Het gaat derhalve om een timingverschil.

Hoe de regeling in de praktijk zal uitwerken indien een inwoner van Nederland een uitkering in de vorm van een kapitaalvermindering ontvangt van een Belgische vennootschap, is nog niet duidelijk. Hoewel België een kapitaalvermindering onder voorwaarden gedeeltelijk kwalificeert en belast als een dividenduitkering, zal Nederland een kapitaalvermindering onder bepaalde voorwaarden niet als dividend behandelen maar als een onbelaste teruggaaf (afstempeling) zien. Omdat een inwoner van Nederland in die situatie de Belgische roerende voorheffing die wordt ingehouden op een kapitaalvermindering in beginsel niet kan verrekenen – ook niet indien later dividenden worden uitgekeerd – zal in dergelijke situaties sprake zijn van dubbele belastingheffing. Om deze dubbele heffing weg te nemen zou onder het belastingverdrag een onderlinge overlegprocedure kunnen worden gestart, eventueel gevolgd door arbitrage onder de werking van de EU-richtlijn van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie. Belanghebbenden kunnen deze richtlijn weliswaar pas vanaf 1 juli 2019 inroepen, maar kunnen dat doen aangaande geschillen met betrekking tot inkomsten of vermogen verkregen in een belastingjaar dat begint op of na 1 januari 2018.

Wat kunt u nu nog doen?

Verrichtingen vallen onder de nieuwe regeling indien hiertoe besloten is op 1 januari 2018 of later. Mocht de algemene vergadering dus voor 1 januari 2018 besluiten over te gaan tot een kapitaalvermindering, dan zal de huidige fiscale regeling hoogstwaarschijnlijk nog van toepassing zijn en kan de kapitaalvermindering vooralsnog belastingvrij gebeuren (mits aan alle voorwaarden hiervoor is voldaan). Het tijdstip van de eigenlijke terugbetaling van het gestorte kapitaal of de publicatie van de beslissing van de algemene vergadering is niet relevant.

Toch is in dezen voorzichtigheid geboden: de ontwerpteksten liggen immers nog bij de Raad van State en kunnen dus nog worden gewijzigd. Mocht men een kapitaalvermindering overwegen, dan is het aan te raden dit te bespreken met uw fiscaal adviseur. Uiteraard zijn wij altijd bereid u hierin bij te staan.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig