Conclusie A-G bij HvJ EU | KPMG | BE

Conclusie A-G bij HvJ EU per-elementbenadering en aankondiging spoedreparatiemaatregelen door Nederland

Conclusie A-G bij HvJ EU

Op 25 oktober jongstleden heeft de advocaat-generaal (A-G) van het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) geconcludeerd dat de beperking van renteaftrek om het gevaar voor uitholling van de belastinggrondslag te ‘neutraliseren’ (winstdrainage, artikel 10a Wet Vpb) niet kan worden toegepast in EU-situaties indien in een zuiver Nederlandse situatie de renteaftrekbeperking niet zou gelden, omdat dan een fiscale eenheid zou kunnen worden gevormd.

1000

Gerelateerde content

Conclusie A-G bij HvJ EU

Casus

Vereenvoudigd weergegeven komt de onderhavige casus erop neer dat een Nederlandse vennootschap inleende van de Zweedse topholding van het concern waartoe zij behoorde en het geleende bedrag stortte op aandelen van een Italiaanse dochtervennootschap, die daarmee een andere Italiaanse concernvennootschap van de beurs haalde. In geschil is de toepassing van artikel 10a Wet Vpb, aangezien sprake was van een geldlening van een verbonden lichaam in verband met een storting in een verbonden lichaam. Daarbij speelt onder meer de vraag of artikel 10a Wet Vpb in strijd is met het EU‑recht. De Nederlandse Hoge Raad heeft daarover prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU.

De A-G stelt in zijn conclusie vast dat sprake is van een verschillende behandeling van objectief vergelijkbare gevallen die niet gerechtvaardigd kan worden en concludeert dat artikel 10a Wet Vpb derhalve in strijd is met de vrijheid van vestiging. 

Tegenmaatregelen

Indien het HvJ EU deze conclusie over de zogenoemde per-elementbenadering zou volgen, zou dat een aanzienlijke budgettaire derving voor de Nederlandse schatkist betekenen. Het kabinet heeft daarom een spoedreparatie aangekondigd voor het geval het HvJ EU voor de Nederlandse staat in negatieve zin zou beslissen. De spoedreparatie houdt in dat, met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11.00 uur, een aantal Nederlandse regelingen in de vennootschapsbelasting en dividendbelasting ook in binnenlandse verhoudingen zal moeten worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid is. Dit betekent onder andere dat rente en/of verliezen wellicht nu al niet meer aftrekbaar dan wel verrekenbaar zijn.

Deze maatregelen kunnen impact hebben op veel bestaande fiscale eenheden. De regelingen die in de kabinetsreactie worden genoemd zijn de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb, de deelnemingsvrijstelling (met betrekking tot de beoordeling of sprake is van een kwalificerende beleggingsdeelneming, alsmede de maatregel tegen vrijstelling van inkomsten die in het bronland aftrekbaar zijn), de aftrekbeperking ter zake van bovenmatige deelnemingsrente (artikel 13l Wet Vpb), de verliesverrekening bij wijziging van het belang en – in de dividendbelasting – de afdrachtvermindering bij dooruitdelingen.

Belang van inventarisatie

De mogelijke wetswijzigingen die voortvloeien uit de spoedreparatie houden een belangrijke wijziging in van (onder andere) de regels over renteaftrek en verliesverrekening bij fiscale eenheden in de vennootschapsbelasting.

Op dit moment is nog onzeker op welke wijze en per wanneer de reparatiemaatregelen precies zullen worden doorgevoerd. Wel duidelijk is dat de Nederlandse fiscale eenheid vennootschapsbelasting onder omstandigheden moet worden weggedacht. Dit kan dan onder andere van invloed zijn op de belastingheffing ter zake van:

  • leningen, inclusief interne leningen binnen fiscale eenheid
    mogelijk effect: wel belaste rente bij de ontvanger en bij de betaler niet aftrekbaar;
  • verliesverrekening
    mogelijk effect: het niet of minder gemakkelijk kunnen verrekenen van verliezen;
  • de deelnemingsvrijstelling
    mogelijk effect: het niet kunnen toepassen van de deelnemingsvrijstelling (bijvoorbeeld op dividenden).

Het is raadzaam om op de kortst mogelijke termijn zowel de interne als de externe schulden van de fiscale eenheid vennootschapsbelasting te inventariseren. Het kan namelijk verstandig zijn interne schulden die geen functie binnen de groep hebben en/of externe schulden nader te beoordelen. Voorkomen moet worden dat interne of externe schulden direct of indirect verband houden met bijvoorbeeld de verwerving van deelnemingen, het doen van kapitaalstortingen dan wel terugbetaling van kapitaal of het uitkeren van dividend, ook als dat binnen de fiscale eenheid vennootschapsbelasting heeft of zou hebben plaatsgevonden. Daarnaast kan het wenselijk zijn om de verrekenbare verliezen en/of deelnemingen (inclusief gevoegde dochters) nader te beoordelen.

Door nu actie te ondernemen kan de impact van de eventueel in te voeren reparatiewetgeving – waarvan de tekst dus nog niet bekend is – worden beperkt of voorkomen. Wij hebben inmiddels een aantal ervaringen waarbij financieringen binnen een fiscale eenheid in het meest negatieve scenario zouden leiden tot zeer aanzienlijke extra fiscale winst. Dit als gevolg van niet-aftrekbaarheid van de rentelasten bij de betaler binnen de fiscale eenheid en gelijktijdige belastbaarheid van de rentebaten bij de ontvanger binnen de fiscale eenheid.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig