Zomerakkoord in België | KPMG | BE

Zomerakkoord in België – gevolgen voor de vermogende particulier

Zomerakkoord in België

Op 26 juli 2017 heeft de Belgische regering een akkoord, het zogenoemde zomerakkoord, gesloten houdende diverse fiscale maatregelen.

1000

Gerelateerde content

zomerakkoord

Op 26 juli 2017 heeft de Belgische regering een akkoord, het zogenoemde zomerakkoord, gesloten houdende diverse fiscale maatregelen. Naast de hervorming van de vennootschapsbelasting, waar wij in deze bijdrage niet verder op ingaan, werden tevens maatregelen in de sfeer van de personenbelasting aangekondigd. Hierna geven wij u meer duiding over twee specifieke maatregelen die een belangrijke impact voor de vermogende particulier kunnen hebben. Het betreft met name de invoering van een jaarlijkse heffing op effectenrekeningen alsook de belastbaarheid van toekomstige kapitaalverminderingen.

Voorafgaand merken wij op dat de Belgische regering slechts de hoofdlijnen van de nieuwe maatregelen bekend heeft gemaakt. Aangezien er momenteel nog geen wetsontwerpen beschikbaar zijn, kunnen onderstaande maatregelen nog (beperkte) wijzigingen ondergaan.

Abonnemententaks op effectenrekeningen

België is een van de weinige landen die tot op de dag van vandaag geen vermogensbelasting kent. Hieraan lijkt echter definitief een einde te komen. Het zomerakkoord voorziet immers de invoering van een jaarlijkse belasting op effectenrekeningen.

Op basis van het akkoord zullen vermogende particulieren vanaf 2018 op hun effectenrekeningen een jaarlijkse abonnemententaks van 0,15% moeten betalen indien het gemiddelde uitstaande saldo van die rekeningen meer dan € 500.000 bedraagt.

Daar waar de Belgische regering zowel Belgische als buitenlandse effectenrekeningen (aandelen, obligaties en fondsen) treft, moeten effecten gehouden door middel van pensioenfondsen en levensverzekeringen (van welke oorsprong ook) niet worden opgenomen in de optelsom.

De heffing van 0,15% wordt berekend over de volledige waarde van de effectenrekeningen en niet slechts over het saldo dat de drempel van € 500.000 overschrijdt. Daarnaast geldt de drempel van € 500.000 per belastingplichtige. Dit betekent concreet dat de drempel voor een echtpaar € 1.000.000 bedraagt. Het is waarschijnlijk dat de toewijzing van de effectenrekeningen het huwelijksvermogensrecht volgt.

 

Wij concretiseren de gevolgen van deze taks aan de hand van een voorbeeld.

Stel dat een Belgisch echtpaar beschikt over twee gezamenlijke effectenrekeningen, een Belgische en een buitenlandse effectenrekening. Op 31 december 2018 blijkt dat het gemiddelde uitstaande bedrag van de rekeningen bedraagt

Belgische effectenrekening € 550.000
Buitenlandse effectenrekening € 650.000
Totaal € 1.150.000

Aangezien de drempel van € 1.000.000 per echtpaar (€ 500.000 per belastingplichtige) is overschreden, zal het echtpaar volgens de nieuwe maatregel onderworpen worden aan een taks ten belope van 0,15% over het volledige bedrag van € 1.150.000. Concreet betekent dit dat zij € 1.725 aan bijkomende belasting zullen moeten betalen.

Hoe de wettekst eruit zal zien en welke formaliteiten aan deze nieuwe taks zullen worden gekoppeld, zal pas na de zomer worden bekendgemaakt.

Roerende voorheffing op kapitaalvermindering

In een tweede maatregel heeft de Belgische regering aangekondigd dat de terugbetaling van fiscaal kapitaal door een vennootschap gedeeltelijk zal worden onderworpen aan Belgische bronheffing.

Onder het huidige regime kan een vennootschap beslissen om een kapitaalvermindering volledig toe te rekenen aan haar fiscale kapitaal. Dit fiscale kapitaal kan belastingvrij worden terugbetaald aan de aandeelhouder.

De regering heeft echter aangekondigd dat kapitaalverminderingen vanaf 2018 proportioneel zullen worden toegerekend aan de in de vennootschap aanwezige belaste reserves (die al dan niet zijn geïncorporeerd in het kapitaal). Op uitkering van belaste reserves door een vennootschap aan een particulier is Belgische bronheffing, ten belope van 30% onder het huidige tarief, verschuldigd.

 

Voorbeeld

Stel dat een vennootschap, die beschikt over een fiscaal kapitaal van € 1.000 alsook € 1.000 aan belaste reserves, beslist om over te gaan tot een kapitaalvermindering ten belope van € 500, ten voordele van haar particuliere aandeelhouder.

Deze kapitaalvermindering kan volgens de nieuwe maatregel niet langer volledig worden toegerekend aan het fiscale kapitaal dat belastingvrij kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouder. De kapitaalvermindering dient immers volgens deze maatregel pro rata te worden toegerekend aan de in de vennootschap aanwezige belaste reserves.

Concreet betekent dit dat er geacht wordt € 250 aan fiscaal kapitaal en € 250 aan belaste reserves te worden uitgekeerd. De uitkering van belaste reserves van € 250 zal aan een Belgische bronheffing ten belope van € 75 (huidig tarief van 30%) worden onderworpen.

Het is momenteel nog onduidelijk hoe deze nieuwe maatregel in een internationale context zal uitwerken. Mogelijk zullen de eerste wetteksten, die na deze zomer te verwachten zijn, in dit opzicht duidelijkheid brengen.

Indien u (nog voor de formele inwerkingtreding in 2018 van de nieuwe maatregel) een kapitaalvermindering overweegt, adviseren wij een fiscaal adviseur te contacteren om de concrete gevolgen in uw situatie te beoordelen.

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Central Services, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig