Regeerakkoord: verhoging van het verlaagde btw-tarief | KPMG | BE

Regeerakkoord: verhoging van het verlaagde btw-tarief in Nederland

Regeerakkoord: verhoging van het verlaagde btw-tarief

Op dinsdag 10 oktober 2017 heeft het kabinet-Rutte III het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst gepresenteerd. Hierin staat beschreven welke maatregelen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen doorvoeren. Een van die maatrelen is de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9%. Deze maatregel zal met ingang van 2019 in werking treden en dient ertoe om budgettaire ruimte te creëren voor een verlaging van de belastingen op het inkomen.

1000

Gerelateerde content

Regeerakkoord: verhoging van het verlaagde btw-tarief in Nederland

De verhoging van het verlaagde btw-tarief roept in Nederland veel weerstand op. Het verlaagde btw-tarief is onder andere van toepassing op voedingsmiddelen (niet-alcoholhoudend), geneesmiddelen en een bezoek aan de kapper of de fietsenmaker. Dit heeft grote consequenties voor zowel de consument als de ondernemer. Consumenten zullen veelal een hogere prijs moeten betalen voor bijvoorbeeld hun dagelijkse boodschappen, maar niet alle ondernemers zullen de btw-verhoging kunnen doorberekenen in hun prijzen. Daarbij kan een verhoging van het verlaagde btw-tarief een negatieve invloed hebben op de werkgelegenheid (bijvoorbeeld in de horeca). De roep vanuit de maatschappij om de verhoging niet door te zetten, klinkt daarom steeds luider.

Aan het algemene btw-tarief wordt vooralsnog niet gesleuteld, dit blijft 21%. Op 1 oktober 2012 is dit tarief al eens verhoogd van 19% naar 21%. Om de verhoging soepel te laten verlopen, is destijds een overgangsregeling getroffen. Indien dezelfde overgangsregeling ook bij de verhoging van het lage btw-tarief wordt ingevoerd, dan zou deze er als volgt uit komen te zien:

  • Een levering of dienst die wordt verricht voor 1 januari 2019 blijft belast tegen 6%. Hieraan doet niet af dat de btw mogelijk pas op of na 1 januari 2019 wordt verschuldigd.
  • Een levering of dienst die op of na 1 januari 2019 wordt verricht, wordt belast tegen 9%. Dat geldt ook als vooruitbetalingen worden gedaan waarbij nog wordt uitgegaan van 6%. Per 1 januari 2019 zal dan 3% (extra) btw zijn verschuldigd. Bij dezelfde overgangsregeling als in 2012 is het toegestaan om bij vooruitbetalingen voor 1 januari 2019 inzake prestaties na 1 januari 2019 al 9% btw te berekenen.
  • Wanneer de btw voor 1 januari verschuldigd is geworden naar het tarief van 6% maar de prestatie onder het nieuwe tarief van 9% valt, is de ondernemer gerechtigd het meer verschuldigde bedrag aan btw aan de afnemer door te berekenen. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij vooruitbetalingen of bij reeds afgesloten contracten waarin prijsstellingen met 6% btw zijn gehanteerd. Wij zien echter in de praktijk dat de theorie vaak wordt ingehaald door de commerciële werkelijkheid. Het is daarom raadzaam om hier rekening mee te houden, zeker bij het maken van (nieuwe) prijsafspraken.

Op dit moment is nog niet bekend of de overgangsregeling voor de verhoging van het verlaagde btw-tarief dezelfde zal zijn als voor de verhoging van het algemene btw-tarief die in 2012 is doorgevoerd. Het is dus nog afwachten hoe deze er daadwerkelijk uit komt te zien.

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig