Regeerakkoord: Nederlandse loon- en inkomstenbelasting | KPMG | BE

Regeerakkoord: ontwikkelingen op het vlak van de Nederlandse loon- en inkomstenbelasting

Regeerakkoord: Nederlandse loon- en inkomstenbelasting

Hierna lichten wij enkele voorstellen uit het regeerakkoord op het gebied van de Nederlandse loon- en inkomstenbelasting toe. Ook hier is van belang dat er nog geen wetteksten en nadere details beschikbaar zijn, waardoor de uitwerking van de voorstellen vooralsnog moet worden afgewacht. Voorts verwijzen wij naar ons memorandum in dit kader.

1000

Gerelateerde content

Regeerakkoord: ontwikkelingen op het vlak van de Nederlandse loon- en inkomstenbelasting

Box 1: tweeschijvenstelsel

Het kabinet stelt voor de inkomsten uit werk en woning (box 1) vanaf 2019 te belasten volgens een tweeschijvenstelsel (in plaats van de huidige vier), waarbij inkomsten uit werk en woning tot en met circa € 68.600 worden belast tegen een basistarief van 36,93% en het meerdere tegen een toptarief van 49,5%.

Net zoals in de huidige situatie betalen AOW-gerechtigden geen AOW-premie. Voor deze groep blijven drie schijven bestaan, omdat over een gedeelte van het inkomen in de eerste schijf geen AOW-premies zijn verschuldigd.

Box 1: maatregelen eigen woning

Het maximale percentage waartegen hypotheekrenteaftrek kan worden geëffectueerd (in 2017: 50%) wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd. Nu gaat de afbouw van de aftrek in de hoogste schijf in box 1 nog met stapjes van 0,5% per jaar. Vanaf 2020 wordt de aftrek in vier jaarlijkse stappen van 3%-punt verlaagd naar 36,93%, het nieuwe basistarief in box 1. Huizenbezitters zullen hiervoor via een verlaging van het eigenwoningforfait worden gecompenseerd. Dit gaat van 0,75% naar 0,6% van de zogenoemde WOZ-waarde, maar blijft wel belast tegen het marginale tarief (maximaal 50%).

De aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld (de zogenoemde Hillenaftrek) wordt in dertig jaar met gelijke stappen afgebouwd. Hoewel in het regeerakkoord een periode van twintig jaar wordt vermeld, hebben de vier fractievoorzitters afgesproken deze termijn te verlengen naar dertig jaar. Het hoge eigenwoningforfait van 2,35% dat wordt berekend over de WOZ-waarde voor zover die meer dan € 1.060.000 (2017) bedraagt, lijkt vooralsnog in stand te blijven.

Stelt u zich de volgende situatie voor. U bent inwoner van België en uw arbeidsinkomen is voor meer dan 90% belast in Nederland. U hebt een in België gelegen eigen woning en geen andere inkomsten naast uw arbeidsinkomen (zoals inkomen uit sparen en beleggen, box 3). Hierdoor komt u in aanmerking voor behandeling als zogenoemde kwalificerende buitenlandse belastingplichtige en kunt u bepaalde aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek, effectueren in uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting. Voor het jaar 2017 bedraagt uw eigenwoningforfait € 2.000 en de betaalde hypotheekrente € 10.000. Derhalve hebt u recht op een vermindering van uw belastbaar inkomen van € 8.000. Aftrek tegen het huidige maximale tarief van 50% betekent een belastingvoordeel van € 4.000. Op basis van de plannen in het regeerakkoord zou u de aftrek van € 8.000 uiteindelijk kunnen effectueren tegen 36,93%, wat neerkomt op een belastingvoordeel van nog slechts € 2.955.

De afbouw van de Hillenaftrek is van belang indien u als inwoner van Nederland een eigen woning hebt en uw aftrekbare kosten, zoals hypotheekrente, lager zijn dan het eigenwoningforfait. Door de afbouw van deze regeling bent u wellicht inkomstenbelasting verschuldigd vanwege het bezit van een eigen woning. Stel dat gedurende het jaar 2017 uw eigenwoningforfait € 2.000 bedraagt en de betaalde hypotheekrente € 1.000. Hierbij hebt u recht op een extra aftrek van het verschil (€ 1.000), waardoor uw belastbaar inkomen uit eigen woning nihil bedraagt. Door de maatregelen in het regeerakkoord verdwijnt deze extra aftrek uiteindelijk, waardoor u over het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten uiteindelijk € 495 inkomstenbelasting (49,5% van € 1.000) verschuldigd bent.

Box 2: tariefsverhoging

Vanwege de tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting wordt het box 2-tarief in de inkomstenbelasting verhoogd naar 27,3% in 2020 en 28,5% vanaf 2021.

Box 3: verhoging heffingsvrije vermogen

De heffing over inkomen uit sparen en beleggen (box 3) gaat omlaag. Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van € 25.000 tot € 30.000 (€ 60.000 voor fiscaal partners). Ook wil het nieuwe kabinet binnen de huidige systematiek (gemiddeld) sneller aansluiten bij het werkelijke rendement door voor het rendement over het spaargedeelte gebruik te maken van actuele cijfers.

Beperking looptijd 30%-regeling

De looptijd van de 30%-regeling wordt met ingang van 2019 verkort van acht naar vijf jaar. Het is op dit moment onduidelijk of er een overgangsregeling komt voor bestaande situaties.

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig