Nieuw erfrecht in voege op 1 september 2018 | KPMG | BE

Nieuw erfrecht in voege op 1 september 2018

Nieuw erfrecht in voege op 1 september 2018

Op 1 september 2018 treedt het nieuwe familievermogensrecht in ons land in voege. Het parlement heeft op voorstel van minister Geens een grondige hervorming van het erfrecht goedgekeurd. “Deze hervorming heeft tot doel om het erfrecht beter af te stemmen op de huidige samenleving”, stelt Kizzy Wandelaer, executive director van KPMG Middle Market. “Maar bijvoorbeeld bij de overdracht van familiale ondernemingen kunnen de nieuwe regels een grote impact hebben. Wij raden dan ook aan om de zaken nu al goed te bekijken en niet te wachten tot de zomer van volgend jaar.”

1000

Director, Tax & Legal Advisers

KPMG in Belgium

Contact

Gerelateerde content

Nieuw erfrecht

De hervorming van het erfrecht omvat een aantal belangrijke wijzigingen. Een eerste domein waaraan een nieuwe invulling wordt gegeven is de reserveregeling. “In het huidige erfrecht zijn er minimale erfrechten voor de kinderen, afhankelijk van het aantal kinderen dat je hebt. Is er 1 kind, dan komt de helft van het vermogen aan het kind toe en kan je als ouder vrij beschikken over de andere helft van je vermogen. Zijn er twee kinderen, dan kan je slechts zelf beslissen over een derde, en bij drie of meer kinderen is dat nog maar 25%”, vertelt Kizzy Wandelaer.

“Vanaf 1 september 2018 zal dat gereserveerde erfdeel steeds 50% van het vermogen uitmaken, ongeacht het aantal kinderen. De erflater zal dan dus vrij kunnen beschikken over de andere helft van zijn vermogen. Kinderen volledig onterven kan nu niet en zal ook niet mogelijk zijn in de toekomstige regeling. Zij blijven steeds recht hebben op hun wettelijke erfdeel.”

Geen reserve meer voor ouders

Daarnaast bevat het huidige erfrecht ook een minimale reserve voor de ouders, wanneer iemand geen kinderen heeft. Kizzy Wandelaer: “Ook dit zal veranderen. Die bepaling is gewoon geschrapt. De wetgever wil toelaten dat mensen zonder afstammelingen volledig zelf over hun vermogen kunnen beslissen, om er bijv. neven en nichten of goede doelen mee te steunen. Maar er wordt wel een onderhoudsplicht voorzien, mochten de ouders bijkomende middelen nodig hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.”

Andere waardebepaling bij schenkingen

Een derde grote wijziging heeft betrekking op de waardering van goederen die tijdens het leven worden geschonken. “Het gebeurt geregeld dat ouders al tijdens hun leven goederen schenken aan hun kinderen, als een soort van voorschot op hun latere erfenis. Bij een overlijden voorziet het huidige erfrecht dat de giften moeten worden ingebracht in de nalatenschap om de gelijkheid tussen de kinderen te vrijwaren”, vertelt de tax experte.

Vandaag gebeurt die inbreng ongelijk tussen roerend en onroerend vermogen. De inbreng van vastgoed wordt bepaald op de dag van verdeling en gebeurt in natura, terwijl de inbreng van bijvoorbeeld een effectenportefeuille gebeurt in waarde op de dag van de schenking. “Dit heeft geleid tot onevenwichtige situaties. In het nieuwe erfrecht past men dat aan. Het uitgangspunt blijft het principe van gelijkberechtiging. Maar de inbreng van zowel roerend als onroerend vermogen zal in de toekomst gebeuren in waarde, op basis van de waarde op het moment van de schenking en vervolgens geïndexeerd naar de dag van het overlijden.” Er is één uitzondering voor het geval een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik heeft plaatsgevonden. In dat geval dient de inbreng te gebeuren tegen de waarde op datum van overlijden van de vruchtgebruiker. Dit kan tot een enorm onevenwicht in waarde leiden.

We illustreren het met een concreet voorbeeld: een vader met 3 kinderen schenkt de aandelen van het familiebedrijf aan de 2 actieve kinderen, maar met voorbehoud van vruchtgebruik. Het kind dat niet actief is in het familiebedrijf krijgt een andere schenking, bijvoorbeeld een onroerend goed, maar dan in volle eigendom. “Stel dat het familiebedrijf op het moment van de schenking 4 miljoen waard was en het onroerend goed 2 miljoen. Dan kreeg elk kind dus een schenking ter waarde van 2 miljoen euro”, legt Kizzy Wandelaer uit.

“Bij een overlijden moeten die schenkingen straks opnieuw gewaardeerd worden. Dat kan tot een situatie leiden waarbij het onroerend goed 2,5 miljoen waard is (geïndexeerd) maar het bedrijf een waarde van 10 miljoen heeft (op dag van overlijden), of 5 miljoen per kind. Je merkt meteen dat dit een gigantische impact kan hebben voor familiebedrijven waar in het verleden al schenkingen zijn gebeurd op basis van een gelijke behandeling van elk kind.” Het niet-actieve kind zou immers een inkorting in geld kunnen vragen van de actieve kinderen ten belope van de hogere waarde die zij zouden ontvangen hebben.

Om te voorkomen dat een herwaardering bij een overlijden na 1 september 2018 voor problemen zou zorgen, kunnen de betrokkenen nog vóór september 2018 een erfovereenkomst opmaken waarin ze overeenkomen dat de kinderen vrede nemen met de waardeverschillen op datum van overlijden van hun ouders.

Met erfovereenkomsten kan er geanticipeerd worden op eventuele conflicten die zouden kunnen ontstaan na een overlijden. Dat kan van belang zijn voor de overdracht van familiebedrijven of wanneer er bijvoorbeeld kinderen met een handicap zijn, die specifieke behoeften hebben na het overlijden van de ouders.

© 2017 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig