Belgische regering bereikt akkoord | KPMG | BE
close
Share with your friends

Belgische regering bereikt akkoord over de begroting 2018

Belgische regering bereikt akkoord

In het kader van het begrotingsakkoord 2018 werden door de Belgische regering in juli 2017 tot een aantal fiscale maatregelen beslist. Hierbij een samenvattend overzicht met de belangrijkste aandachtspunten vanuit een KMO-perspectief.

Gerelateerde content

Belgische regering bereikt akkoord over de begroting 2018

De hervorming van de vennootschapsbelasting is de belangrijkste. Deze wordt voorzien in twee fases: vanaf 2018 en vanaf 2020. Enerzijds zal het tarief van de vennootschapsbelasting dalen voor KMO’s tot 20% (op de eerste 100.000 euro) en voor de grote ondernemingen tot 29% in 2018 en 25% in 2020. Daarnaast wordt in compenserende maatregelen voorzien, ook in twee fases.

Tariefverlaging vennootschapsbelasting

De regering heeft een akkoord bereikt over de verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting.

KMO-vennootschappen

Het tarief daalt naar 20% op de eerste 100.000 euro winst voor kleine vennootschappen vanaf inkomsten 2018.

Ten einde hiervan te genieten moet er een minimumbezoldiging aan één bedrijfsleider van minstens 45.000 EUR worden betaald.

Grote vennootschappen

Voor de grote vennootschappen daalt het tarief in twee stappen – eerst tot 29% vanaf inkomsten 2018 en later naar 25% voor inkomsten vanaf 2020.

De crisisbijdrage (3% opcentiemen) wordt voor zowel KMO’s als grote vennootschappen gradueel afgeschaft.

Tal van andere maatregelen

De tariefverlaging wordt gefinancierd door een aantal compenserende maatregelen. De meeste treden in werking vanaf 2018. De belangrijkste zijn:

  • een hervorming van de notionele interestaftrek (in de toekomst enkel op de aangroei van het eigen vermogen); en
  • de invoering van een minimum belastbare basis door de beperking van een korf aan aftrekken (o.m. overgedragen verliezen, notionele interestaftrek, overgedragen dbi) voor het gedeelte boven 1.000.000 euro. Het bedrag daarboven zal slechts voor 70% aftrekbaar zijn. Dit resulteert in een vorm van minimumbelasting van 7,5% voor dit hogere gedeelte (tarief van 25% van toepassing op de andere 30%).

Daarnaast volgt een beperking van de voorzieningen voor risico’s en kosten: deze zouden enkel fiscaal worden aanvaard in de mate dat ze beantwoorden aan een definitieve verplichting op balansdatum. Bovendien, om te vermijden dat voorzieningen worden aangelegd die worden teruggenomen eens het tarief is verlaagd, zal worden bepaald dat de terugname van voorzieningen steeds wordt belast aan het nominale tarief dat van toepassing was op het moment dat de voorziening werd aangelegd.

De vrijstelling van meerwaarden op aandelen wordt bijkomend afhankelijk gesteld van een participatievoorwaarde (minimum van 10% of 2.500.000 EUR). De afzonderlijke aanslag van 0,412% voor grote vennootschappen wordt daarentegen afgeschaft.

Daarnaast wordt op een gelijkaardige wijze voorzien dat meerwaarden die onder het stelsel van gespreide taxatie of tijdelijke vrijstelling worden gebracht en die nadien belastbaar zouden worden gesteld wegens het niet naleven van de herbeleggingsverplichtingen, ook dan belast worden tegen het nominale tarief dat van toepassing was op het moment dat de meerwaarde verwezenlijkt werd.De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van 80% op bezoldigingen van personeel betrokken bij O&O wordt geleidelijk uitgebreid naar werknemers met een (wetenschappelijk) bachelordiploma.

Een kapitaalvermindering zal vanaf 2018 aan roerende voorheffing worden onderworpen in verhouding van het aandeel van de belaste reserves in het gestort kapitaal, verhoogd met de belaste reserves (een zgn. pro-rata opdeling). Het gedeelte van de kapitaalvermindering toegerekend op het werkelijk gestort kapitaal blijft onbelast.

De investeringsaftrek wordt tijdelijk verhoogd naar 20%, zowel voor KMO’s als voor eenmanszaken.

Vanaf 2020 zouden dan nog een aantal aanvullende maatregelen in werking treden, waarvan onder meer de invoering van een fiscale consolidatie bijzondere aandacht zal verdienen.

De diverse maatregelen moeten nog in concrete wetteksten worden uitgewerkt. Uiteraard volgen wij dit op de voet verder op en berichten wij verder zodra er concrete wetteksten gekend zijn.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig