Wijziging btw-herzieningsregeling in Nederland | KPMG | BE

Belangrijke wijziging btw-herzieningsregeling in Nederland op komst

Wijziging btw-herzieningsregeling in Nederland

De btw-herzieningsregeling in Nederland wordt waarschijnlijk uitgebreid tot verbouwingen van onroerend goed en andere zogenoemde kostbare diensten, zoals software.

1000

Gerelateerde content

Het zal dan langer duren voordat btw-aftrek hierop definitief is en bij een gebruikswijziging moet eerder afgetrokken btw misschien worden terugbetaald. De nieuwe regels bieden ook uitzicht op een teruggaaf van btw waar die aanvankelijk niet kon worden genoten. De voorgestelde wijziging heeft een flinke impact voor heel veel bedrijven en instellingen, met name als die met btw-vrijstellingen te maken hebben. Omdat investeringen langduriger moeten worden gevolgd, nemen de administratieve lasten toe. Het voorstel is op dit moment openbaar gemaakt voor internetconsultatie, maar wordt naar verwachting zonder veel wijzigingen aangenomen.

De huidige btw-herzieningsregels

Kostbare diensten worden over langere tijd gebruikt en doorgaans geactiveerd op de balans. Deze diensten hebben daardoor de kenmerken van een investeringsgoed. De Nederlandse btw-regels kennen op dit moment een herzieningsregeling voor investeringsgoederen. Roerende zaken worden vijf jaar gevolgd en onroerende zaken tien jaar. Voor kostbare diensten geldt momenteel echter geen btw-herzieningsregeling.

Het voorstel

Op basis van het conceptvoorstel van het Ministerie van Financiën dat voor internetconsultatie openbaar is gemaakt, zal het btw-gebruik van kostbare diensten met ingang van 1 januari 2018 voor een langere periode moeten worden gevolgd. Kostbare diensten die betrekking hebben op een onroerende zaak worden volgens het voorstel tien boekjaren gevolgd. Kostbare diensten die niet zien op een onroerende zaak dienen volgens het voorstel vijf boekjaren te worden gevolgd. Kostbare diensten worden in het voorstel gedefinieerd als diensten waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting doorgaans afschrijft.

Het is momenteel niet duidelijk of er een overgangsregeling zal komen. Daarom is dus nog niet bekend of de voorgestelde wijziging ook impact zal hebben op de btw-aftrek van kostbare diensten die in 2017 of eerder zijn afgenomen en/of voltooid.

Het Ministerie van Financiën biedt betrokkenen de gelegenheid om op de voorgenomen wijziging te reageren.
 

Gevolgen voor de praktijk

Door de uitbreiding van de herzieningsregeling wordt het btw-gebruik van kostbare diensten in de boekjaren na de ingebruikname ook relevant. Een wijziging van het btw-gebruik van de kostbare diensten leidt tot een (evenredige) correctie van de eerder afgetrokken btw. Als de kostbare diensten binnen de herzieningstermijn voor meer btw-belaste doeleinden worden gebruikt dan in het jaar van eerste ingebruikname, zal alsnog een deel van de niet afgetrokken btw aan de ondernemer worden teruggegeven. Als de kostbare diensten daarentegen binnen de herzieningstermijn voor minder btw-belaste doeleinden worden gebruikt dan in het jaar van eerste ingebruikname, zal alsnog een deel van de afgetrokken btw aan de Belastingdienst moeten worden terugbetaald.

De invoering van de herziening op kostbare diensten kan ten opzichte van de huidige regeling zowel tot een voor- als nadeel voor de ondernemer leiden. Als een ondernemer bijvoorbeeld een verbouwd pand gedurende de eerste drie jaar btw-vrijgesteld verhuurt en het vervolgens btw-belast verhuurt, bestaat er op basis van de huidige regelgeving geen (aanvullend) recht op teruggaaf van de verbouwings-btw. Dit is nadelig voor de ondernemer. Na de invoering van de beoogde wijziging zal de ondernemer gedurende de resterende jaren van de btw-herzieningstermijn (circa zeven jaar) jaarlijks 10% van de verbouwings-btw bij de Belastingdienst kunnen terugvragen. Het omgekeerde kan zich echter ook voordoen. Een wijziging van btw-belaste verhuur naar btw-vrijgestelde verhuur leidt na wijziging van de herzieningsregels tot een jaarlijkse terugbetalingsverplichting.

De uitbreiding van de herzieningsregeling zal ook tot extra administratieve verplichtingen leiden. Van geval tot geval zal namelijk moeten worden beoordeeld of op een afgenomen dienst de btw-herzieningsregels van toepassing zijn of niet. Indien dit het geval is, zal dit op de juiste wijze in de administratie moeten worden vastgelegd.

Btw-standpunt in België

Overeenkomstig de geldende Belgische regelgeving mag een btw-belastingplichtige de btw geheven op bedrijfsmiddelen die aan herziening zijn onderworpen niet in aftrek brengen in de mate dat deze worden gebruikt voor andere doeleinden dan de economische activiteit.

De btw-herzieningsregeling van de aftrek van btw geheven op bedrijfsmiddelen strekt zich uit tot de lichamelijke, roerende of onroerende goederen die bestemd zijn om op duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrumenten of exploitatiemiddelen. Daarnaast kunnen ook diensten die bestemd zijn om op een duurzame wijze te worden gebruikt binnen de onderneming onder de Belgische btw-herzieningsregeling vallen. Deze diensten moeten een bepaalde en niet-kortstondige economische levensduur hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om bepaalde diensten met betrekking tot verbeteringen en omvormingen van gebouwen (het leggen van een nieuw dak, het plaatsen van nieuwe ramen, etcera). Ook licenties, software op maat, cliënteel, octrooien enzovoort worden aangemerkt als bedrijfsmiddel. Criteria hiervoor zijn: i) de diensten moeten op duurzame wijze in de onderneming kunnen worden gebruikt en ii) de diensten moeten een bepaalde en niet-kortstondige economische levensduur hebben. Aangezien de waardering van deze criteria in geval van diensten veel moeilijker is, besliste de Belgische btw-administratie om slechts die dienstprestaties in aanmerking te nemen die afschrijfbaar zijn over een periode van vijf jaar.

 

Joost Willemsen en Gladys Cristiaensen

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig