Belgen die via een Franse SCI vastgoed bezitten | KPMG | BE

Geen goed nieuws voor Belgen die via een Franse SCI vastgoed bezitten in Frankrijk

Belgen die via een Franse SCI vastgoed bezitten

De Franse SCI: flexibel aanhouden van onroerend goed in Frankrijk. Heel wat Belgen bezitten vastgoed in Frankrijk. Vaak worden deze onroerende goederen gebruikt als tweede verblijf of verhuurd aan derden. Hoe dan ook, het is in Frankrijk gebruikelijk – en vaak ook interessant – dat natuurlijke personen hun vastgoed verwerven of aanhouden via een Franse vastgoedvennootschap, een SCI of ‘société civile immobilière’.

1000

Gerelateerde content

Real estate

Dergelijke vastgoedvennootschappen hebben louter als doel het verwerven en/of aanhouden en het beheer van onroerende goederen. Onroerend goed aanhouden via een Franse SCI biedt tal van mogelijkheden, zowel op het vlak van beleid als in het kader van vermogensplanning (men denke hierbij aan het vrij schenken van de aandelen van de SCI waarbij men de controle kan blijven behouden, gunstige waardering bij overdracht, etcetera). Gelet op de rechtspersoonlijkheid van een dergelijke Franse SCI, is de SCI zelf eigenaar van het onroerend goed, waardoor klassieke problemen inzake onverdeeldheid tussen verschillende mede-eigenaars kunnen worden vermeden.

Op fiscaal vlak wordt echter door deze rechtspersoonlijkheid heen gekeken. SCI’s worden volgens het Franse belastingrecht onderworpen aan een stelsel van zogenoemde translucidité, op basis waarvan de vennootschap en haar leden toch niet geacht worden een onderscheiden bestaan te hebben. De leden worden behandeld alsof zij rechtstreeks eigenaars zijn van het onroerend goed van de SCI en het resultaat van de SCI wordt geacht aan de leden te zijn toegekend ongeacht of er werkelijk enige uitkering aan deze leden heeft plaatsgevonden.

Dit betekent dat de inkomsten die de SCI verkrijgt rechtstreeks worden belast bij de aandeelhouders persoonlijk naargelang hun aandeel. Hiertegenover staat dan weer dat de SCI, hoewel zij wel haar resultaat aangeeft, zelf niet wordt onderworpen aan de Franse vennootschapsbelasting.

Let op: dit geldt niet voor alle SCI’s. Een SCI kan er immers ook voor opteren om toch te worden onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Problematiek

Wanneer een Belgisch inwoner aandeelhouder is in een Franse SCI wordt hij, bij toepassing van het Franse stelsel van translucidité, in persoonlijke naam belast in Frankrijk over de inkomsten van de SCI. Deze inkomsten worden, gelet op de vastgoedactiviteit van de SCI, naar intern Frans recht gekwalificeerd als inkomsten uit onroerende goederen.

De vraag die zich evenwel voordoet, is of de Belgische staat als woonstaat van de aandeelhouder ook nog enige belastingbevoegdheid heeft ter zake van deze inkomsten. Hierover bestond jarenlang rechtsonzekerheid.

Op 2 december 2004 besliste het Hof van Cassatie dat uitkeringen door een Franse SCI ook voor de toepassing van het Belgisch-Franse belastingverdrag als inkomsten uit onroerende goederen moeten worden beschouwd, waardoor deze inkomsten uitsluitend belastbaar kunnen zijn in Frankrijk.

België kon volgens het Hof van Cassatie geen belastingen heffen op dergelijke inkomsten. Positief nieuws dus voor de Belgische belastingplichtige.

Hoewel dit arrest met veel lof werd onthaald in de Belgische rechtspraak en rechtsleer, gaven de minister van Financiën en de Belgische Belastingdienst van begin af aan te kennen dat zij zich niet zomaar zouden neerleggen bij dit arrest.

Hof van Cassatie komt terug op zijn eerdere rechtspraak

In zijn arrest van 29 september 2016 spreekt het Hof van Cassatie zich opnieuw uit over de fiscale behandeling in België van de inkomsten uit een Franse SCI.

Terwijl het Hof van Cassatie in 2004 (hierin gevolgd door de meerderheid van de Belgische rechters) nog de mening was toegedaan dat België deze inkomsten uit een SCI moest vrijstellen van belastingen, komt ditzelfde Hof twaalf jaar later helaas terug op dit mijlpaalarrest…

Het Hof van Cassatie wijst er nu op dat maatschappelijke rechten in SCI’s voor de toepassing van het belastingverdrag niet noodzakelijkerwijze passen binnen het begrip ‘onroerend goed’.

Volgens het Hof er is dus geen reden om een beroep te doen op artikel 3 van het verdrag, dat regelt dat de inkomsten uit onroerende goederen uitsluitend kunnen worden belast in het land waar het onroerend goed is gelegen.

Gelet op het gegeven dat naar Belgisch intern recht de inkomsten kunnen worden gekwalificeerd als dividenden, is België volgens het Hof van Cassatie wel degelijk bevoegd om de inkomsten opnieuw aan belasting te onderwerpen.

Dubbele belasting en rechtsonzekerheid

Met bovengenoemde uitspraak komt het Hof van Cassatie terug op zijn eerdere arrest. Geen goed nieuws dus voor veel Belgische belastingplichtigen die onroerend goed aanhouden via een Franse SCI (lees: een Franse SCI met rechtspersoonlijkheid die niet aan de Franse vennootschapsbelasting is onderworpen). Dit recente standpunt van het Hof van Cassatie betekent immers dat het risico op dubbele belastingheffing op de loer ligt.

Er worden momenteel onderhandelingen gevoerd met betrekking tot een nieuw belastingverdrag tussen België en Frankrijk. Het zou ons inziens zeer nuttig zijn als deze kans wordt aangegrepen om in het kader van dit nieuwe verdrag meteen ook het stelsel van de inkomsten uit de SCI met rechtspersoonlijkheid uitdrukkelijk te regelen, zodat een einde kan worden gemaakt aan deze rechtsonzekerheid en mogelijke dubbele belastingheffing.

 

Thomas Zwaenepoel

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig