‘Nieuw’ Belgisch standpunt inzake aandelenopties | KPMG | BE

‘Nieuw’ Belgisch standpunt inzake aandelenopties toegekend aan zaakvoerders van managementvennootschappen

‘Nieuw’ Belgisch standpunt inzake aandelenopties

Op 13 april 2017 verscheen in België een circulaire die meer toelichting geeft over de fiscale behandeling van de toekenning van aandelenopties aan de zaakvoerders van managementvennootschappen. Aangezien België een gunstig fiscaal regime kent voor de toekenning van aandelenopties aan natuurlijke personen, wordt er vaak voor geopteerd deze toe te kennen aan de zaakvoerder van de managementvennootschap in plaats van aan de managementvennootschap zelf. Hoe een dergelijke toekenning fiscaal wordt behandeld, wordt nu door deze circulaire opgehelderd. Hierover was namelijk onduidelijkheid ontstaan.

1000

Gerelateerde content

Wat zegt de circulaire van 13 april 2017?

Wanneer een zaakvoerder van een managementvennootschap als natuurlijke persoon (onderworpen aan de personenbelasting in België) rechtstreeks aandelenopties krijgt toegekend door de vennootschap waarmee de managementvennootschap een overeenkomst heeft, moeten deze aandelenopties worden belast bij de verkrijger (de zaakvoerder).

De wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (hierna: ‘Aandelenoptiewet’) bepaalt op welke wijze bovengenoemde aandelenopties bij de verkrijger worden belast. Het (forfaitair) belastbaar voordeel voor de zaakvoerder bedraagt voor niet-beursgenoteerde aandelen 18% van de waarde van de onderliggende aandelen op het ogenblik van het aanbod, voor aandelenopties met een optietermijn van maximum vijf jaar (verhoogd met 1% voor elk jaar of gedeelte van een jaar dat de optietermijn langer is dan vijf jaar). Dit forfaitair voordeel wordt gehalveerd tot 9% (en de verhoging tot 0,5%) onder vijf strikte voorwaarden, waaronder dat de aandelenoptie betrekking moet hebben “(...) op aandelen van de vennootschap ten behoeve van wie de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend of een ermee gelieerde vennootschap”.

Is aan een of meerdere van de door de wet voorziene voorwaarden niet voldaan, dan geldt de halvering niet en wordt de forfaitaire waarde van het voordeel bepaald op 18% van de waarde van de onderliggende aandelen op het ogenblik van het aanbod, zodat de begunstigde-natuurlijke persoon hierover onder de Belgische personenbelasting kan worden belast.

De circulaire bepaalt nu expliciet dat aandelenopties die door de vennootschap waaraan de managementprestaties worden geleverd rechtstreeks worden toegekend aan de zaakvoerder van deze managementvennootschap (en dus niet aan de managementvennootschap), niet voldoen aan de voorwaarden voor de halvering van het forfaitair bepaalde voordeel. Wanneer een zaakvoerder van een managementvennootschap als natuurlijke persoon (onderworpen aan de personenbelasting in België) rechtstreeks aandelenopties krijgt toegekend door de vennootschap waarmee de managementvennootschap een overeenkomst heeft, moet het belastbaar voordeel voor deze zaakvoerder dan ook worden gewaardeerd op 18% van de waarde van de onderliggende aandelen op het ogenblik van het aanbod (met mogelijke verhogingen afhankelijk van de optietermijn).

In het verleden werd in een dergelijke situatie echter toegestaan dat deze waardering werd gehalveerd indien de managementvennootschap benoemd werd als lid van de raad van bestuur van de toekennende vennootschap én de zaakvoerder hierbij als ‘vaste vertegenwoordiger’ werd aangeduid. Dit lijkt op basis van de bewoordingen van de circulaire niet meer mogelijk.

Het is volgens de circulaire juridisch gezien immers de managementvennootschap die de managementprestatie levert en niet de zaakvoerder zelf. Aangezien de zaakvoerder zijn beroepswerkzaamheid uitoefent ten behoeve van de managementvennootschap en niet ten behoeve van de vennootschap aan wie de managementvennootschap prestaties levert, is niet voldaan aan de eerder aangehaalde voorwaarde. Dit geldt ongeacht of de managementvennootschap bestuurder is van de vennootschap die de aandelenopties toekent of niet.

Dit standpunt is van toepassing op alle aandelenopties die worden toegekend na 13 april 2017.

Voor aandelenopties die voor deze datum werden toegekend aan de zaakvoerders van de managementvennootschap voor zover deze tevens als vaste vertegenwoordiger van de managementvennootschap zijn benoemd, achten wij het nog steeds verdedigbaar dat dan het gehalveerde tarief nog kan worden toegepast. Dan is er immers zowel vennootschapsrechtelijk als fiscaal een rechtstreekse band tussen de zaakvoerder en de vennootschap/opdrachtgever, zodat naar onze mening de voorwaarden voor de toepassing van de verlaagde tarieven zijn vervuld. Dit werd in 2007 bevestigd door de Centrale Diensten en nadien nog enkele malen (onder meer in 2014) herbevestigd. De normale tarieven gelden voor andere zaakvoerders van managementvennootschappen.

Vanaf 13 april 2017 lijkt dit onderscheid niet meer te bestaan en lijkt het normale tarief van toepassing bij elke rechtstreekse toekenning aan de zaakvoerder van een managementvennootschap.

Wat betekent dit voor u?

Het rechtstreeks toekennen van aandelenopties aan de zaakvoerder van een managementvennootschap verdient steeds bijzondere aandacht. Niet alleen omwille van het bovenstaande, maar daarnaast ook – net zoals andere rechtstreekse toekenningen – omwille van de structuur en werkwijze van de managementvennootschap.

Het is bij structuren waarbij met managementvennootschappen wordt gewerkt dan ook steeds nuttig om hierover vooraf te overleggen met uw adviseur en samen te bekijken of alle toekenningen vennootschapsrechtelijk en fiscaalrechtelijk consistent zijn met de opzet van de structuur. Hierdoor kunnen vaak onnodige discussies met de belastingadministraties worden vermeden.

Ilke Vandenbroeck
 

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig