Het geven van seminaries: is er btw verschuldigd? | KPMG | BE

Het geven van seminaries: is er btw verschuldigd?

Het geven van seminaries: is er btw verschuldigd?

Recent heeft de minister van Financiën opnieuw bevestigd dat het verstrekken van een recht op toegang tot een seminarie of opleiding in een B2B-context, dat in beginsel voor iedereen toegankelijk is met een duur van hoogstens één volledige dag, wordt geacht plaats te vinden daar waar het seminarie/de opleiding daadwerkelijk plaatsvindt. In de praktijk leidt dit mogelijks tot een dubbele btw-heffing, of tot geen btw-heffing.

1000

Partner, Tax and Legal Advisers

KPMG in Belgium

Contact

Gerelateerde content

Het geven van seminaries: is er btw verschuldigd?

Seminaries: plaats van de dienst?

Sinds de invoering van de zogenaamde VAT-package vinden diensten in een B2B-context, vanaf 1 januari 2010, in principe plaats daar waar de afnemer van de dienst is gevestigd. Op deze hoofdregel bestaan echter heel wat uitzonderingen.

Eén van deze uitzonderingen is de plaatsbepalingsregel voor diensten die bestaan in het verlenen van toegang tot een onderwijsevenement. Sinds 1 januari 2011 worden deze diensten geacht plaats te vinden daar waar het evenement daadwerkelijk plaats heeft (artikel 21, §3, 3° W.BTW). Deze regel vloeit voort uit artikel 53 van de btw-richtlijn 2006/112/EG, waarvan artikel 32 van de Uitvoeringsverordening nr. 282/2011 bepaalt dat diensten die bestaan in het verlenen van toegang tot evenementen op het gebied van onderwijs en wetenschappen, zoals conferenties en seminaries, waarbij tegen betaling toegang wordt verleend, geacht worden plaats te vinden waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt.

Echter, sinds de invoering van deze plaatsbepalingsregel blijven er tussen de EU-lidstaten discussies bestaan over de concrete invulling van dit artikel.

In afwachting van een uniform standpunt tussen de EU-lidstaten, heeft de Belgische btw-administratie in het verleden reeds het standpunt ingenomen dat de toepassing van artikel 21, §3, 3° W.BTW beperkt blijft tot het verlenen van toegang tot een evenement op het vlak van onderwijs dat in beginsel voor iedereen toegankelijk is met een duur van hoogstens één volledige dag (Circ. AAFisc nr. 50/2013 dd. 29 november 2013).

Hieruit kan worden afgeleid dat interne trainingen of seminaries die langer dan één dag duren, in een B2B-context, onder de algemene B2B-hoofdregel vallen en dus geacht worden plaats te vinden daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.

Gevolg: dubbele btw-heffing of geen btw-heffing

Aangezien er tussen de EU-lidstaten discussies blijven bestaan over de concrete invulling van artikel 53 van de btw-richtlijn 2006/112/EG, worden er verschillende interpretaties aan dit artikel gegeven in de lokale wetgeving. Dit heeft als gevolg dat in bepaalde gevallen er een dubbele btw-heffing zal ontstaan, of dat er geen btw opeisbaar zal zijn.

Neem het volgende voorbeeld:

Een Belgische onderneming X organiseert een seminarie van een halve dag in Antwerpen. Er schrijven zich zowel Belgische als Nederlandse belastingplichtige deelnemers in. Aangezien het seminarie hoogstens één dag duurt, zal de Belgische onderneming facturen dienen uit te reiken met Belgische btw, ongeacht of de belastingplichtige deelnemer gevestigd is in België of in Nederland. De Nederlandse belastingdienst merkt dit evenwel aan als een algemene B2B-dienst die geacht wordt plaats te vinden in Nederland, waardoor de Nederlandse belastingplichtige deelnemers zowel Belgische btw krijgt aangerekend als Nederlandse btw verschuldigd is in Nederland.

Omgekeerd, een Nederlandse onderneming Y organiseert een seminarie van een dag in Breda. Een Belgische belastingplichtige deelnemer schrijft zich in. Ingevolge de Nederlandse btw-wetgeving wordt deze dienst geacht plaats te vinden daar waar de afnemer is gevestigd, nl. België. Echter, volgens de Belgische btw-wetgeving wordt deze dienst geacht plaats te vinden in Nederland, daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt. In dit geval is er noch Belgische, noch Nederlandse btw verschuldigd waardoor de handeling aan de btw ontsnapt.

Wat te doen bij twijfel in een grensoverschrijdende situatie?

De minister van Financiën laat in zijn antwoord weten dat in afwachting van een uniform standpunt tussen de verschillende EU-lidstaten, een belastingplichtige die twijfels heeft over de interpretatie van de btw-wetgeving in een bepaald geval, een voorafgaand advies kan vragen aan de betrokken lidstaten. Dit voorafgaand advies kan gevraagd worden via het platform van de cross border rulings.

Buiten de procedure van de cross border rulings kan uiteraard om het standpunt gevraagd worden van een lidstaat, waarna op basis van bilateraal overleg tussen de betrokken fiscale administraties een oplossing wordt gezocht.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig