Teruggaaf Nederlandse dividendbelasting | KPMG | BE

Teruggaaf Nederlandse dividendbelasting aan buitenlandse beleggingsfondsen die in Nederlandse aandelen hebben belegd

Teruggaaf Nederlandse dividendbelasting

Prejudiciële vragen.

1000

Gerelateerde content

In een soort van tweetrapsraket heeft de Nederlandse Hoge Raad begin maart 2017 prejudiciële vragen voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) over de teruggaaf van dividendbelasting aan in het buitenland gevestigde beleggingsfondsen die in Nederlandse aandelen hebben belegd. Dit gebeurde naar aanleiding van twee door Meijburg & Co gevoerde zaken, waarover Rechtbank Zeeland-West-Brabant eerder al prejudiciële vragen aan de Hoge Raad had voorgelegd.

In een van die zaken gaat het om een naar Duits recht opgericht en in Duitsland gevestigd beleggingsfonds (‘Publikum Sondervermögen’) dat wordt aangemerkt als een UCITS-fonds (‘undertakings for collective investment in transferable securities’). De aandelen van belanghebbende zijn beursgenoteerd. De participanten in belanghebbende kunnen deelnemen in zijn bezittingen door het kopen van aandelen via een systeem genaamd ‘global stream’. Het Duitse fonds heeft onder meer belegd in vennootschappen die in Nederland zijn gevestigd. Over het dividend dat belanghebbende heeft ontvangen is dividendbelasting geheven. Hij was in Nederland niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting en in Duitsland vrijgesteld van Duitse winstbelasting.

Het fonds heeft tevergeefs verzocht om teruggave van Nederlandse dividendbelasting. De rechtbank heeft overwogen dat belanghebbende op basis van een Hoge Raad-arrest over een Luxemburgs beleggingsfonds geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, maar twijfelt of de door de Hoge Raad in dit arrest gehanteerde vergelijkingsmaatstaf op basis waarvan een buitenlands fonds niet wordt gelijkgesteld met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling, juist is. Dit mede gelet op – met name – het arrest van het HvJ in de zaak Miljoen, waarover wij eerder hebben bericht. De rechtbank stelt ter zake vijf prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt nu dat in redelijkheid twijfel kan bestaan over de antwoorden op de door de rechtbank voorgelegde prejudiciële vragen. Daarbij is relevant dat een Deense rechter in een vergelijkbaar geval ook prejudiciële vragen heeft gesteld. Daarom stelt de Hoge Raad aan het HvJ de volgende prejudiciële vragen.

Verzet de vrijheid van kapitaalverkeer zich ertegen dat aan een buiten Nederland gevestigd beleggingsfonds:

 

  1. geen teruggaaf wordt verleend van Nederlandse dividendbelasting op de grond dat het niet inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting, terwijl een dergelijke teruggaaf wel wordt verleend aan een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling?
  2. geen teruggaaf wordt verleend van Nederlandse dividendbelasting die is ingehouden op dividenden die het heeft ontvangen van in Nederland gevestigde lichamen, op de grond dat het niet aannemelijk maakt dat is voldaan aan de Nederlandse aandeelhouderseisen?
  3. op de grond dat het zijn beleggingsresultaat niet jaarlijks uiterlijk in de achtste maand na afloop van het boekjaar volledig uitkeert aan zijn aandeelhouders of participanten geen teruggaaf wordt verleend van Nederlandse dividendbelasting die is ingehouden op dividenden die het heeft ontvangen van in Nederland gevestigde lichamen, ook indien in het land van vestiging op grond van de aldaar van kracht zijnde wettelijke regelingen zijn beleggingsresultaat voor zover niet uitgekeerd (a) geacht wordt te zijn uitgekeerd, en/of (b) bij de aandeelhouders of participanten in de belastingheffing van dat land wordt betrokken als ware die winst uitgekeerd, terwijl een dergelijke teruggaaf wel wordt verleend aan een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling die haar beleggingsresultaat jaarlijks onder inhouding van Nederlandse dividendbelasting volledig uitkeert aan haar aandeelhouders of participanten?

 

Wij moeten nu afwachten wat de antwoorden van het HvJ zullen zijn en wat de Hoge Raad en de rechtbank hier vervolgens mee zullen doen. Wij raden Belgische beleggingsfondsen aan na te gaan of zij Nederlandse aandelen in portefeuille hebben waarop wellicht Nederlandse dividendbelasting is ingehouden. In voorkomende gevallen kan dan bewaar en beroep worden aangetekend. Zo is voor een Belgische publieke ‘privak’ eind vorig jaar een dergelijke zaak aanhangig gemaakt bij de rechter.

 

Paul te Boekhorst

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig