Bijzondere liquidatiereserve Belgische vennootschappen | KPMG | BE

De bijzondere liquidatiereserve voor Belgische vennootschappen: het Grondwettelijk Hof zet vergetelheid wetgever recht

Bijzondere liquidatiereserve Belgische vennootschappen

Op 17 februari 2017 werd het wetsartikel van de bijzondere liquidatiereserve discriminerend bevonden door het Belgische Grondwettelijk Hof voor zover vennootschappen met een gebroken boekjaar – in tegenstelling tot vennootschappen met een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar – geen beroep kunnen doen op de regeling van de bijzondere liquidatiereserve voor hun winsten na belastingen verbonden aan aanslagjaar 2012.

1000

Gerelateerde content

Achtergrond: de woelige aanloop tot het ontstaan van de bijzondere liquidatiereserve

Eenmalige overgangsregeling: de interne liquidatie

Op 1 oktober 2014 werd de Belgische roerende voorheffing op liquidatiedividenden verhoogd van 10% naar 25% (inmiddels is dit tarief nogmaals verhoogd, uiteindelijk tot het huidige tarief van 30%).

Tegelijkertijd werd voorzien in een eenmalige overgangsregeling die Belgische vennootschappen toeliet hun belaste reserves toch nog ‘vast te klikken’ als kapitaal tegen betaling van een bevrijdende roerende voorheffing van 10% om ze later onder voorwaarden belastingvrij te kunnen uitkeren (de zogenoemde interne liquidatie). Dit gold slechts voor de belaste reserves die ten laatste op 31 maart 2013 werden goedgekeurd door de algemene vergadering.

 

Gevolgd door de permanente overgangsregeling: de liquidatiereserve

Later (met ingang vanaf het boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2015) werd een nieuwe permanente overgangsregeling ingevoerd via de liquidatiereserve voor zogenoemde kleine vennootschappen. Onder deze regeling krijgen Belgische kleine vennootschappen de keuzemogelijkheid om een liquidatiereserve aan te leggen door de bestemming van een deel van de winst na belasting, waarvoor een afzonderlijke heffing van 10% verschuldigd is. Bij de latere uitkering van deze liquidatiereserves in het kader van een vereffening van de vennootschap hoeft dan geen bijkomende belasting meer te worden betaald.

Wanneer de aangelegde liquidatiereserves later, anders dan bij de vereffening van de vennootschap, worden uitgekeerd is wel nog bijkomende personenbelasting en/of roerende voorheffing verschuldigd (tegen een tarief van 20% of 5% afhankelijk van het moment van uitkering, minder of meer dan vijf jaar na het aanleggen ervan).

Voor de winst na belasting die door voorgaande overgangsregelingen buiten de boot viel: de tijdelijke bijzondere liquidatiereserve

De aanleg van de gewone liquidatiereserve was ten vroegste mogelijk voor het boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2015, terwijl de eerdere regeling van de interne liquidatie in de meeste gevallen slechts reikte tot aanslagjaar 2012.

Daarom werd ook in de mogelijkheid voorzien om nog voor de boekjaren verbonden aan aanslagjaren 2013 en 2014 een bijzondere liquidatiereserve aan te leggen, aangezien deze jaren tot op dat moment tussen schip en wal vielen.

De bijzondere liquidatiereserve werd dan ook in het leven geroepen om een brug te slaan tussen de regeling van de interne liquidatie en die van de liquidatiereserve.

Het lijkt op het eerste gezicht dus zo te zijn dat deze diverse maatregelen op elkaar volgen:

  • De belaste reserves opgebouwd tot en met aanslagjaar 2012 kon men aanwenden voor het regime van de interne liquidatie.
  • De winst na belasting die verbonden was aan de aanslagjaren 2013 en 2014 kon men aanwenden voor het regime van de bijzondere liquidatiereserve.
  • Vanaf aanslagjaar 2015 kan voor de winst na belasting de ‘gewone’ liquidatiereserve worden aangelegd.

Lacune

De wettelijke regeling omtrent de bijzondere liquidatiereserve voorziet echter slechts in de mogelijkheid voor kleine vennootschappen om van een verlaagde voorheffing (10%) te genieten op de winst van het boekjaar verbonden aan de aanslagjaren 2013 en 2014.

Dit betekende in de praktijk dat een probleem kon ontstaan voor vennootschappen met een gebroken boekjaar, meer bepaald voor vennootschappen waarvan de jaarrekening met betrekking tot het gebroken boekjaar dat afsluit in 2012 (en dat dus verbonden is met aanslagjaar 2012), pas werd goedgekeurd na 31 maart 2013. Deze konden voor de reserves die zij opbouwden in het boekjaar dat afsluit in 2012 (en dat dus verbonden is met aanslagjaar 2012) op geen enkele van voormelde gunstige regimes een beroep doen, in tegenstelling tot de vennootschappen die geen gebroken boekjaar hebben.

Oordeel van het Grondwettelijk Hof: discriminatie

Het wetsartikel inzake de bijzondere liquidatiereserve werd door het Grondwettelijk Hof dan ook discriminerend bevonden ten opzichte van “(...) kleine vennootschappen die hun boekhouding afsloten in de periode van 1 november 2012 tot en met 30 december 2012”.

Het wetsartikel van de bijzondere liquidatiereserve werd daarop door het Hof vernietigd in zoverre het geen betrekking heeft op bovenvermelde periode. Het aanleggen van een bijzondere liquidatiereserve voor het geheel of een gedeelte van de boekhoudkundige winst na belasting van het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2012 moet de benadeelde vennootschappen in dat geval worden toegestaan door de bevoegde administratie of, in voorkomend geval, door de rechter.

Wat moeten deze vennootschappen nu doen?

De Belgische vennootschappen die buiten de boot vielen en die ingevolge dit arrest van het Grondwettelijk Hof toch nog van de mogelijkheid gebruik zouden willen maken om een bijzondere liquidatiereserve aan te leggen voor de boekhoudkundige winst na belasting van het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2012, adviseren wij zo spoedig mogelijk contact met ons op te nemen. Na een vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof heeft men namelijk zes maanden na de bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad de tijd om actie te ondernemen, bijvoorbeeld door het indienen van een bijzonder bezwaar in fiscale zaken dan wel de spontane aanleg van de bijzondere liquidatiereserve. Praktische richtlijnen van de belastingadministratie volgen mogelijk nog.

 

Ilke Vandenbroeck
 

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig