btw-vrijstelling intracommunautaire levering | KPMG | BE

Europese Hof van Justitie: btw-vrijstelling intracommunautaire levering

btw-vrijstelling intracommunautaire levering

In een recent arrest bevestigde het Europese Hof van Justitie (‘HvJ’) in de zaak Euro Tyre dat de btw-vrijstelling voor intracommunautaire leveringen niet mag worden geweigerd wanneer de verkoper (nog) niet beschikt over een EU-btw-identificatienummer van zijn afnemer. Het HvJ herhaalt dat indien aan de materiële voorwaarden voor de btw-vrijstelling is voldaan en er geen aanwijzingen zijn dat de verkoper betrokken is bij btw-fraude, een lidstaat de toepassing van de btw-vrijstelling niet mag weigeren.

1000

Gerelateerde content

Feiten

Een Portugees filiaal van Euro Tyre BV, een in Nederland gevestigde vennootschap, verkoopt banden aan afnemers in Portugal en Spanje. Voor de verkoop van banden aan Spaanse afnemers maakt het Portugese filiaal gebruik van de toepassing van de btw-vrijstelling voor intracommunautaire levering van goederen. Het past deze vrijstelling ook toe voor de verkoop van banden aan het Spaanse filiaal van Euro Tyre BV, dat op het moment van de transacties wel reeds een Spaans (binnenlands) btw-identificatienummer had, maar nog niet was geregistreerd als ondernemer die intracommunautaire handelingen verricht en dus ook (nog) niet was opgenomen in het VIES-systeem (systeem voor uitwisseling van btw-informatie).

Er vindt een btw-controle plaats en de Portugese btw-administratie is van mening dat Euro Tyre BV ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de btw-vrijstelling voor intracommunautaire levering van goederen.

Het HvJ

In zijn arrest herhaalt het HvJ dat de btw-vrijstelling voor intracommunautaire levering van goederen van toepassing is wanneer aan de volgende materiële voorwaarden is voldaan:

 

  • Het recht om over de goederen te beschikken is overgedragen aan de koper
  • De verkoper bewijst dat de goederen zijn verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat.
  • De goederen hebben als gevolg van dit vervoer of deze verzending fysiek het grondgebied van de lidstaat van levering verlaten met als bestemming een afnemer die een belastingplichtige is of een als belastingplichtige handelende rechtspersoon in een andere lidstaat dan de lidstaat van vertrek van de goederen.

 

In casu werd de btw-vrijstelling geweigerd, omdat het Spaanse filiaal (nog) niet was geregistreerd voor intracommunautaire handelingen in Spanje (en als zodanig nog niet was opgenomen in het VIES-systeem) en het op het moment van de verkoop alleen beschikte over een btw-identificatienummer voor binnenlandse handelingen. Volgens het HvJ wordt echter noch in de BTW-richtlijn, noch in de rechtspraak van het HvJ het beschikken door de afnemer over een btw-identificatienummer als materiële voorwaarde voor de btw-vrijstelling genoemd. Het beschikken over een btw-identificatienummer betreft dan ook slechts een formele voorwaarde die de verkoper het recht op de toepassing van de btw-vrijstelling niet mag ontnemen.

Het HvJ komt dus op grond van het beginsel van fiscale neutraliteit (weer) tot het oordeel dat wanneer aan de materiële voorwaarden is voldaan, de btw-vrijstelling moet worden verleend, zelfs wanneer de belastingplichtigen niet hebben voldaan aan bepaalde formele vereisten. In de zaken Mecsek-Gabona Kft. van 6 september 2012 en VSTR van 27 september 2012 kwam het HvJ tot een soortgelijk oordeel.

Gevolgen voor België en Nederland

De Belgische btw-administratie eist in de regel nog steeds dat de afnemer over een geldig btw-identificatienummer beschikt om de btw-vrijstelling voor intracommunautaire levering te kunnen toepassen.

Naar aanleiding van het arrest in de zaak VSTR heeft de Belgische btw-administratie haar strikte standpunt inzake de bewijsvoering voor intracommunautaire leveringen enigszins aangepast. Op basis van dit beleid stelt de administratie dat zij ‘uitzonderlijk’ de bedoelde vrijstelling niet zal verwerpen wanneer de leverancier geen btw-identificatienummer van zijn klant opgeeft, op voorwaarde dat de leverancier ‘redelijkerwijs alles heeft gedaan’ om het btw-identificatienummer van zijn medecontractant in een andere lidstaat te bekomen en na te gaan of alle verstrekte gegevens correct zijn. Bovendien moet de leverancier in voorkomende gevallen een aantal verplichtingen naleven, waaronder de mededeling van de identificatiegegevens van zijn klant aan de btw-administratie.

Aangezien het HvJ wederom het beschikken door de afnemer over een geldig btw-identificatienummer niet als strikte voorwaarde voor de toepassing van de btw-vrijstelling hanteert, lijkt het standpunt van de Belgische fiscus meer en meer onder druk te komen staan.

Hoewel de Nederlandse belastingdienst zijn beleid na de zaak VSTR niet officieel heeft aangepast, is het in de praktijk vaak mogelijk om op andere manieren aan te tonen dat het btw-nultarief voor intracommunautaire leveringen vanuit Nederland terecht is toegepast. Naar verwachting zal de Euro Tyre-zaak in Nederland daarom ook niet tot wijzigingen leiden.

 

Gladys Cristiaensen, Adriaan Rems en Joost Willemsen

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig