Aangescherpte Europese richtlijn vereist aanpassing van Nederlandse belastingwetgeving

Aangescherpte Europese richtlijn

Europese richtlijnen zijn van een hogere orde dan nationale wetgeving. Op basis van de zogenoemde directe werking van Europese richtlijnen kunnen belastingplichtigen, indien dit voor hen voordeliger is dan toepassing van de nationale fiscale wetgeving, toepassing van een richtlijn inroepen. Indien nationale wetgeving niet met een richtlijn in overeenstemming is, dient de nationale wetgeving met de betreffende richtlijn in overeenstemming te worden gebracht.

Gerelateerde content

Een recente richtlijn die vereist dat Nederland haar nationale wetgeving aanpast betreft de zogenoemde Anti-Tax Avoidance Directive (’ATAD’). In juli 2016 werd een eerste versie van deze richtlijn (‘ATAD 1’) aangenomen en op 12 februari 2017 werd overeenstemming bereikt over een aantal aanvullingen hierop (“ATAD 2”) Lees meer.

ATAD 2 betreft maatregelen om zogenoemde hybride mismatches te bestrijden, ook in relatie tot niet-EU-landen. Van een hybride mismatch is sprake indien de kwalificatie van een structuur door land A anders is dan de kwalificatie van de betreffende structuur door land B. Hierna beperk ik me tot zogenoemde hybride entiteiten.

Hybride entiteit – cv/bv-structuur

Van een hybride entiteit is sprake indien een entiteit voor fiscale doeleinden als ‘transparant’ kwalificeert in land A en als ‘non-transparant’ in land B. Een in de praktijk veelvoorkomende structuur is de zogenoemde cv/bv-structuur, waarbij een in de Verenigde Staten gevestigde participant haar belang in een Nederlandse bv houdt via een in Nederland gevestigde besloten commanditaire vennootschap (‘cv’).

De besloten cv is voor Nederlandse fiscale doeleinden transparant, waardoor niet de cv zelf maar de participanten in de cv in de vennootschapsbelastingheffing worden betrokken. Omdat de participanten doorgaans geen activiteiten in Nederland hebben, zijn de participanten doorgaans geen Nederlandse vennootschapsbelasting verschuldigd.

In de Verenigde Staten kan op basis van “check-the-box” worden gekozen de cv als transparant of als non-transparant aan te merken. Indien wordt gekozen voor non-transparant is sprake van een kwalificatieverschil en dus van een (omgekeerde) hybride entiteit. In de praktijk wordt in dergelijke structuren doorgaans gekozen voor een non-transparante entiteit omdat daarmee – onder toepassing van de belastingwetgeving in de Verenigde Staten – de mogelijkheid bestaat de belastingheffing over de inkomsten van de cv (langdurig) uit te stellen tot het moment van repatriëring van de inkomsten van de cv naar de Verenigde Staten.

De fiscaal voordelige cv/bv-structuur is eerder ter discussie gesteld, maar zal na implementatie van de betreffende bepalingen in ATAD 2 geheel buiten spel komen te staan. Deze bepalingen vereisen namelijk dat Nederland de cv beschouwt en belast als een fiscaal inwoner van Nederland indien de inkomsten van de cv niet (direct) worden belast in Verenigde Staten.

Bovengenoemde bepalingen in ATAD 2 dienen uiterlijk op 1 januari 2022 in nationale wetgeving te zijn omgezet. Voor een aantal andere ATAD-bepalingen, waaronder de bepalingen ten aanzien van de aftrek van rente die in veel cv/bv-structuren van toepassing zullen zijn, geldt 1 januari 2020 als uiterlijke implementatiedatum. Wij zijn erg benieuwd wanneer en op welke wijze de Nederlandse wetgever de diverse bepalingen in de nationale wet zal implementeren en of fiscale ontwikkelingen in de Verenigde Staten hierop invloed zullen hebben. Wij adviseren bestaande structuren reeds tegen het licht te houden en houden u op de hoogte.

 

Mark Bos en Mark Foesenek

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer