Wetsvoorstel aanpassing Nederlandse dividendbelasting verwacht in eerste helft 2017

Wetsvoorstel aanpassing Nederlandse dividendbelasting

Op Prinsjesdag 2016 publiceerde de Nederlandse staatssecretaris van Financiën een brief waarin hij een aantal significante wijzigingen van de Wet op de dividendbelasting 1965 aankondigde. Beoogd wordt om de toen door hem voorgestelde wijzigingen uiterlijk op 1 januari 2018 in werking te laten treden.

Gerelateerde content

Samengevat betreft het de volgende wijzigingen:

a.de introductie van een inhoudingsplicht voor uitkering van dividenden door zogenoemde houdstercoöperaties aan haar leden met een belang van 5% of meer;

b.een algemene inhoudingsvrijstelling voor dividenden betaald aan aandeelhouders/leden gevestigd met een (aandelen)belang van 5% of meer die zijn gevestigd in een land waarmee Nederland een (volledig) belastingverdrag heeft gesloten.

De coöperatie, die momenteel in beginsel niet inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting, is inmiddels een gebruikelijk fenomeen geworden in internationale structuren. De onder a) genoemde maatregel betreft dan ook een aanscherping van de bestaande Nederlandse regeling en kan voor internationale structuren met een Nederlandse coöperatie met onvoldoende ‘substance’ (negatieve) gevolgen hebben.

De onder b) genoemde flankerende maatregel is daarentegen een aanzienlijke verruiming ten opzichte van de huidige situatie. Op basis hiervan nemen de mogelijkheden tot onbelaste uitkering van dividenden tussen vennootschappen in internationale structuren, bijvoorbeeld van Nederland naar de Verenigde Staten of Canada, toe. Omdat onder meer België eerder al een inhoudingsvrijstelling voor deelnemingsverhoudingen met verdragslanden heeft geïntroduceerd, komt Nederland op dit punt weer ‘gelijk’ met België.

De aankondiging van de staatssecretaris leidde in de praktijk en in de Tweede Kamer tot veel vragen. Naar aanleiding daarvan heeft de staatssecretaris in een brief van 16 december 2016 een aantal elementen nader verduidelijkt. Een daarvan betreft de definitie van het begrip ‘houdstercoöperatie’. Op basis van de brief van de staatssecretaris is hiervan sprake indien de feitelijke werkzaamheden van een coöperatie hoofdzakelijk (voor 70% of meer) bestaan uit het houden van deelnemingen. Meer informatie over deze brief leest u hier.

De staatssecretaris merkt op dat hij ernaar streeft het wetsvoorstel in de eerste helft van 2017 ter consultatie op internet aan te bieden. Wij houden de ontwikkelingen in dit kader nauwlettend in de gaten en brengen u uiteraard op de hoogte zodra er meer details bekend zijn.

 

Mark Bos en Mark Foesenek

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer