Interne meerwaarden

Interne meerwaarden

An (unfortunate) end to a never ending story?

Partner, Tax and Legal Advisers

KPMG in Belgium

Contact

Gerelateerde content

Wat zijn ‘interne meerwaarden’?

Heeft men als natuurlijk persoon aandelen in een (werk)vennootschap en boekt deze vennootschap positieve resultaten, dan bouwt deze vennootschap reserves op. Wanneer de vennootschap beslist deze reserves uit te keren aan haar aandeelhouder/natuurlijke persoon, kwalificeren deze als dividenden en zal hierover roerende voorheffing verschuldigd zijn. Deze roerende voorheffing zal vanaf 1 januari 2017 in principe 30% bedragen (uitgezonderd bijvoorbeeld indien deze uitgekeerde reserves voortkomen uit meer dan 5 jaar geleden aangelegde liquidatiereserves).

Wanneer men als natuurlijke persoon de aandelen van een eigen werkvennootschap inbrengt (= een zogenaamde inbreng in natura) in een eigen holdingvennootschap, kwalificeert de werkelijke waarde van deze inbreng in natura in principe als fiscaal gestort kapitaal binnen deze nieuwe vennootschap. De waarde van de ingebrachte vennootschap wordt derhalve normaal gezien mede bepaald op basis van haar kapitaal én de door haar reeds opgebouwde reserves.

De holdingvennootschap verwerft aldus de aandelen van de oorspronkelijke (werk)vennootschap en de aandeelhouder ontvangt hierbij zelf een bepaalde waarde voor deze aandelen onder de vorm van aandelen van de holdingvennootschap. De aandeelhouder/natuurlijke persoon realiseert dus in voormelde hypothese een meerwaarde aangezien hij in ruil voor de aandelen van zijn werkvennootschap aandelen krijgt in de holdingvennootschap die meer waard zijn. Deze zogenaamde ‘interne meerwaarden’ worden bij de aandeelhouder niet belast voor zover deze ‘in het normaal beheer van het privévermogen’ gerealiseerd werden.

Het fiscaal gestort kapitaal van de holdingvennootschap dat onder bepaalde voorwaarden belastingvrij kan uitgekeerd worden d.m.v. een kapitaalvermindering bestaat momenteel nog uit het gestorte kapitaal dat dus in voormelde hypothese de gehele waarde van de onderliggende vennootschap omvat (d.w.z. de waarde van de inbreng in natura die wordt bepaald a.d.h.v. het kapitaal van de onderliggende vennootschap én haar reserves). Aangezien deze gehele waarde nog kwalificeert als ‘fiscaal gestort kapitaal’, kan dit belastingvrij aan de aandeelhouder worden uitgekeerd.

Over de voorgaande werkwijze is al bijzonder veel inkt gevloeid en is steeds een doorn in het oog geweest van de belastingadministratie (die meende hierbij de roerende voorheffing op de reserves van de werkvennootschap te mislopen). Nu lijkt de belastingadministratie dus haar slag thuis te halen, althans vanaf 1 januari 2017.

Wat wijzigt er nu?

Ingevolge de aangekondigde wetswijziging, die in principe ingaat op 1 januari 2017, wordt specifiek voorzien dat dit ‘gestort kapitaal’ van de holdingvennootschap dat belastingvrij kan worden uitgekeerd, in dergelijke omstandigheden beperkt zal worden (o.a. om voorgaande soms fiscaal geïnspireerde transacties te ontmoedigen).

Voor de vanaf 1 januari 2017 gedane inbrengen zal dergelijke situatie worden aangepakt door in het geval van de hierboven beschreven inbrengverrichting (de inbreng van de aandelen van de vennootschap in de holding) slechts als ‘werkelijk gestort kapitaal’ te beschouwen ten belope van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger, of bij gebreke hieraan, ten belope van de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, in het totaal gestort kapitaal waarvan ze de vertegenwoordiging zijn. Voor het overige gedeelte zal de inbreng als een belaste reserve worden aangemerkt. Dit gebeurt door een voorgestelde wetsaanpassing van art. 184 WIB92.

Het deel dat als een belaste reserve wordt beschouwd, zal dus bij een kapitaalvermindering vooralsnog kwalificeren als een belastbare dividenduitkering waarop (vanaf 1 januari 2017) 30% roerende voorheffing verschuldigd zal zijn.

Wat kan u nog doen?

Aangezien de maatregel pas in werking zal treden op 1 januari 2017, stelt de vraag zich nu uiteraard of het interessant zou zijn nog snel voornoemde inbreng door te voeren. Op zich zou het nu inderdaad hét ideale moment kunnen zijn. Maar dit is niet het geval.

Zo dient men rekening te houden met het feit dat de belastingadministratie heeft verklaard dat ze alle transacties die nog uitgevoerd worden en die betrekking hebben op deze materie met bijzondere aandacht zal onderzoeken.

Enkel of voornamelijk vanuit fiscaal perspectief nog dergelijke verrichtingen overwegen, zo dicht bij de aangekondigde wetswijziging (er is geen sprake meer van een ‘tempore non suspecto’ op dit moment), is ten zeerste af te raden.

Wenst u meer informatie, dan zullen wij u hierover alvast graag adviseren.

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer