Kapitaalvermindering in Belgische holdingstructuren | KPMG | BE

Aandachtspunten bij kapitaalvermindering in Belgische holdingstructuren

Kapitaalvermindering in Belgische holdingstructuren

Zoals besproken in de vorige editie van deze nieuwsbrief kondigde de Belgische federale regering aan de techniek van de interne meerwaarden aan te pakken. Op basis van de recente wetswijziging, die per 1 januari 2017 van kracht werd, worden ingebrachte interne meerwaarden niet langer aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal en is bij (terug)betaling daarvan aan de aandeelhouder 30% Belgische roerende voorheffing verschuldigd.

1000

Gerelateerde content

Hoewel de wetswijziging niet van toepassing is op inbrengverrichtingen voor 1 januari 2017, kondigde de Belgische belastingadministratie aan bestaande holdingstructuren aan aangescherpte controles te onderwerpen. Dit betekent echter niet dat het niet meer mogelijk is om over te gaan tot een belastingvrije kapitaalvermindering. In twee recente positieve beslissingen van de Belgische rulingdienst verduidelijkte de Belgische fiscus onder welke voorwaarden hij akkoord kan gaan met een belastingvrije kapitaalvermindering.

Fiscaal misbruik

De Belgische fiscus zal een kapitaalvermindering naar verwachting op basis van de algemene antimisbruikbepaling toetsen. Er zal worden nagegaan of de geplande kapitaalvermindering geen fiscaal misbruik vormt. Daarvan is sprake indien de belastingplichtige door de gestelde rechtshandeling (of het geheel van rechtshandelingen) een fiscaal voordeel verkrijgt dat in strijd is met het doel van de fiscale bepaling.

Indien de Belgische fiscus van oordeel is dat de oorspronkelijke inbrengverrichting en de latere kapitaalvermindering fiscaal zijn ingegeven en er geen andere niet-fiscale motieven voorhanden zijn, is het waarschijnlijk dat hij deze uitkering zal belasten met 30% Belgische roerende voorheffing als zijnde een uitgekeerd dividend.

Rulingpraktijk

Recent werden twee positieve beslissingen van de Belgische rulingdienst inzake kapitaalverminderingen na inbreng gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de Belgische fiscus bij de beoordeling van de kapitaalvermindering de volgende punten in aanmerking neemt:

  • eventuele realisatie van niet-fiscale motieven die aan de basis van de initiële inbreng hebben gelegen (positief element);
  • het bedrag van de kapitaalvermindering. De vennootschap dient na de kapitaalvermindering nog steeds voldoende kapitaalkrachtig te zijn;
  • de financiering van de kapitaalvermindering. Een extern gefinancierde kapitaalvermindering dan wel een financiering met overtollige liquiditeiten is een negatief element bij de beoordeling.

Indien u, als aandeelhouder van een bestaande holdingstructuur, over wenst te gaan tot een kapitaalvermindering, bekijken wij graag samen met u uw dossier in het licht van de recente rulingpraktijk.

 

Kizzy Wandelaer en Sjeel Debeuf

Ga terug naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig