Vlaamse biotech verovert de wereld

Vlaamse biotech verovert de wereld

Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), met hoofdkwartier in Gent, is de spil in de Vlaamse biotechsector, die liefst 1,500 mensen tewerkstelt. Co-CEO Johan Cardoen onderstreept het belang van innovatie voor het behoud van onze welvaart: “We moeten een brain gain creëren in plaats van een brain drain”.

Gerelateerde content

VIB

‘Twintig jaar geleden bestond dit nog niet, vandaag werken er op deze site alleen al tweeduizend mensen’, wijst Johan Cardoen vanuit het VIB-hoofdkantoor naar het verderop gelegen Technologiepark in Zwijnaarde bij Gent. Het is slechts één illustratie van de impact en de transformatie die het kenniscentrum in de twee decennia van zijn bestaan heeft meegebracht. De vorming van een interuniversitaire cluster rond biotech die de directe link met het bedrijfsleven maakte, was duidelijk een schot in de roos.

Toponderzoek stimuleren ten gunste van de maatschappij, en daar ook mee naar buiten komen, staat nog steeds in het Mission Statement van het VIB, dat in 1996 werd opgericht in de schoot van de grote Vlaamse universiteiten. “Elkaar versterken in plaats van elkaar te beconcurreren, was één van de achterliggende gedachtes”, zegt Johan Cardoen.

De resultaten zijn er: het VIB heeft vandaag acht onderzoekscentra verspreid over vijf Vlaamse universitaire campussen en stelt rechtstreeks 1.500 mensen van 66 nationaliteiten te werk. Die internationale samenstelling heeft een eenvoudige verklaring. “Alle vacatures worden internationaal gerekruteerd”, zegt Johan Cardoen. “Op die manier creëren we geen brain drain waarbij goede onderzoekers naar het buitenland trekken, maar wel een brain gain omdat we wereldwijd specialisten rekruteren rond heel specifieke thema’s. Zo concentreren we kennis van internationaal topniveau in Vlaanderen.”

Het VIB stelt zich mee tot doel om die unieke kennisconcentratie – over de universiteiten heen – te gaan exploiteren, en legt dus de link met het bedrijfsleven. Waardevol onderzoek dat misschien niet klaar is voor de markt, wordt gesignaleerd en gestimuleerd in een incubatiecentrum. Het VIB legt daarmee de missing link tussen fundamenteel onderzoek en commerciële toepassingen. Johan Cardoen geeft een voorbeeld: “De taal van de onderzoeker is niet altijd de taal van een bedrijf. Als wij een bepaald onderzoek kunnen financieren om uit te komen bij een aantoonbaar werkende molecule in labo-omstandigheden, is de kans groter dat farmabedrijven er iets in zien.”

Het afgelopen jaar creëerde het VIB maar liefst vier start-ups, waarmee het momenteel in een heuse stroomversnelling zit. Die laatste waren op hun beurt al goed voor meer dan een miljard euro aan privé-investeringen in VIB spin-off biotechbedrijven in Vlaanderen. Maar valorisatie van waardevol onderzoek hoeft niet altijd met spin-offbedrijven, weet Johan Cardoen. Net zo belangrijk zijn de meer dan duizend partnerships met de industrie, de 250 patenten en de 230 miljoen euro omzet die het VIB al haalde uit samenwerkingen met de industrie. Samen met privé-investeerders zoals de familie Colruyt en het Europees Investeringsfonds (EIF), lanceerde de VIB ook zelf een eigen investeringsfonds van 63 miljoen euro, V-Bioventures. Met zijn directe toegang tot (risico)kapitaal, de nabijheid van kenniscentra en talent, fungeert het VIB zo als de ‘spin in het web’, met resultaat: de hele Vlaamse biotechcluster is ondertussen goed voor 19.000 jobs.

Afgezet tegen die maatschappelijke return lijkt de 44 miljoen euro aan Vlaamse subsidies die het VIB per jaar ontvangt, al bij al een goede investering van de overheid. In ruil voor die toelage moet het VIB goede geloofsbrieven kunnen voorleggen, en die zijn er meer dan voldoende. Niet zonder fierheid toont Johan Cardoen aan dat het VIB op de tweede stek staat in de fameuze ‘Leiden Ranking’ van wereldwijde biomedische en medische onderzoekscentra, na het Massachusetts Institute of Technology maar dus voor Amerikaanse giganten als Harvard en Stanford. Toch is Johan Cardoen de eerste om die ranking te relativeren: “De verwevenheid van onderzoek met investeerders en financiers is in de Verenigde Staten veel groter. Subsidies en de interesse van het bedrijfsleven zijn voor ons weliswaar een grote hefboom, de Amerikaanse dynamiek is nog van een andere grootte-orde. Mag ik echter aanstippen dat onze ‘failure rate’ (de kans dat een project op niets uitloopt, red.) tot nog toe ‘zero’ is?”
 

Ga naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Central Services, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer