Nederlandse kabinet presenteert het Belastingplan 2017 | KPMG | BE

Prinsjesdag – het Nederlandse kabinet presenteert het Belastingplan 2017

Nederlandse kabinet presenteert het Belastingplan 2017

De derde dinsdag in september is traditioneel de dag waarop het Nederlandse kabinet zijn plannen voor het volgende jaar presenteert, inclusief het zogenoemde Belastingplan. Het kabinet beoogt een groot aantal van de maatregelen in het Belastingplan 2017 in te voeren per 1 januari 2017.

1000

Gerelateerde content

Enkele van deze maatregelen, onder andere die met betrekking tot pensioenen in eigen beheer, worden elders in deze nieuwsbrief besproken en een uitgebreid overzicht treft u hier aan. Hierna lichten wij een aantal maatregelen nader toe.

 

Vennootschapsbelasting

Een maatregel in de vennootschapsbelasting die voor vele belastingplichtigen relevant is, betreft de verlenging van de zogenoemde eerste tariefschijf. Op basis van de huidige wettekst is over de eerste € 200.000 belastbaar bedrag 20% verschuldigd en over het meerdere 25%. In het Belastingplan wordt voorgesteld de grens van € 200.000 in 2018 te verhogen naar € 250.000 en daarna tot € 300.000 in 2020 en tot € 350.000 vanaf 2021.

Daarnaast bevat het Belastingplan een aantal wijzigingen dat voor een beperkt aantal belastingplichtigen relevant is. Dit betreft onder meer de aanscherping van de voorwaarden voor toepassing van de innovatiebox (op basis van Europese eisen) en de renteaftrekbeperkingen in artikel 10a en 15ad van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Indien deze of andere maatregelen voor u van belang kunnen zijn, adviseren wij u hierover tijdig advies in te winnen.

 

Dividendbelasting/coöperaties

Advies inwinnen is ook aangewezen indien uw structuur een Nederlandse coöperatie met een houdsterfunctie bevat. Winstuitdelingen door een dergelijke coöperatie zijn op basis van de huidige wet- en regelgeving in beginsel niet onderworpen aan de Nederlandse dividendbelasting, maar moeten dat op termijn wel worden. Dit schreef de staatssecretaris van Financiën in een recente brief waarin hij een daartoe strekkende wetswijziging heeft aangekondigd. Hij stelt voor deze maatregel te flankeren met een verruiming van de algemene inhoudingsvrijstelling voor dividenden betaald aan corporate aandeelhouders met een (aandelen)belang van ten minste 5% die zijn gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag is overeengekomen.

Omdat Nederland met een groot aantal landen belastingverdragen heeft gesloten, zal de invoering van deze maatregel de mogelijkheden tot onbelaste uitkering van dividenden in meerdere gevallen, bijvoorbeeld in relatie tot de Verenigde Staten en Canada, verruimen. Het wetsvoorstel zal eerst ter consultatie op internet komen. Vervolgens zal het aan de Tweede Kamer worden aangeboden, waarbij het streven is het wetsvoorstel uiterlijk per 1 januari 2018 in werking te laten treden.

 

Inkomstenbelasting

Tot slot willen wij hier twee ontwikkelingen op het vlak van de inkomstenbelasting nader belichten. De eerste betreft de wijziging van het forfaitair (fictief) rendement van 4% voor de berekening van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Deze wijziging (die deel uitmaakte van het Belastingplan 2016) treedt op 1 januari 2017 in werking. Vanaf 1 januari 2017 bedraagt het forfaitair rendement:

  • 2,9% voor zover het box 3-vermogen € 100.000 niet te boven gaat;
  • 4,7% voor zover het box 3-vermogen € 100.000 te boven gaat tot € 1.000.000;
  • 5,5% voor het meerdere.

Op basis van bovengenoemde percentages neemt de belastingdruk voor rijke particulieren toe. Inwoners van België met banktegoeden en/of effecten in Nederland worden in beginsel niet onderworpen aan de Nederlandse inkomstenbelasting. Inwoners van België met een bron van inkomen in Nederland (bijvoorbeeld onroerend goed) wel.

De tweede maatregel in de inkomstenbelasting betreft het voorstel om de toegang tot de zogenoemde vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) – fiscaal – te belemmeren door van de houder van een aanmerkelijk belang in een vennootschap over de meerwaarde op zijn aandelen 25% inkomstenbelasting (box 2) te heffen zodra deze vennootschap de vbi-status verkrijgt. Hiermee rekening houdend en omdat wordt voorgesteld bij de houder van een aanmerkelijk belang in een vbi vanaf 2017 jaarlijks een (fictief) rendement van 5,5% te belasten met 25% inkomstenbelasting (box 2), wordt toetreding tot het vbi-regime minder aantrekkelijk.

 

Mark Bos en Mark Foesenek

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian Civil Cooperative Company with Limited Liability (burg. CVBA/SCRL civile) and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative (“KPMG International”), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig